Categorie: GPSR en productveiligheid

Algemene productveiligheid, GPSR, traceerbaarheid, risicoanalyse en verplichtingen voor webshops en importeurs.

  • Productveiligheid in de EU: welke regels gelden voor jouw product?

    Productveiligheid in de EU: welke regels gelden voor jouw product?

    Laatst inhoudelijk bijgewerkt op 7 oktober 2026

    Kort antwoord: productveiligheid is geen vinkje bij één wet. Je moet eerst bepalen welk product je verkoopt, wie het gebruikt, welke risico’s voorzienbaar zijn en welke rol je in de keten hebt. Daarna combineer je de algemene veiligheidsregels uit de GPSR met eventuele sectorspecifieke regels, zoals CE-wetgeving. Pas als product, documentatie, labels, online aanbod en opvolging op elkaar aansluiten, heb je een verdedigbaar complianceproces.

    Voor webshops, importeurs en fabrikanten is de praktische vraag dus niet alleen: “Moet er CE op?” De betere vraag is: welke regels gelden voor dit product, in deze uitvoering, bij dit gebruik en voor mijn rol? Dit overzicht helpt je die analyse in de juiste volgorde te maken.

    Wat betekent productveiligheid in gewone taal?

    Productveiligheid betekent dat een product bij normaal of redelijkerwijs te verwachten gebruik geen onaanvaardbaar risico mag opleveren voor de gezondheid en veiligheid van gebruikers. Denk aan verstikking, brand, elektrische schokken of gevaarlijke stoffen. Welke Europese regels gelden, hangt af van het product.

    Voorbeeld: Een speelgoedlamp voor kinderen kan andere veiligheidseisen hebben dan een gewone bureaulamp. Daarom begint een goede controle bij het beoogde gebruik en de risico’s.

    Productveiligheid is geen enkele wet

    De General Product Safety Regulation (EU) 2023/988, meestal GPSR genoemd, geldt sinds 13 december 2024 voor veel nieuwe, gebruikte, gerepareerde en gereviseerde consumentenproducten. De verordening bevat algemene eisen voor onder meer veilige producten, traceerbaarheid, verantwoordelijke marktdeelnemers, online verkoop en corrigerende maatregelen.

    De GPSR is een vangnet. Voor veel productgroepen bestaat daarnaast specifieke Europese of Nederlandse wetgeving. Denk aan regels voor speelgoed, elektrische apparatuur, machines, persoonlijke beschermingsmiddelen, radioapparatuur, cosmetica, batterijen, chemische stoffen of voedselcontactmaterialen. Volgens de NVWA kunnen tientallen productwetten relevant zijn. Waar specifieke regels hetzelfde veiligheidsaspect regelen, gaan die voor; de GPSR vult de resterende gaten.

    Daarom kan één product tegelijk onder meerdere kaders vallen. Een elektrisch kinderspeelgoed kan bijvoorbeeld te maken krijgen met speelgoedveiligheid, elektrische of radio-eisen, chemische beperkingen, batterijregels, verpakkingsverplichtingen én de algemene GPSR-verplichtingen die niet al specifiek zijn geregeld.

    Stap 1: beschrijf het product en het voorzienbare gebruik

    Begin niet met een certificaat, maar met een scherpe productscope. Leg vast welke modellen en varianten je verkoopt, welke materialen en onderdelen zijn gebruikt, voor wie het product bedoeld is en hoe consumenten het normaal én redelijkerwijs voorzienbaar gebruiken. Neem ook verpakking, accessoires, softwarefuncties en meegeleverde instructies mee.

    Let extra op kwetsbare gebruikers, zoals kinderen, ouderen en personen met een beperking. Ook een product dat niet speciaal voor kinderen is ontworpen, kan een kinderproduct blijken als presentatie, afmetingen of gebruik dat aannemelijk maken. Een andere doelgroep of toepassing kan de risicobeoordeling en de toepasselijke regels veranderen.

    Een praktische start is een productfiche met foto’s, modelnummer, materialen, functies, doelgroep, verkoopkanalen, landen en bekende gevaren. Die fiche vormt de basis voor de juridische productclassificatie en voorkomt dat documenten voor een vergelijkbaar, maar niet identiek model worden gebruikt.

    Stap 2: bepaal of GPSR, CE-regels of beide gelden

    GPSR als algemene basis

    De GPSR ziet in hoofdzaak op non-food consumentenproducten. Bedrijven moeten ervoor zorgen dat alleen veilige producten worden aangeboden en moeten kunnen aantonen hoe zij risico’s beheersen. Er zijn uitzonderingen en bijzondere regimes, onder meer voor bepaalde geneesmiddelen, levensmiddelen en levende dieren. Controleer daarom altijd de precieze reikwijdte.

    Voor de dagelijkse uitvoering gaat het onder meer om een risicoanalyse, technische documentatie, productidentificatie, gegevens van fabrikant en eventuele importeur, een verantwoordelijke marktdeelnemer in de EU, begrijpelijke veiligheidsinformatie, klachtenregistratie en een proces voor incidenten. Bekijk voor de concrete GPSR-plichten het artikel GPSR voor webshops en importeurs.

    CE-markering alleen voor aangewezen productgroepen

    CE-markering is verplicht voor productgroepen die onder specifieke Europese harmonisatiewetgeving vallen. Het is geen algemeen keurmerk en ook geen bewijs dat een onafhankelijke instantie elk product heeft goedgekeurd. De fabrikant verklaart met de markering dat het product aan de toepasselijke eisen voldoet; alleen in bepaalde productregimes is een notified body betrokken.

    De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland beschrijft welke verantwoordelijkheden fabrikant en importeur hierbij hebben. Twijfel je of jouw product in een CE-categorie valt, gebruik dan Wanneer is CE-markering verplicht? als eerste beslisstap. Breng geen CE-logo aan op een product waarvoor geen CE-wetgeving geldt.

    Aanvullende regels blijven mogelijk

    Ook zonder CE kunnen bindende producteisen gelden. Voorbeelden zijn chemische beperkingen, etikettering, taalvereisten, producentenverantwoordelijkheid, batterij- en verpakkingsregels en regels voor online informatie. Controleer daarom niet alleen het eindproduct, maar ook materialen, componenten en de manier waarop je het aanbiedt.

    Stap 3: stel jouw rol in de keten vast

    De verplichtingen hangen mede af van je rol. Kijk naar de feitelijke situatie, niet alleen naar het label in een contract.

    • Fabrikant: je maakt of laat een product maken en brengt het onder je eigen naam of merk op de markt. Private label kan je dus fabrikant maken. Lees ook wanneer je fabrikant bent bij private label.
    • Importeur: je brengt een product uit een land buiten de EU voor het eerst op de EU-markt. Je controleert vóór verkoop of de fabrikant zijn verplichtingen heeft uitgevoerd en je vermeldt je eigen contactgegevens waar vereist. De NVWA licht de GPSR-regels voor importeurs toe.
    • Distributeur of webshop: je verkoopt een product dat al in de EU-keten is gebracht. Je moet nog steeds controleren of essentiële identificatie, contactgegevens, waarschuwingen en instructies aanwezig zijn. Bij reden tot twijfel mag je het product niet zonder nader onderzoek verkopen.
    • Fulfilmentdienstverlener: opslag, verpakking, adressering of verzending kan onder omstandigheden een eigen GPSR-rol opleveren als geen andere in de EU gevestigde marktdeelnemer de verantwoordelijke taken vervult.

    Een onderneming kan per product meer dan één rol hebben. Een webshop is bijvoorbeeld distributeur voor Europese merken, importeur voor rechtstreekse inkoop uit China en fabrikant voor eigen merk. Richt je controles daarom per productstroom in.

    De zes bewijsstukken van een werkend productveiligheidsproces

    1. Productclassificatie en eisenlijst

    Leg vast welke wetgeving, normen en nationale voorschriften op het product van toepassing zijn. Noteer ook waarom een regel wel of niet geldt. Een korte, onderbouwde beslissing is sterker dan een verzameling losse PDF’s zonder productscope.

    2. Risicoanalyse

    Beschrijf gevaren, blootstelling, mogelijke letselernst, kans, getroffen gebruikers en maatregelen. Beoordeel ook redelijkerwijs voorzienbaar verkeerd gebruik. De analyse hoort bij het concrete product en moet worden bijgewerkt bij ontwerpwijzigingen, incidenten of nieuwe informatie. Zie de praktische uitleg over de GPSR-risicoanalyse.

    3. Technische documentatie en testbewijs

    Bewaar productspecificaties, tekeningen, materiaallijsten, normkeuzes, testrapporten, berekeningen, leveranciersverklaringen en versies van labels en handleidingen. Voor CE-producten horen daar waar van toepassing de conformiteitsbeoordeling en EU-conformiteitsverklaring bij. Documenten moeten aantoonbaar bij exact jouw model, variant en productieversie horen.

    4. Identificatie, labels en instructies

    Zorg voor een product-, type-, partij- of serienummer, de vereiste bedrijfsgegevens en passende waarschuwingen. Instructies en veiligheidsinformatie moeten begrijpelijk zijn voor consumenten in het land waar je verkoopt. Gebruik de checklist verplichte informatie op een productlabel.

    5. Online productinformatie

    Bij verkoop op afstand moet essentiële veiligheids- en traceerbaarheidsinformatie al vóór aankoop zichtbaar zijn. Verstop waarschuwingen niet uitsluitend in een download of afbeelding. Controleer welke GPSR-informatie op de online productpagina hoort en pas producttemplates daarop aan.

    6. Monitoring en corrigerende maatregelen

    Compliance stopt niet bij de eerste verkoop. Registreer klachten, defecten, retourredenen, incidenten en signalen van toezichthouders. Koppel drempels aan acties: onderzoek, verkoopstop, waarschuwing, terughalen bij distributeurs of een recall bij consumenten.

    Praktische productveiligheidscheck vóór lancering

    1. Leg het exacte model, de varianten, doelgroep en het voorzienbare gebruik vast.
    2. Bepaal alle toepasselijke EU- en Nederlandse productregels; kijk verder dan alleen CE.
    3. Stel per productstroom vast of je fabrikant, importeur, distributeur/webshop of fulfilmentdienstverlener bent.
    4. Controleer de EU-marktdeelnemer en de vereiste contactgegevens.
    5. Beoordeel de risicoanalyse, technische documentatie en testrapporten op productmatch en actualiteit.
    6. Controleer product, verpakking, labels, waarschuwingen, handleiding en taal.
    7. Controleer de online productpagina vóór publicatie.
    8. Richt traceerbaarheid, klachtenregistratie en een procedure voor corrigerende maatregelen in.
    9. Blokkeer de verkoop zolang een wezenlijke onzekerheid niet is opgelost.

    Maak van deze controle een vrijgaveprocedure met eigenaar, datum en bewijslinks. Daarmee voorkom je dat inkoop, content en logistiek ieder een deel controleren maar niemand het complete dossier ziet.

    Wat doe je als een product mogelijk onveilig is?

    Stop zo nodig direct de verkoop en distributie, isoleer de voorraad en beoordeel het risico. Informeer betrokken leveranciers of afnemers en bepaal welke corrigerende maatregel nodig is. Fabrikanten en importeurs moeten een gevaarlijk non-foodproduct onmiddellijk melden; distributeurs moeten zorgen dat de verantwoordelijke marktdeelnemer handelt en kunnen zelf moeten melden.

    De melding verloopt via de Europese Safety Business Gateway. De NVWA beschrijft wanneer en hoe ondernemers melden. Leg besluiten, aantallen, landen, communicatie en effectiviteit van maatregelen vast. Volg bij een concreet incident het stappenplan voor een onveilig product of terugroepactie.

    Veelgestelde vragen

    Betekent CE dat een product veilig is?

    CE betekent dat de fabrikant verklaart dat het product voldoet aan de toepasselijke CE-eisen. Het is geen kwaliteitskeurmerk en geen algemene overheidsgarantie. Een CE-product kan alsnog onveilig blijken of niet aan aanvullende verplichtingen voldoen.

    Geldt de GPSR ook voor CE-producten?

    Ja, voor consumentenproducten kan de GPSR aanvullend relevant zijn voor aspecten die niet volledig door specifieke EU-wetgeving worden geregeld. Bij overlap gaat de specifieke regel voor. Beoordeel beide kaders per verplichting.

    Ben ik als webshop alleen verantwoordelijk voor informatie op de website?

    Nee. Ook als distributeur moet je vóór verkoop bepaalde product-, fabrikant- en importeursgegevens, waarschuwingen en instructies controleren. Bij twijfel over veiligheid of conformiteit mag je niet gewoon doorverkopen. Jouw precieze plichten hangen af van je ketenrol.

    Gelden productveiligheidsregels ook voor tweedehands producten?

    De GPSR kan ook gelden voor gebruikte, gerepareerde en gereviseerde consumentenproducten. De staat, ouderdom, wijzigingen en beschikbare documentatie beïnvloeden de beoordeling. Voor sommige antieke of duidelijk als reparatieobject aangeboden producten bestaan uitzonderingen.

    Welke toezichthouder is bevoegd?

    Dat hangt af van product en regel. De NVWA houdt toezicht op veel non-food consumentenproducten, maar andere toezichthouders kunnen bevoegd zijn voor bijvoorbeeld telecom, medische hulpmiddelen of transport. Bepaal de bevoegde autoriteit als onderdeel van je eisenlijst.

    Van losse documenten naar een aantoonbaar veilig product

    Een volledig dossier is pas waardevol als het aansluit op het werkelijke product en je operationele proces. Begin daarom bij classificatie en risico’s, verbind daar bewijs en productinformatie aan en zorg dat signalen na verkoop terugkomen in dezelfde cyclus.

    Wil je snel zien waar bij een product nog gaten zitten? Doe de KeurMatch ProductCheck. Je krijgt een praktische eerste indicatie van aandachtspunten voor product, documentatie, labels en online aanbod.

    Officiële bronnen

    Bijgewerkt op 27 september 2026. Deze uitleg is algemeen en vervangt geen productspecifieke juridische of technische beoordeling.

  • Moet je een klachtenregister bijhouden volgens de GPSR?

    Moet je een klachtenregister bijhouden volgens de GPSR?

    Laatst inhoudelijk bijgewerkt op 7 oktober 2026

    Wat zijn de GPSR en een klachtenregister?

    De GPSR (General Product Safety Regulation) is de Europese verordening voor algemene productveiligheid. Een veiligheidsklachtenregister is een administratie van klachten en incidenten die kunnen wijzen op gevaarlijke producten. Het is iets anders dan een gewone lijst met retouren of slechte beoordelingen.

    Voorbeeld: Meldt een klant dat een oplader gevaarlijk heet wordt, dan kan dat een veiligheidssignaal zijn. Je moet dit kunnen terugvinden en zo nodig onderzoeken, in plaats van het alleen als serviceklacht af te handelen.

    Kort antwoord: ja. De GPSR verplicht fabrikanten en importeurs om contactkanalen voor klachten beschikbaar te stellen, klachten en informatie over ongevallen te onderzoeken en een intern register bij te houden van ontvangen klachten, terugroepacties en corrigerende maatregelen. Ben je alleen distributeur of webshop, dan moet je veiligheidssignalen wel doorgeven en meewerken. Veel webshops zijn echter óók importeur of fabrikant, bijvoorbeeld bij rechtstreekse import of private label.

    Waarom een normaal retourregister niet genoeg is

    In een retour- of klantenservicesysteem staat vaak alleen “defect”, “past niet” of “niet tevreden”. Dat is onvoldoende om productveiligheid te bewaken. Een klacht als “oplader wordt warm” kan een servicevraag zijn, maar ook het eerste signaal van brandgevaar. Pas wanneer product, batch, gebruikssituatie en gevolg zijn vastgelegd, kun je vergelijkbare meldingen herkennen.

    Een GPSR-klachtenregister hoeft geen apart duur softwaresysteem te zijn. Het kan een goed ingerichte module in je ticketsysteem, CRM of kwaliteitsmanagementsysteem zijn. Doorslaggevend is dat veiligheidsrelevante meldingen herkenbaar, onderzoekbaar en traceerbaar zijn en dat besluiten worden vastgelegd.

    Voor wie geldt de registratieplicht?

    Fabrikant

    De fabrikant onderzoekt klachten en informatie over ongevallen die betrekking hebben op mogelijk gevaarlijke producten die hij op de markt heeft gebracht. Ook houdt hij een intern register bij van klachten, terugroepacties en corrigerende maatregelen. Verkoop je een product onder je eigen naam of merk, dan kun je juridisch fabrikant zijn. Lees daarom ook wanneer je bij private label als fabrikant geldt.

    Importeur

    De importeur heeft een vergelijkbare verplichting voor de producten die hij invoert. Hij moet klachten onderzoeken, een intern register bijhouden en de fabrikant en relevante partijen tijdig informeren over het onderzoek en de uitkomst. Importeer je buiten de EU, bekijk dan het volledige overzicht van verplichtingen van de importeur.

    Distributeur of webshop

    Een distributeur heeft niet dezelfde expliciete registerplicht als fabrikant of importeur, maar moet zorgvuldig handelen. Krijg je informatie waaruit blijkt of redelijkerwijs kan blijken dat een product gevaarlijk is, dan moet je de fabrikant of importeur informeren en meewerken aan corrigerende maatregelen. Een centrale interne registratie is daarom ook voor distributeurs praktisch onmisbaar.

    Welke meldingen horen in de veiligheidsintake?

    Niet iedere vraag of retourzending is een veiligheidsklacht. Richt daarom een eerste triage in. Laat medewerkers ten minste herkennen:

    • letsel, brandwonden, elektrische schok, verstikking of andere gezondheidsschade;
    • rook, oververhitting, kortsluiting, vonken, lekkage of explosie;
    • afbrekende kleine onderdelen, scherpe randen of instabiele constructies;
    • chemische geur, huidreactie, lekkende batterij of vloeistof;
    • ontbrekende of onbegrijpelijke waarschuwingen en instructies;
    • een beveiliging die niet werkt of eenvoudig kan worden omzeild;
    • bijna-ongevallen: er was nog geen letsel, maar dat had wel kunnen ontstaan;
    • meerdere vergelijkbare defecten bij hetzelfde model of dezelfde batch.

    Een klacht over kleur, maat of vertraagde levering kan buiten het veiligheidsregister blijven. Maar label een technisch defect niet automatisch als “garantie”: beoordeel eerst of het defect bij normaal of redelijkerwijs voorzienbaar gebruik gevaar kan opleveren.

    Wat leg je minimaal vast?

    Praktische velden voor je klachtenregister

    • uniek dossier- of ticketnummer en datum van ontvangst;
    • verkoopkanaal, land en contactkanaal;
    • productnaam, model, artikelnummer, EAN en waar mogelijk batch- of serienummer;
    • leverancier, fabrikant, importeur en jouw juridische rol;
    • feitelijke omschrijving van klacht, gebruik en omstandigheden;
    • letsel, schade of bijna-ongeval en de ernst daarvan;
    • foto’s, video’s, product, verpakking, handleiding en aankoopbewijs als bewijsstukken;
    • eerste veiligheidsclassificatie en reden daarvan;
    • vergelijkbare klachten, retouren of testresultaten;
    • onderzoek, conclusie, verantwoordelijke en beslisdatum;
    • directe beheersmaatregelen, zoals voorraad blokkeren of verkoop pauzeren;
    • corrigerende maatregel, melding, communicatie en afsluiting.

    Koppel het dossier aan de juiste versie van risicoanalyse, testrapporten, productlabel en handleiding. Zonder model- en batchmatch is achteraf nauwelijks vast te stellen welke voorraad geraakt is. Bekijk ook wat in een GPSR-risicoanalyse hoort.

    Een werkbaar proces in acht stappen

    1. Maak één herkenbaar intakepunt

    Laat klanten klachten via e-mail, telefoon, chat en marketplaces melden, maar zorg dat veiligheidsmeldingen uiteindelijk in één systeem terechtkomen. Publiceer duidelijke contactgegevens en voorkom dat signalen in persoonlijke mailboxen blijven hangen.

    2. Stel gerichte vervolgvragen

    Vraag welk product en welke batch betrokken zijn, wat er precies gebeurde, hoe het product werd gebruikt, of er letsel of schade was en of het product nog beschikbaar is. Vraag alleen persoonsgegevens die voor contact en onderzoek nodig zijn.

    3. Geef urgente signalen voorrang

    Maak een interne escalatielijst. Brand, elektrische schok, ernstig letsel, een kindveiligheidsrisico of een mogelijk breed batchprobleem vraagt om directe beoordeling. Wacht dan niet op de gebruikelijke klantenservice-SLA.

    4. Beheers het risico tijdens het onderzoek

    Bij een serieus signaal kan tijdelijk blokkeren van voorraad of pauzeren van advertenties verstandig zijn. Dat is geen erkenning dat het hele product gevaarlijk is, maar voorkomt extra blootstelling terwijl feiten worden verzameld.

    5. Onderzoek product én patroon

    Bekijk niet alleen het individuele exemplaar. Zoek op model, batch, leverancier en soort defect. Combineer klachten met retourredenen, reparaties, testresultaten en marketplace-meldingen. Eén incident kan uitzonderlijk zijn; vijf vergelijkbare incidenten kunnen een structureel patroon tonen.

    6. Werk de risicobeoordeling bij

    Vergelijk de nieuwe informatie met de bestaande risicoanalyse. Beoordeel ernst en waarschijnlijkheid, wie wordt blootgesteld en of redelijkerwijs voorzienbaar gebruik meespeelt. Leg aannames, bewijs en besluit vast.

    7. Beslis over maatregelen en melding

    Afhankelijk van het risico kan een aangepaste instructie, productverbetering, verkoopstop, uit-de-handelname of terugroepactie nodig zijn. Is het product gevaarlijk, dan moet de verantwoordelijke marktdeelnemer dit via de Safety Business Gateway melden. Bij een ongeval gelden aanvullende meldplichten. Gebruik daarvoor het stappenplan voor een onveilig product of terugroepactie.

    8. Sluit pas af met bewijs

    Noteer wie het besluit nam, welke partijen zijn geïnformeerd, welke voorraad is geraakt en hoe is gecontroleerd dat de maatregel werkt. Bewaar ook de versie van relevante documenten en communicatie.

    Klachtenregister en Safety Business Gateway zijn niet hetzelfde

    Het interne register helpt je klachten onderzoeken en trends volgen. De Safety Business Gateway is het officiële Europese kanaal waarmee ondernemingen gevaarlijke non-foodproducten bij bevoegde autoriteiten melden. Een regel in je eigen register is dus geen wettelijke melding.

    Andersom is een melding via de Gateway geen reden om je interne dossier te sluiten. Je moet onderzoek, betrokken batches, genomen maatregelen en vervolgcommunicatie blijven documenteren. De NVWA vermeldt dat een gevaarlijk product dat in de handel is gebracht of op de markt is aangeboden via dit Europese kanaal moet worden gemeld.

    Hoe lang mag je persoonsgegevens bewaren?

    De GPSR bepaalt specifiek dat het klachtenregister alleen persoonsgegevens mag bevatten die nodig zijn om een klacht over een mogelijk gevaarlijk product te onderzoeken. Bewaar die gegevens niet langer dan nodig en in ieder geval niet langer dan vijf jaar nadat ze in het register zijn opgenomen.

    Dat betekent niet dat je na vijf jaar het volledige technische veiligheidsdossier moet wissen. Scheid identificeerbare klantgegevens van product-, batch-, onderzoeks- en maatregelgegevens. Voor technische documentatie kunnen andere bewaartermijnen gelden; lees hoe lang je technische documentatie bewaart. Beperk toegangsrechten en leg een verwijder- of anonimiseerproces vast.

    Voorbeeld: drie meldingen over dezelfde powerbank

    De eerste klant meldt dat een powerbank uitzonderlijk warm wordt. De medewerker registreert model en batch en vraagt foto’s. Twee dagen later komt een melding over een opgezwollen behuizing. Een derde klant meldt rook tijdens het laden.

    Omdat alle signalen op dezelfde batch zijn terug te vinden, blokkeert de webshop de voorraad, informeert fabrikant en importeur en actualiseert de risicobeoordeling. Daarna wordt beoordeeld of een melding, uit-de-handelname of recall nodig is. Zonder batchveld zouden de drie tickets mogelijk los van elkaar als garantiegevallen zijn afgehandeld.

    Veelgemaakte fouten

    • alle retouren als kwaliteit behandelen zonder veiligheidsvraag;
    • geen model-, batch- of serienummer vastleggen;
    • marketplace-, telefoon- en chatklachten niet samenbrengen;
    • alleen ernstige letselgevallen registreren en bijna-ongevallen negeren;
    • een klacht sluiten zodra een terugbetaling is gedaan;
    • geen eigenaar, deadline of escalatiedrempel vastleggen;
    • uitsluitend naar het individuele exemplaar kijken en geen trendanalyse doen;
    • denken dat de buitenlandse leverancier de Nederlandse melding altijd overneemt;
    • te veel persoonsgegevens opslaan of geen verwijdertermijn toepassen;
    • een gevaarlijk product intern registreren maar niet via het officiële kanaal melden.

    Zo maak je het register controlebestendig

    Bij een productcontrole door de NVWA moet je helder kunnen uitleggen hoe een signaal binnenkomt, wie de triage uitvoert, hoe je vergelijkbare gevallen zoekt en wanneer je escaleert. Test het proces met een fictieve klacht. Kun je binnen korte tijd de getroffen batch, voorraad, verkooplanden, leverancier, risicoanalyse en besluiten terugvinden? Dan werkt het register als veiligheidsinstrument en niet alleen als archief.

    FAQ

    Moet iedere webshop een apart GPSR-klachtenregister hebben?

    Een fabrikant of importeur moet het interne register bijhouden. Een pure distributeur heeft niet exact dezelfde expliciete verplichting, maar moet signalen doorgeven en meewerken. Een aparte applicatie is niet vereist; een goed ingericht bestaand systeem kan volstaan.

    Moet iedere retourzending in het register?

    Nee. Leg vooral klachten, ongevallen, recalls en corrigerende maatregelen met veiligheidsrelevantie vast. Richt wel een triage in zodat technische retourredenen niet worden gemist.

    Is een terugbetaling voldoende om een veiligheidsklacht af te sluiten?

    Nee. Een commerciële oplossing voor de klant neemt een mogelijk productrisico niet weg. Onderzoek het product, vergelijk andere signalen en bepaal of maatregelen of een melding nodig zijn.

    Mag ik naam en adres van de klant bewaren?

    Alleen voor zover dat nodig is voor onderzoek, contact of een corrigerende maatregel. Bewaar persoonsgegevens niet langer dan nodig en op grond van de GPSR nooit langer dan vijf jaar na opname in het klachtenregister.

    Wanneer moet ik de NVWA informeren?

    Wanneer een door jou in de handel gebracht of aangeboden non-foodproduct gevaarlijk blijkt, moet de verantwoordelijke ondernemer dit via de Safety Business Gateway melden. Wacht niet tot alle onzekerheid verdwenen is als het beschikbare bewijs al op gevaar wijst.

    Wie beoordeelt klachten bij private label?

    Wie een product onder eigen naam of merk op de markt brengt, kan als fabrikant gelden en moet dus zelf een passend onderzoeks- en registratieproces organiseren, ook als de productie is uitbesteed.

    Officiële bronnen

    Dit artikel is gecontroleerd op 3 september 2026 aan de hand van de geconsolideerde Verordening (EU) 2023/988 (GPSR), met name de artikelen 9, 11, 12 en 20, de officiële praktische richtsnoeren voor de Safety Business Gateway, de NVWA-informatie over het melden van onveilige non-foodproducten en de Europese Safety Business Gateway.

  • Welke boetes en maatregelen gelden bij overtreding van productveiligheidsregels?

    Welke boetes en maatregelen gelden bij overtreding van productveiligheidsregels?

    Laatst inhoudelijk bijgewerkt op 7 oktober 2026

    Wat is producttoezicht?

    Producttoezicht betekent dat overheidsinstanties controleren of producten die op de markt worden aangeboden veilig zijn en aan de wettelijke eisen voldoen. Bij problemen kunnen zij bedrijven verplichten zaken te herstellen, producten uit de handel te halen of andere maatregelen te nemen.

    Voorbeeld: Heeft een geïmporteerde lamp onveilige bedrading, dan kan toezicht leiden tot een verkoopstop of terugroepactie. Een boete is slechts één van de mogelijke gevolgen.

    Kort antwoord: er bestaat niet één vaste “GPSR-boete”. De overtreden Nederlandse productwet en boetetabel bepalen het uitgangspunt. De toezichthouder kijkt daarnaast naar de ernst en duur van de overtreding, het veiligheidsrisico, verwijtbaarheid, ondernemingsomvang, economisch voordeel en eerdere overtredingen. Een financiële boete kan tegelijk worden opgelegd met corrigerende maatregelen, zoals verkoop stoppen, informatie aanpassen, producten uit de handel nemen of consumenten terugroepen.

    Een boete is maar één mogelijke interventie

    Bij productveiligheid staat het wegnemen van risico’s voorop. Daarom kan een toezichthouder zowel herstellend als bestraffend optreden. Herstel betekent dat de overtreding of het gevaar wordt beëindigd. Bestraffing is gericht op de overtreding die al heeft plaatsgevonden.

    Dat onderscheid is belangrijk: ook als je een fout na de inspectie direct herstelt, kan alsnog een boete volgen. Andersom kan een verkoopverbod of recall noodzakelijk zijn zonder dat al definitief over een boete is beslist.

    Welke interventies kan de NVWA inzetten?

    Nalevingshulp of terugkoppeling

    Bij lichte tekortkomingen kan de inspecteur uitleg geven of mondelinge of schriftelijke terugkoppeling geven. Je moet de fout wel oplossen. Het is geen vrijstelling voor volgende controles en geen bewijs dat het product inhoudelijk veilig is.

    Officiële waarschuwing

    Een officiële waarschuwing is een relatief lichte interventie. Daarin staat doorgaans welke overtreding is geconstateerd en wat je moet herstellen. Een waarschuwing serieus en aantoonbaar opvolgen is belangrijk, omdat herhaling tot zwaardere handhaving kan leiden.

    Corrigerende maatregel

    Een maatregel verplicht je iets te doen of juist te stoppen. Bij consumentenproducten kan dat bijvoorbeeld betekenen:

    • onjuiste product- of webinformatie corrigeren;
    • verkoop, advertenties of verzending onmiddellijk stoppen;
    • voorraad blokkeren of producten uit de handel nemen;
    • testen of aanvullende documentatie leveren;
    • afnemers en consumenten informeren;
    • een reparatie, vervanging of terugroepactie uitvoeren;
    • gevaarlijke producten vernietigen of onbruikbaar maken.

    Lees het praktische stappenplan voor een onveilig product of terugroepactie.

    Last onder dwangsom

    Met een last onder dwangsom krijg je een opdracht om een overtreding binnen een termijn te beëindigen of niet te herhalen. Voldoe je niet aan de last, dan verbeur je een bedrag per periode of overtreding, tot het vastgestelde maximum. Een dwangsom is dus niet hetzelfde als een boete: de last is bedoeld om naleving af te dwingen.

    Last onder bestuursdwang

    Voer je een opgelegde herstelactie niet uit, dan kan de overheid die actie onder voorwaarden zelf uitvoeren en de kosten op jou verhalen. Denk aan het laten verwijderen, opslaan of vernietigen van producten.

    Bestuurlijke boete

    Een bestuurlijke boete bestraft de overtreding. Volgens de NVWA kan zo’n boete worden opgelegd, ook wanneer je de overtreding inmiddels hebt beëindigd. Een maatregel en boete kunnen naast elkaar bestaan.

    Strafrechtelijke route

    Bij bepaalde of ernstige feiten kan een bestuurlijke strafbeschikking of proces-verbaal volgen. Het Openbaar Ministerie bepaalt dan het vervolg. Opzettelijk verbergen van risico’s, valsheid in documenten of ernstige gevolgen kunnen het dossier bovendien zwaarder maken, afhankelijk van de feiten en toepasselijke wet.

    Waarom is geen algemeen boetebedrag te noemen?

    Producten kunnen onder verschillende wetten vallen: de Warenwet, CE-richtlijnen, de GPSR, Batterijenverordening, REACH, energielabelregels en andere sectorspecifieke wetgeving. Iedere regeling heeft eigen overtredingen en handhavingsgrondslagen. Eén product kan bovendien onder meerdere regels vallen.

    De GPSR verplicht lidstaten sancties vast te stellen die doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. Het concrete Nederlandse bedrag volgt echter uit nationale wetgeving en de overtreden bepaling. Controleer daarom altijd de actuele boetetabel en het specifieke interventiebeleid op de datum van de overtreding.

    Welke factoren bepalen de hoogte?

    De NVWA noemt onder meer de volgende omstandigheden bij de beoordeling:

    • welke regel is overtreden en hoe ernstig de overtreding is;
    • omvang en duur van de overtreding;
    • risico’s voor gezondheid, veiligheid of milieu;
    • of de overtreding verwijtbaar of opzettelijk was;
    • of dezelfde soort overtreding eerder is begaan;
    • de grootte van de onderneming;
    • bijzondere omstandigheden en financiële draagkracht;
    • het economische voordeel dat met de overtreding is behaald.

    Bij herhaling kan de boete hoger uitvallen. Ook aanmerkelijk economisch voordeel kan aanleiding zijn voor een forse verhoging. Snel herstellen helpt om het risico te beperken, maar is op zichzelf geen garantie dat een boete vervalt.

    Welke productfouten kunnen tot handhaving leiden?

    Een daadwerkelijk onveilig product

    Ontwerp-, productie- of instructiefouten kunnen brand, verstikking, elektrische schok, chemisch letsel of ander gevaar veroorzaken. Hoe groter het risico, hoe sneller ingrijpende maatregelen zoals verkoopstop en recall in beeld komen.

    Ontbrekende of onjuiste documentatie

    Een ontbrekend technisch dossier, onjuiste EU-conformiteitsverklaring of niet-passend testrapport kan een zelfstandige overtreding zijn. Het kan bovendien voorkomen dat je veiligheid tijdig aantoont. Bekijk wat in een technisch dossier hoort.

    Fouten op product, verpakking of webpagina

    Ontbrekende fabrikant- of importeursgegevens, waarschuwingen, productidentificatie, CE-markering of Nederlandstalige instructies kunnen tot handhaving leiden. Controleer de verplichte productlabelinformatie en de GPSR-eisen voor online verkoop.

    Niet melden of niet terugroepen

    Als een marktdeelnemer weet of behoort te weten dat een product gevaarlijk is, moet hij passende maatregelen nemen en waar vereist melden via de Safety Business Gateway. Te laat melden, blijven verkopen of consumenten onvoldoende waarschuwen kan de situatie verzwaren.

    Niet meewerken aan toezicht

    Het weigeren van toegang, achterhouden van administratie of niet opvolgen van een formele vordering kan afzonderlijke gevolgen hebben. Lees wat er gebeurt bij een productcontrole door de NVWA.

    Kunnen meerdere overtredingen tegelijk worden beboet?

    Een controle kan meerdere afzonderlijke overtredingen opleveren, bijvoorbeeld een ontbrekende risicoanalyse, onjuiste conformiteitsverklaring, fout label en het niet melden van gevaar. Of en hoe boetes worden gecombineerd, hangt af van de wettelijke bepalingen, samenloop en feiten.

    Ga daarom niet alleen de eerste genoemde fout herstellen. Maak een volledige oorzaakanalyse en controleer het hele productdossier, de voorraad, verkoopkanalen en vergelijkbare modellen.

    Wie krijgt de boete: fabrikant, importeur of webshop?

    Dat hangt af van de norm en de rol die de onderneming vervult. Een fabrikant kan verantwoordelijk zijn voor ontwerp en dossier, een importeur voor controles en traceerbaarheid, en een distributeur of webshop voor zorgvuldig handelen en juiste verkoopinformatie. Bij private label kan een webshop juridisch fabrikant zijn.

    Contractueel afspreken dat de buitenlandse leverancier “alle boetes betaalt” verandert de publiekrechtelijke verantwoordelijkheid tegenover de toezichthouder niet automatisch. Regres op de leverancier is een apart vraagstuk.

    Wat doe je bij een voornemen tot boete of maatregel?

    1. Noteer de reactietermijn uit de brief.
    2. Vraag het inspectieverslag en rapport van bevindingen op.
    3. Controleer product, model, batch, data, aantallen en verklaringen.
    4. Maak onderscheid tussen feitelijke fouten en juridische beoordeling.
    5. Verzamel dossierstukken die al tijdens de relevante periode bestonden.
    6. Leg herstelmaatregelen, verkoopstop en risicobeperking vast.
    7. Beschrijf relevante bijzondere omstandigheden met bewijs.
    8. Onderbouw financiële draagkracht als die werkelijk een probleem is.
    9. Dien tijdig een zakelijke en complete zienswijze in.
    10. Laat het dossier bij een serieus risico juridisch beoordelen.

    Volgens de NVWA zijn “ik kende de regels niet”, “mijn medewerker deed het” en “ik heb het inmiddels opgelost” op zichzelf zwakke argumenten. Een zienswijze moet vooral aantonen waarom geen overtreding bestaat, welke feiten onjuist zijn of welke omstandigheden juridisch relevant zijn.

    Voorkomen is goedkoper dan herstellen

    Minimale preventieve controle

    • bepaal je juridische rol per product;
    • maak een wetgevingsmatrix;
    • controleer modelmatch van tests en verklaringen;
    • koppel ieder product en iedere batch aan een dossier-versie;
    • controleer label, handleiding en webpagina tegen elkaar;
    • registreer klachten en incidenten centraal;
    • test de procedure voor verkoopstop en melding;
    • audit risicovolle leveranciers en productgroepen periodiek.

    Veelgemaakte fouten

    • denken dat eerst altijd een waarschuwing moet worden gegeven;
    • alleen de boete bekijken en de herstelmaatregel onderschatten;
    • geen verkoopstop instellen tijdens een serieus veiligheidsonderzoek;
    • documenten achteraf dateren of reconstrueren zonder dit te vermelden;
    • de verantwoordelijkheid volledig bij de buitenlandse leverancier leggen;
    • de reactietermijn voor een zienswijze missen;
    • alleen zeggen dat de fout is opgelost;
    • herhaling bij andere producten of batches niet onderzoeken;
    • geen bewijs bewaren van corrigerende acties en communicatie.

    FAQ

    Hoe hoog is een boete voor overtreding van de GPSR?

    Er is geen universeel bedrag. De hoogte volgt uit de toepasselijke Nederlandse wet en overtreding en kan worden beïnvloed door ernst, risico, herhaling, ondernemingsomvang en andere omstandigheden.

    Krijg je altijd eerst een waarschuwing?

    Nee. Bij ernstigere risico’s of overtredingen kan direct een maatregel, boete of andere interventie volgen.

    Vervalt de boete als ik de fout meteen herstel?

    Niet automatisch. Herstel kan belangrijk zijn voor risicobeperking, maar een boete bestraft de overtreding die al heeft plaatsgevonden.

    Is een dwangsom hetzelfde als een boete?

    Nee. Een dwangsom stimuleert naleving van een opgelegde last. Een bestuurlijke boete is bestraffend.

    Kan ik reageren voordat de boete definitief wordt?

    Bij een voornemen tot boete of maatregel kun je doorgaans binnen de genoemde termijn een zienswijze indienen. Tegen het definitieve besluit kan bezwaar mogelijk zijn.

    Officiële bronnen

    Dit artikel is gecontroleerd op 2 september 2026 aan de hand van de NVWA-uitleg over interventies, maatregelen, boetes en strafrechtelijke vervolging, de officiële informatie over het indienen van een zienswijze, het actuele Warenwetbesluit bestuurlijke boeten, de Verordening markttoezicht (EU) 2019/1020 en de geconsolideerde GPSR, met name artikel 44.

  • Wat gebeurt er bij een productcontrole door de NVWA?

    Wat gebeurt er bij een productcontrole door de NVWA?

    Laatst inhoudelijk bijgewerkt op 7 oktober 2026

    Wat is de NVWA en wat is een productcontrole?

    De NVWA is de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Zij houdt onder meer toezicht op de veiligheid van veel consumentenproducten. Bij een productcontrole kan een toezichthouder beoordelen of product, etiketten, documentatie en het aanbod voldoen aan de regels.

    Voorbeeld: Verkoop je speelgoed, dan kan de NVWA bijvoorbeeld informatie opvragen over veiligheidswaarschuwingen en testdocumentatie. De manier van controleren hangt af van product en risico.

    Kort antwoord: een productcontrole door de NVWA kan aangekondigd of onaangekondigd plaatsvinden. Een inspecteur kan producten, labels, administratie en technische documentatie bekijken, foto’s maken en monsters nemen. Je moet in beginsel meewerken. Na de controle kan niets volgen, maar ook nalevingshulp, een waarschuwing, corrigerende maatregel, verkoopbeperking, boetetraject of proces-verbaal.

    Waarom wordt een product gecontroleerd?

    Producttoezicht is risicogericht. Een controle kan voortkomen uit een thematisch onderzoek, klacht, ongeval, bedrijfsmelding, Safety Gate-signaal, informatie van een andere autoriteit of een grenscontrole. Ook je online aanbod kan aanleiding zijn.

    De NVWA houdt toezicht op veel consumentenproducten, maar niet op iedere productgroep als enige autoriteit. Afhankelijk van het product kunnen ook andere toezichthouders bevoegd zijn. Bepaal daarom eerst welke productwetgeving en autoriteit gelden.

    Een inspectie is meestal onaangekondigd

    De NVWA vermeldt dat bedrijven op ieder moment kunnen worden gecontroleerd en dat inspecties meestal niet vooraf worden aangekondigd. Zorg dat dossiers daarom ook toegankelijk zijn wanneer je vaste compliance-medewerker afwezig is.

    De inspecteur toont een toezichthouderspas. Twijfel je aan de identiteit, vraag dan naar deze pas en verifieer zo nodig via het officiële NVWA-contactkanaal. Noteer naam, datum, onderwerp en referentienummer.

    Wat kan de NVWA controleren?

    Product, verpakking en webpagina

    De inspecteur kan nagaan of product, verpakking en online aanbod overeenkomen en of verplichte informatie zichtbaar is. Denk aan model- en batchnummers, fabrikant, importeur, verantwoordelijke EU-partij, CE-markering, waarschuwingen en Nederlandse instructies.

    Controleer vooraf wat op een productlabel moet staan en welke GPSR-informatie online zichtbaar moet zijn.

    Technische documentatie

    Afhankelijk van de regels kan worden gevraagd om productbeschrijving, tekeningen, risicoanalyse, normenlijst, berekeningen, testrapporten, EU-conformiteitsverklaring, certificaten, labels en handleidingen. Alles moet bij het gecontroleerde model en de betrokken batch horen.

    Een rapport van een vergelijkbaar product of een verklaring met een ander typenummer is geen betrouwbare modelmatch. Gebruik de checklist voor de inhoud van een technisch dossier.

    Traceerbaarheid

    Je moet kunnen uitleggen van wie je het product ontving, aan wie je het leverde en welke aantallen in welke landen zijn verkocht. Leg fabrikant, leverancier, importeur, model, batch, voorraad en verkoop daarom gekoppeld vast.

    Klachten en incidenten

    De inspecteur kan vragen hoe je klachten beoordeelt, ongevallen registreert en producten blokkeert of meldt. Laat zien dat signalen aan model en batch worden gekoppeld. Is het product gevaarlijk, volg dan het stappenplan voor verkoopstop en terugroepactie.

    Welke bevoegdheden hebben toezichthouders?

    De Algemene wet bestuursrecht en Europese markttoezichtregels geven toezichthouders onderzoeksbevoegdheden. Afhankelijk van wet en doel kunnen inspecteurs:

    • bedrijfsruimten en vervoermiddelen betreden en onderzoeken;
    • inlichtingen en documenten vorderen;
    • administratie inzien, kopiëren of tijdelijk meenemen;
    • foto-, video- en geluidsopnamen maken;
    • producten onderzoeken en monsters nemen;
    • technische gegevens, software en keteninformatie opvragen;
    • online aanbod controleren.

    Verordening (EU) 2019/1020 vereist onder meer bevoegdheden voor onaangekondigde inspecties, documentonderzoek en productmonsters. Het optreden moet doelgericht en evenredig zijn.

    Moet je meewerken?

    Ja. Je bent in beginsel verplicht toegang tot bedrijfsruimten te geven, informatie te verstrekken en een inspectie niet te belemmeren. Niet meewerken aan een formele vordering kan leiden tot een maatregel, boete of strafrechtelijke gevolgen.

    Voor woningen gelden bijzondere regels. Bevindt de bedrijfsruimte zich in of achter een woning, vraag dan op welke wettelijke bevoegdheid of machtiging de toegang berust. Blijf praktisch meewerken en laat juridische vragen parallel beoordelen.

    Wanneer geldt het zwijgrecht?

    Medewerking aan toezicht is de hoofdregel. Worden vragen gesteld over jouw betrokkenheid bij een feit waarvoor een boete of straf kan volgen, dan hoef je die bestraffende vragen niet te beantwoorden. Vooraf hoort de cautie te worden gegeven: de mededeling dat je niet verplicht bent te antwoorden.

    Maak onderscheid tussen het beschikbaar stellen van bestaande documenten en een verklaring over een mogelijke overtreding. Bij een reëel boeterisico kan directe juridische bijstand verstandig zijn.

    Mag een jurist of getuige aansluiten?

    Volgens de NVWA mag je een getuige of advocaat bij de inspectie laten zijn, zolang je het onderzoek niet belemmert. Laat één medewerker de communicatie coördineren. Als een antwoord niet zeker is, noteer de vraag en lever later een gecontroleerd antwoord aan.

    Je mag tijdens de controle een verklaring geven en vragen die in het verslag op te nemen. Vraag ook welke modellen, batches, wetten en onderzoeksvragen binnen de controle vallen.

    Wat gebeurt er met productmonsters?

    Een toezichthouder kan exemplaren meenemen voor onderzoek. Leg productnaam, model, EAN, batch, hoeveelheid, conditie en verzegeling vast. Vraag om een bewijs en bewaar zo mogelijk een representatief exemplaar van dezelfde batch.

    Maak een monsterlog

    • datum, inspecteur en zaaknummer;
    • exact product en batch;
    • aantal meegenomen exemplaren;
    • foto’s en conditie bij overdracht;
    • ontvangst- of bemonsteringsbewijs;
    • eventuele voorraadblokkade.

    Wat gebeurt er na de inspectie?

    De inspecteur maakt een inspectieverslag. Als alles akkoord is, volgt doorgaans geen interventie. Vindt de NVWA een overtreding, dan noemt zij vier routes die kunnen worden gecombineerd:

    • nalevingshulp;
    • een officiële waarschuwing;
    • een rapport van bevindingen voor maatregel of boete;
    • een proces-verbaal.

    Bij productrisico’s kan daarnaast worden verlangd dat je informatie corrigeert, verkoop stopt, producten uit de handel neemt, consumenten waarschuwt of een recall uitvoert. Online aanbod kan eveneens worden beperkt.

    Kun je reageren of bezwaar maken?

    Je kunt tijdens de inspectie je verklaring laten vastleggen. Tegen de controle zelf of een waarschuwing staat niet altijd bezwaar open. Voor een definitieve boete of maatregel kun je doorgaans eerst een zienswijze indienen, behalve bij spoed. Tegen het uiteindelijke besluit kan bezwaar en beroep mogelijk zijn.

    Vraag het inspectieverslag op en controleer productidentificatie, aantallen, verklaringen en tijdlijn. Corrigeer feitelijke onjuistheden snel en onderbouwd. Wijzig of vernietig geen relevante stukken nadat het onderzoek is begonnen.

    Zo maak je je webshop inspectieklaar

    1. Bepaal per product je rol en toepasselijke wetgeving.
    2. Koppel ieder model en elke batch aan de juiste dossier-versie.
    3. Controleer labels, handleiding en webpagina tegen elkaar.
    4. Bewaar traceerbare inkoop-, voorraad- en verkoopgegevens.
    5. Registreer klachten, incidenten en corrigerende acties.
    6. Wijs een primaire en vervangende contactpersoon aan.
    7. Maak documenten veilig en snel exporteerbaar.
    8. Leg een procedure vast voor monsters en voorraadblokkade.
    9. Test jaarlijks met een interne dossiersteekproef.

    Veelgemaakte fouten

    • documenten pas na de controle bij de leverancier opvragen;
    • een testrapport tonen dat niet bij model of batch hoort;
    • onjuiste fabrikant- of importeursgegevens gebruiken;
    • medewerkers antwoorden laten gokken;
    • geen bewijs bijhouden van meegenomen monsters;
    • inkoop, voorraad en verkoop niet kunnen koppelen;
    • klachten niet beoordelen op veiligheidsrisico;
    • de inspectie hinderen uit angst voor een boete;
    • een waarschuwing niet tijdig opvolgen.

    FAQ

    Kondigt de NVWA een inspectie vooraf aan?

    Meestal niet. Afhankelijk van bedrijf en onderwerp kan wel een afspraak worden gemaakt.

    Mag de NVWA mijn technische dossier opvragen?

    Ja. Relevante technische documentatie, administratie en ketengegevens kunnen voor het toezicht worden gevorderd.

    Mag de inspecteur producten meenemen?

    Er kunnen monsters worden genomen. Vraag om registratie en leg zelf model, batch, aantal en conditie vast.

    Mag mijn advocaat aanwezig zijn?

    De NVWA vermeldt dat een getuige of advocaat mag aansluiten, zolang de inspectie niet wordt belemmerd.

    Krijg ik direct een boete?

    Niet noodzakelijk. Er kan niets volgen, maar ook nalevingshulp, een waarschuwing, maatregel, boetetraject of proces-verbaal.

    Officiële bronnen

    Dit artikel is gecontroleerd op 1 september 2026 aan de hand van de NVWA-uitleg Hoe werkt een inspectie van de NVWA?, Veilige consumentenproducten aanbieden, hoofdstuk 5 Algemene wet bestuursrecht, de Verordening markttoezicht (EU) 2019/1020 en de actuele GPSR.

  • Wat moet je doen bij een onveilig product of terugroepactie?

    Wat moet je doen bij een onveilig product of terugroepactie?

    Laatst inhoudelijk bijgewerkt op 7 oktober 2026

    Wat is een productterugroepactie?

    Bij een terugroepactie (recall) worden klanten gevraagd een product dat al bij hen terecht is gekomen terug te sturen of een andere corrigerende actie te ondernemen, bijvoorbeeld omdat het onveilig kan zijn. Een product uit de winkel of voorraad halen is iets anders: dat heet meestal uit de handel nemen of terughalen uit de distributieketen.

    Voorbeeld: Blijkt een verkochte oplader brandgevaarlijk, dan kan een waarschuwing en terugroepactie bij consumenten nodig zijn. Een verkoopstop alleen bereikt eerder verkochte opladers niet.

    Kort antwoord: vermoed je dat een product onveilig is, stop dan direct verdere verkoop en verzending voor zover dat nodig is om het risico te beheersen. Isoleer de voorraad, bepaal welke modellen en batches zijn geraakt, voer een risicobeoordeling uit en leg elke beslissing vast. Is het product gevaarlijk, neem dan passende corrigerende maatregelen, informeer betrokken marktdeelnemers en meld het via de Europese Safety Business Gateway. Zijn producten al bij consumenten, waarschuw hen rechtstreeks en organiseer zo nodig een terugroepactie met kosteloos herstel, vervanging of terugbetaling.

    Eerst dit: terughalen is niet altijd hetzelfde als terugroepen

    Een verkoopstop voorkomt dat nog meer exemplaren worden aangeboden. Bij een uit de handel nemen haal je producten uit de distributieketen, bijvoorbeeld bij je magazijn, fulfilmentpartner en wederverkopers. Een terugroepactie is gericht op producten die al bij consumenten zijn.

    Welke maatregel nodig is, hangt af van het risico, het aantal producten, de plaats in de keten en de mogelijkheid om het gevaar op een andere effectieve manier weg te nemen. Wacht bij een ernstig of onmiddellijk risico niet op een compleet onderzoeksrapport voordat je de verspreiding stopt.

    Stappenplan bij een mogelijk onveilig product

    1. Stop de verspreiding en stel een crisisteam aan

    Pauzeer verkoop, advertenties, automatische fulfilment en nieuwe zendingen voor de mogelijk geraakte modellen of batches. Blokkeer de voorraad fysiek en digitaal. Wijs één dossierhouder aan die beslissingen, contactmomenten en bewijsstukken verzamelt.

    Leg direct vast

    • datum, tijd en bron van het veiligheidssignaal;
    • product-, model-, batch- en serienummers;
    • klachten, ongevallen, foto’s en retourinformatie;
    • verkooplanden, aantallen, verkoopkanalen en ketenpartners;
    • de tijdelijke maatregelen en verantwoordelijke personen.

    2. Controleer het signaal en beoordeel het risico

    Onderzoek het defect, het te verwachten gebruik en redelijkerwijs voorzienbaar verkeerd gebruik. Kijk naar de kans op letsel en de ernst daarvan, maar ook naar kwetsbare gebruikers zoals kinderen of ouderen. Vergelijk klachten met testresultaten, ontwerpgegevens, instructies en eerdere incidenten.

    Werk de bestaande GPSR-risicoanalyse bij. Een ontbrekend certificaat is niet automatisch bewijs dat een product gevaarlijk is, en een aanwezig certificaat is geen garantie dat er geen veiligheidsrisico bestaat.

    3. Baken de betrokken producten af

    Gebruik traceerbaarheidsgegevens om vast te stellen welke exemplaren geraakt kunnen zijn. Begin ruim als informatie onzeker is en versmal pas wanneer je daarvoor technisch bewijs hebt. Controleer ook varianten met dezelfde component, firmware, fabrikant of productielijn.

    Een bruikbaar afbakeningsdocument noemt minimaal merk, productnaam, typenummer, EAN, batch- of serienummer, verkoopperiode, foto’s en herkenningspunten. Goede productlabels maken deze stap aanzienlijk sneller.

    4. Kies een passende corrigerende maatregel

    Mogelijke maatregelen zijn een verkoopstop, reparatie, software-update, aangepaste instructie of waarschuwing, uit de handel nemen, vernietiging of terugroepactie. De maatregel moet het risico werkelijk en tijdig wegnemen. Alleen een waarschuwing toevoegen is onvoldoende wanneer consumenten het gevaar daarmee niet effectief kunnen vermijden.

    De GPSR behandelt een terugroepactie als een ingrijpende maatregel wanneer andere maatregelen niet toereikend zijn om veiligheid te bereiken. Bij twijfel over de ernst of reikwijdte is overleg met de bevoegde toezichthouder verstandig, zonder noodzakelijke noodmaatregelen uit te stellen.

    5. Informeer de keten en meld het gevaar

    Fabrikanten, importeurs en distributeurs moeten elkaar snel informeren. Een fabrikant die reden heeft om aan te nemen dat een product gevaarlijk is, moet corrigerende maatregelen nemen en de bevoegde autoriteiten via de Safety Business Gateway informeren. Importeurs en distributeurs informeren de fabrikant of diens verantwoordelijke persoon en zorgen dat passende maatregelen worden genomen.

    In Nederland wijst de NVWA bedrijven voor gevaarlijke non-foodproducten eveneens naar deze Europese meldroute. Vermeld de landen waar het product is aangeboden en lever de beschikbare identificatie-, risico- en maatregelinformatie aan. Vul het dossier aan zodra nieuw bewijs beschikbaar komt.

    6. Waarschuw consumenten duidelijk en rechtstreeks

    Zijn klanten identificeerbaar, neem dan rechtstreeks contact op via de beschikbare kanalen. Gebruik niet alleen een algemeen nieuwsbericht. Maak de boodschap herkenbaar en actiegericht: welk product, welke batches, welk gevaar, wat moet de consument onmiddellijk doen en welk kosteloos herstel is beschikbaar?

    Als niet alle kopers rechtstreeks kunnen worden bereikt, publiceer de waarschuwing ook via je website, verkoopplatformen, sociale kanalen en andere passende kanalen. De Europese uitvoeringsverordening 2024/1435 bevat een model voor terugroepberichten. Vermijd formuleringen die de ernst bagatelliseren, zoals “vrijwillig”, “uit voorzorg” of “in zeldzame gevallen”, wanneer die de consument kunnen ontmoedigen.

    7. Bied een doeltreffende en kosteloze oplossing

    Bij een veiligheidsrecall geeft de GPSR consumenten recht op een effectieve, kosteloze en tijdige remedie. In beginsel moet de keuze bestaan uit ten minste twee van deze opties: reparatie, vervanging of een adequate terugbetaling. Alleen wanneer een optie onmogelijk of onevenredig is, kan de keuze beperkter zijn.

    Maak retourneren laagdrempelig. Vraag geen aankoopbewijs als je het betrokken product op een andere betrouwbare manier kunt identificeren. Laat consumenten niet betalen voor verzending, reparatie of andere noodzakelijke handelingen om het gevaar weg te nemen.

    8. Meet bereik en effectiviteit

    Een recall is niet klaar na het versturen van één e-mail. Houd per kanaal bij hoeveel consumenten zijn bereikt, hoeveel producten zijn geretourneerd of hersteld en welke groepen achterblijven. Stuur herinneringen en pas de communicatie aan als de respons te laag is.

    Deel voortgang met de toezichthouder wanneer daarom wordt gevraagd. Leg ook vast wat met teruggenomen producten gebeurt, zodat ze niet ongemerkt opnieuw in de handel komen.

    9. Sluit het dossier en voorkom herhaling

    Analyseer de grondoorzaak en werk ontwerp, inkoopvoorwaarden, kwaliteitscontrole, labels, instructies en documentatie bij. Bewaar de dossier-versies en alle besluiten traceerbaar; zie ook hoe lang technische documentatie moet worden bewaard.

    Wie doet wat in de keten?

    Fabrikant

    De fabrikant onderzoekt het risico, neemt corrigerende maatregelen, informeert autoriteiten en communiceert met consumenten. Verkoop je een product onder je eigen naam of merk, dan kun je juridisch fabrikant zijn, ook als een fabriek buiten de EU produceert.

    Importeur

    De importeur mag een product niet verder aanbieden als hij reden heeft om aan te nemen dat het niet veilig is. Hij informeert de fabrikant, zorgt dat maatregelen worden genomen en werkt mee aan de melding en terugroepactie. Lees ook de verplichtingen van een importeur buiten de EU.

    Distributeur en webshop

    Een distributeur of webshop moet zorgvuldig handelen, verkoop stoppen wanneer veiligheid in twijfel staat, informatie doorgeven en meewerken aan corrigerende maatregelen. Het doorsturen van een klacht naar de leverancier ontslaat je niet van je eigen verplichtingen.

    Wat moet in het recall-dossier?

    • het oorspronkelijke signaal, klachten en ongevalsgegevens;
    • de risicoanalyse en technische onderbouwing;
    • afbakening van modellen, batches, landen en verkoopkanalen;
    • voorraad- en verkoopgegevens plus ketencontacten;
    • besluiten, verantwoordelijken en tijdlijn;
    • meldingen aan autoriteiten en bevestigingen;
    • consumentenbericht, vertalingen en gebruikte kanalen;
    • retour-, reparatie-, vervangings- en terugbetalingsgegevens;
    • effectiviteitsmetingen en herinneringsacties;
    • grondoorzaak, structurele verbeteringen en dossierwijzigingen.

    Veelgemaakte fouten

    • blijven verkopen terwijl het onderzoek nog loopt;
    • alleen de leverancier laten beslissen en zelf niets vastleggen;
    • de betrokken batch te smal afbakenen zonder technisch bewijs;
    • een gevaarlijk product niet via de Safety Business Gateway melden;
    • alleen een websitebericht plaatsen terwijl klantgegevens beschikbaar zijn;
    • vage productfoto’s of ontbrekende modelnummers gebruiken;
    • het risico bagatelliseren in het terugroepbericht;
    • retourkosten of ingewikkelde voorwaarden bij de consument leggen;
    • geen herinneringen sturen en de effectiviteit niet meten;
    • geretourneerde producten zonder blokkade opnieuw verkopen.

    FAQ

    Moet elk defect product worden gemeld?

    Nee. Een kwaliteitsgebrek is niet automatisch een veiligheidsrisico. Beoordeel wel elk signaal zorgvuldig. Is het product gevaarlijk, dan gelden de meld- en maatregelplichten.

    Moet ik meteen alle klanten benaderen?

    Bij een recall moeten identificeerbare getroffen consumenten rechtstreeks en zonder onnodige vertraging worden geïnformeerd. Zorg eerst dat productafbakening, gevaar en handelingsadvies voldoende duidelijk zijn, maar stel noodzakelijke waarschuwingen niet uit.

    Mag een leverancier de terugroepactie volledig uitvoeren?

    Uitvoering kan worden verdeeld, maar iedere marktdeelnemer houdt zijn eigen wettelijke verantwoordelijkheid. Leg rollen, deadlines, gegevensuitwisseling en bewijsstukken schriftelijk vast.

    Is een tegoedbon voldoende als oplossing?

    Niet zonder meer. De GPSR noemt bij een recall reparatie, vervanging en adequate terugbetaling. De remedie moet kosteloos, tijdig en effectief zijn.

    Waar meld ik een gevaarlijk non-foodproduct?

    Bedrijven gebruiken de Europese Safety Business Gateway. De NVWA verwijst Nederlandse ondernemingen voor gevaarlijke non-foodproducten naar deze meldroute.

    Officiële bronnen

    Dit artikel is gecontroleerd op 30 augustus 2026 aan de hand van de geconsolideerde Algemene Productveiligheidsverordening (EU) 2023/988, met name artikelen 9 tot en met 12, 20, 35 tot en met 37, de NVWA-uitleg over het melden van onveilige non-foodproducten, de NVWA-informatie over terugroepacties, de Europese Safety Business Gateway en Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1435 met het model-terugroepbericht.

  • Wat moet er op een productlabel staan?

    Wat moet er op een productlabel staan?

    Laatst inhoudelijk bijgewerkt op 7 oktober 2026

    Wat is een productlabel?

    Een productlabel is de informatie die op een product of op de verpakking staat, zoals de identiteit van de fabrikant, een productnummer, waarschuwingen of wettelijk voorgeschreven symbolen. Welke gegevens verplicht zijn, verschilt per productcategorie.

    Voorbeeld: Op een speelgoedartikel kunnen andere waarschuwingen en identificatiegegevens vereist zijn dan op een cosmeticaverpakking. Een mooi etiket is dus niet automatisch een wettelijk correct etiket.

    Kort antwoord: op een productlabel staan in ieder geval een duidelijke productidentificatie en de naam, het postadres en het elektronische adres van de fabrikant. Bij invoer van buiten de EU zijn doorgaans ook de gegevens van de importeur en de verantwoordelijke EU-marktdeelnemer nodig. Voeg daarnaast alle waarschuwingen, veiligheidsinformatie, keurtekens en productspecifieke gegevens toe die de toepasselijke wetgeving verlangt. Er bestaat dus geen universeel label dat voor ieder product compleet is.

    Begin niet met het ontwerp, maar met de toepasselijke wetgeving

    Een mooi etiket is nog geen juridisch correct productlabel. Welke informatie verplicht is, hangt af van het product, het beoogde gebruik, de gebruiker en de verkoopmarkt. De Algemene Productveiligheidsverordening (GPSR) bevat basiseisen voor consumentenproducten. Voor onder meer elektrische apparaten, speelgoed, persoonlijke beschermingsmiddelen, batterijen, textiel en energiegerelateerde producten gelden aanvullende regels.

    Maak daarom eerst een wetgevingsmatrix: noteer per toepasselijke verordening of richtlijn welke informatie op het product zelf moet staan, wat alleen bij gebrek aan ruimte naar verpakking of begeleidend document mag en welke gegevens ook online zichtbaar moeten zijn. Controleer bij CE-producten eerst of CE-markering verplicht is.

    Welke basisgegevens horen op een productlabel?

    1. Productidentificatie

    De fabrikant moet zorgen dat het product herleidbaar is via een type-, partij-, batch- of serienummer, of een ander herkenningselement. Volgens artikel 9 lid 5 GPSR moet dit gemakkelijk zichtbaar en leesbaar zijn. Alleen als de omvang of aard van het product dat niet toelaat, mag de identificatie op de verpakking of in een begeleidend document staan.

    Kies een identificatie die aansluit op inkooporders, testrapporten, productiegegevens, klachten en terugroepacties. Een algemene handelsnaam zonder versie, batch of model is vaak onvoldoende om exact vast te stellen om welk product het gaat.

    2. Gegevens van de fabrikant

    Vermeld de naam, geregistreerde handelsnaam of het geregistreerde merk van de fabrikant, plus een postadres en elektronisch adres waarop de fabrikant bereikbaar is. Het elektronische adres kan bijvoorbeeld een actueel e-mailadres zijn. Een website zonder rechtstreeks bruikbaar contactpunt is niet automatisch voldoende.

    De fabrikant is de partij die het product vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen en het onder eigen naam of merk verkoopt. Verkoop je een bestaand product onder private label, lees dan ook wanneer je juridisch fabrikant wordt.

    3. Gegevens van de importeur

    Komt het product uit een land buiten de EU en brengt een EU-onderneming het voor het eerst op de Uniemarkt, dan moet de importeur zijn naam, handelsnaam of merk en bereikbare contactgegevens toevoegen. Onder de GPSR gaat het om post- en elektronisch adres. De informatie staat in beginsel op het product; waar de wet dit toestaat kan verpakking of begeleidend document worden gebruikt.

    De importeursgegevens mogen de fabrikantgegevens niet bedekken. Een sticker kan praktisch zijn, maar moet duurzaam, leesbaar en ondubbelzinnig zijn. Bekijk daarnaast de volledige verplichtingen van een importeur buiten de EU.

    4. Verantwoordelijke persoon in de EU

    Voor producten onder de GPSR moet een verantwoordelijke marktdeelnemer in de EU bestaan. Bij een fabrikant buiten de EU moeten de naam en contactgegevens van deze EU-partij bij het product worden vermeld. Dat kan de importeur, een geldig gemachtigde of in bepaalde gevallen een fulfilmentdienstverlener zijn. Lees wie kan optreden als verantwoordelijke persoon in de EU.

    5. Waarschuwingen en veiligheidsinformatie

    Voeg waarschuwingen toe die nodig zijn voor veilig gebruik. Denk aan leeftijdsgrenzen, verstikkingsgevaar, elektrische risico’s, maximale belasting, allergenen of chemische gevaren. Waarschuwingen moeten duidelijk, begrijpelijk en in de taal staan die de lidstaat verlangt. In Nederland betekent dit doorgaans Nederlands voor informatie die consumenten nodig hebben om een product veilig te gebruiken.

    Een waarschuwing mag geen vervanging zijn voor een veilig ontwerp. Risico’s moeten eerst zoveel mogelijk worden weggenomen door ontwerp en beschermingsmaatregelen; pas daarna waarschuw je voor restrisico’s. Leg die afweging vast in de GPSR-risicoanalyse.

    Wanneer mag informatie op de verpakking of handleiding?

    De hoofdregel is dat identificatie en marktdeelnemersgegevens op het product staan. Afwijken mag niet alleen omdat een doos of handleiding grafisch beter uitkomt. De GPSR staat verplaatsing toe wanneer de grootte of aard van het product vermelding op het product niet mogelijk maakt. Sectorspecifieke wetgeving kan een iets andere formulering of volgorde kennen.

    • Product: gebruik dit als eerste drager voor identificatie, fabrikantgegevens en verplichte markeringen.
    • Verpakking: gebruik dit alleen wanneer de toepasselijke regel dat toestaat of als extra herhaling.
    • Begeleidend document: geschikt voor uitgebreidere instructies en informatie waarvoor de wet deze plaats toestaat.
    • Online productpagina: heeft eigen informatieverplichtingen en vervangt het fysieke label niet.

    Praktijkvoorbeeld: kleine USB-lader

    Een USB-lader heeft weinig oppervlak, maar draagt doorgaans toch minimaal modelidentificatie, elektrische waarden, fabrikantinformatie en toepasselijke symbolen. Komt de fabrikant van buiten de EU, dan moeten ook importeur of verantwoordelijke EU-partij correct worden vermeld. Alleen een QR-code naar een webpagina gebruiken is riskant wanneer de wet fysieke vermelding eist. De verpakking en handleiding kunnen aanvullende waarschuwingen en contactgegevens bevatten, maar vervangen het productlabel alleen als de toepasselijke regel dat uitdrukkelijk toestaat.

    Welke extra markeringen kunnen verplicht zijn?

    Naast de GPSR-basisinformatie kunnen productregels onder meer de volgende gegevens voorschrijven:

    • CE-markering, met eventueel het identificatienummer van een aangemelde instantie;
    • nominale spanning, vermogen, frequentie, IP-klasse of andere technische waarden;
    • WEEE-symbool voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur;
    • batterijsymbolen, chemische aanduidingen, capaciteit of afzonderlijke inzamelinformatie;
    • energielabel, productinformatieblad of EPREL-gerelateerde gegevens;
    • textielsamenstelling, maat- of onderhoudsinformatie;
    • leeftijdswaarschuwingen en specifieke speelgoedmarkeringen;
    • CLP-pictogrammen, signaalwoord, gevarenaanduidingen en voorzorgsmaatregelen bij chemische producten;
    • UDI- of andere sectorspecifieke identificatie.

    Breng CE niet aan op producten waarvoor geen CE-wetgeving geldt. Een onterecht CE-logo kan misleidend zijn en maakt het product niet compliant. Bij batterijen is het nuttig de aparte checklist voor producten met batterijen te gebruiken.

    Hoe groot en leesbaar moeten gegevens zijn?

    De GPSR verlangt dat identificatie en relevante informatie gemakkelijk zichtbaar en leesbaar zijn. Sectorspecifieke regels kunnen exacte afmetingen voorschrijven, zoals voor de CE-markering. Houd daarnaast rekening met duurzaamheid: de informatie moet gedurende de redelijkerwijs te verwachten gebruiksduur bruikbaar blijven.

    Test labels op contrast, lettergrootte, slijtage, vocht, warmte en gebruikte reinigingsmiddelen. Controleer ook of een sticker loslaat, een naad wordt afgesneden of een barcode cruciale tekst bedekt. Bewaar de goedgekeurde labelversie in het technische dossier.

    Kan een QR-code verplichte tekst vervangen?

    Gebruik een QR-code vooral als aanvulling. De GPSR vraagt fysieke productidentificatie en contactgegevens op het product, of onder de wettelijke voorwaarden op verpakking of begeleidend document. Digitale toegang is nuttig voor uitgebreide instructies, actuele talenversies en aanvullende documentatie, maar vervangt verplichte fysieke informatie niet zonder een expliciete wettelijke basis.

    Maak de landingspagina bovendien duurzaam: behoud de URL, versienummering en toegang zonder account. Zorg dat een consument ook zonder smartphone de essentiële veiligheidsinformatie kan vinden.

    Wat moet ook op de online productpagina staan?

    Een fysiek correct label is niet genoeg voor online verkoop. Artikel 19 GPSR verlangt dat het aanbod vóór aankoop duidelijk en gemakkelijk toegankelijk onder meer fabrikantgegevens, productidentificatie en waarschuwingen toont. Zit de fabrikant buiten de EU, dan moeten ook naam en post- en elektronisch adres van de verantwoordelijke persoon in de EU zichtbaar zijn.

    Zet deze gegevens als tekst in de productspecificaties. Alleen een foto waarop kleine labeltekst staat is minder toegankelijk en foutgevoeliger. Gebruik de complete checklist voor GPSR-informatie op een online productpagina.

    Stappenplan voor een correct productlabel

    1. Identificeer product, doelgroep, beoogd gebruik en verkooplanden.
    2. Bepaal GPSR en alle toepasselijke sectorspecifieke wetgeving.
    3. Maak per regel een lijst van verplichte fysieke en digitale informatie.
    4. Koppel model-, batch- of serienummers aan productie- en testdocumenten.
    5. Verifieer de juridische fabrikant, importeur en verantwoordelijke EU-partij.
    6. Schrijf waarschuwingen op basis van de risicoanalyse en geldende normen.
    7. Maak per taal en markt een gecontroleerde labelversie.
    8. Controleer plaatsing, minimale afmetingen, contrast en duurzaamheid.
    9. Vergelijk label, verpakking, handleiding, conformiteitsverklaring en online aanbod.
    10. Laat de definitieve versie vrijgeven en archiveer die in het technisch dossier.

    Veelgemaakte fouten

    • alleen een merknaam noemen zonder traceerbaar model- of batchnummer;
    • een postadres vermelden maar geen elektronisch adres;
    • de handelsnaam van een leverancier verwarren met de juridische fabrikant;
    • importeursgegevens over de fabrikantgegevens plakken;
    • een EU-adres opnemen zonder dat die partij de wettelijke rol uitvoert;
    • verplichte informatie uitsluitend via een QR-code aanbieden;
    • Engelstalige waarschuwingen gebruiken voor Nederlandse consumenten;
    • CE-markering aanbrengen zonder toepasselijke CE-wetgeving;
    • label, handleiding, teststukken en conformiteitsverklaring verschillende modelnummers geven;
    • productspecifieke regels voor bijvoorbeeld speelgoed, batterijen of chemicaliën vergeten.

    FAQ

    Moet het volledige adres van de fabrikant op het product staan?

    De GPSR verlangt een postadres en elektronisch adres waarop de fabrikant bereikbaar is, naast naam, handelsnaam of merk. Alleen als de grootte of aard van het product vermelding niet toelaat, kan de informatie onder de wettelijke voorwaarden op verpakking of begeleidend document staan.

    Is een e-mailadres verplicht op het productlabel?

    Voor consumentenproducten onder de GPSR vraagt artikel 9 om zowel een postadres als een elektronisch adres van de fabrikant. Voor importeur en verantwoordelijke EU-partij gelden eveneens contacteisen. Controleer daarnaast sectorspecifieke wetgeving.

    Mag ik importeursgegevens met een sticker toevoegen?

    Dat kan praktisch mogelijk zijn als de sticker duurzaam en leesbaar is, de fabrikantgegevens niet bedekt en de toepasselijke productregel deze plaatsing toestaat. De importeur moet zijn rol en controles daadwerkelijk uitvoeren.

    Moet ieder product een serienummer hebben?

    Nee. De GPSR noemt type-, partij-, serie- of modelnummer of een ander identificatie-element. Kies een methode waarmee het exacte product en zo nodig de productiebatch traceerbaar zijn.

    Moeten waarschuwingen altijd in het Nederlands?

    Waarschuwingen en veiligheidsinformatie moeten in een taal staan die consumenten gemakkelijk begrijpen en die de lidstaat bepaalt. Voor verkoop aan Nederlandse consumenten is Nederlands doorgaans vereist.

    Vervangt een correct label een technisch dossier?

    Nee. Het label is één onderdeel van compliance. De risicoanalyse, testresultaten, specificaties, verklaringen en goedgekeurde label- en handleidingversies horen in het technisch dossier.

    Officiële bronnen

    Dit artikel is gecontroleerd op 27 augustus 2026 aan de hand van de geconsolideerde Algemene Productveiligheidsverordening (EU) 2023/988, met name artikelen 9, 11, 16 en 19, de officiële Blue Guide 2022, de EU-markttoezichtverordening 2019/1020 en het RVO-overzicht over CE-markering. Welke aanvullende labelgegevens gelden, hangt af van de specifieke productwetgeving.

  • Wat is een verantwoordelijke persoon in de EU?

    Wat is een verantwoordelijke persoon in de EU?

    Laatst inhoudelijk bijgewerkt op 7 oktober 2026

    Wat is een verantwoordelijke persoon in de EU?

    Een verantwoordelijke persoon is in de Europese productregels een partij die voor bepaalde producten een wettelijke rol vervult bij contact met toezichthouders en controle van productinformatie. Het gaat niet noodzakelijk om een individuele medewerker; het kan ook een bedrijf zijn. De precieze betekenis en taken verschillen per wet.

    Voorbeeld: Een fabrikant buiten de EU kan voor een consumentenproduct een in de EU gevestigde verantwoordelijke marktdeelnemer nodig hebben. Die partij moet niet alleen op de verpakking staan, maar ook daadwerkelijk de toepasselijke taken uitvoeren.

    Kort antwoord: een verantwoordelijke persoon in de EU is bij de GPSR geen willekeurige contactpersoon, maar een in de Europese Unie gevestigde marktdeelnemer die voor een product bepaalde controletaken en samenwerking met toezichthouders uitvoert. Dat kan een EU-fabrikant, importeur, schriftelijk gemachtigde of — als die ontbreken — een fulfilmentdienstverlener zijn. Producten mogen niet op de EU-markt komen zonder zo’n verantwoordelijke marktdeelnemer.

    “Persoon” kan ook een bedrijf zijn

    Artikel 16 van Verordening (EU) 2023/988 gebruikt de term verantwoordelijke persoon voor de economische operator die in de EU is gevestigd en de taken uit artikel 4 lid 3 van Verordening (EU) 2019/1020 uitvoert. Dat kan een natuurlijke persoon zijn, maar in de praktijk is het vaak een onderneming.

    De verantwoordelijke persoon vormt een bereikbaar EU-aanspreekpunt voor markttoezicht. Die partij moet kunnen controleren of kernstukken bestaan, informatie aan een toezichthouder verstrekken en meewerken wanneer een product een risico vormt. De rol vervangt de fabrikant niet en maakt een onveilig product niet vanzelf compliant.

    Mogelijke EU-partijWanneer?Belangrijk aandachtspunt
    Fabrikant in de EUDe fabrikant zelf is in de Unie gevestigd.De fabrikant draagt al de volledige fabrikantverplichtingen.
    ImporteurDe fabrikant zit buiten de EU en een EU-partij brengt het product uit een derde land op de markt.De importeur heeft naast deze rol eigen importeursverplichtingen.
    GemachtigdeDe fabrikant heeft een EU-partij schriftelijk gemandateerd voor de artikel 4-taken.Het mandaat moet de vereiste taken daadwerkelijk omvatten.
    FulfilmentdienstverlenerEr is geen EU-fabrikant, importeur of gemachtigde en de dienstverlener behandelt het product.Dit is een vangnet; de dienstverlener moet toegang tot documenten en samenwerking regelen.

    Wanneer is een verantwoordelijke persoon verplicht?

    Onder de GPSR mag een consumentenproduct alleen op de EU-markt worden gebracht wanneer er een verantwoordelijke economische operator in de EU is. Deze eis geldt ook voor producten die rechtstreeks vanuit een land buiten de EU aan Europese consumenten worden verkocht. De vestigingsplaats van de webshop of fabrikant buiten de EU neemt de eis niet weg.

    Voor veel CE-producten bestond een vergelijkbare eis al via artikel 4 van de Markttoezichtverordening. De GPSR breidt het beginsel uit naar producten die onder de algemene productveiligheidsregels vallen. Controleer daarnaast altijd sectorspecifieke wetgeving: cosmetica, medische hulpmiddelen en andere productgroepen gebruiken soms eveneens de term “responsible person”, maar met een eigen definitie en andere taken.

    Welke taken heeft de verantwoordelijke EU-partij?

    1. Controleren dat documentatie is opgesteld

    Als de productwet een EU-conformiteitsverklaring of prestatieverklaring en technische documentatie verlangt, controleert de verantwoordelijke partij of deze zijn opgesteld. Zij bewaart de verklaring gedurende de toepasselijke termijn en zorgt dat de technische documentatie op verzoek aan de autoriteit beschikbaar kan worden gesteld.

    Dit is meer dan het opslaan van een certificaat. De stukken moeten aan het exacte product zijn gekoppeld. Lees ook wat in een technisch dossier hoort en welke fouten vaak voorkomen in een EU-conformiteitsverklaring.

    2. Informatie aan toezichthouders verstrekken

    Na een gemotiveerd verzoek moet de verantwoordelijke partij alle informatie en documentatie leveren die nodig is om conformiteit aan te tonen. Dat gebeurt in een taal die de markttoezichthouder gemakkelijk kan begrijpen. De partij moet daarom vooraf regelen hoe snel zij volledige, actuele documenten van de fabrikant krijgt.

    3. Autoriteiten informeren bij een risico

    Heeft de verantwoordelijke partij reden om te denken dat een product een risico vormt, dan informeert zij de markttoezichtautoriteiten. Zij kan zich niet beperken tot het doorsturen van een e-mail naar de fabrikant buiten de EU.

    4. Meewerken aan corrigerende maatregelen

    De partij werkt met autoriteiten samen aan maatregelen die risico’s of non-conformiteit wegnemen. Denk aan aanvullende informatie, verkoopstop, correctie, uit de handel nemen of terugroepen. De fabrikant en andere marktdeelnemers behouden ondertussen hun eigen verplichtingen.

    5. Regelmatig kerninformatie controleren

    Artikel 16 GPSR verlangt daarnaast passende regelmatige controles, rekening houdend met de mogelijke productrisico’s. Daarbij gaat het onder meer om technische documentatie, instructies en veiligheidsinformatie, productidentificatie en correcte gegevens van fabrikant en importeur. Hoe intensief die controle moet zijn, hangt af van product, risico en handelsketen.

    Praktijkvoorbeeld: lamp rechtstreeks uit Azië

    Een Aziatische fabrikant verkoopt een lamp via een eigen webshop rechtstreeks aan Nederlandse consumenten. Er is geen traditionele importeur die voorraad inkoopt. Vóór verkoop moet toch een verantwoordelijke EU-marktdeelnemer zijn aangewezen. Dat kan bijvoorbeeld een gemachtigde met een correct schriftelijk mandaat zijn. De naam en contactgegevens van die EU-partij moeten bij het product en in het online aanbod staan. De gemachtigde moet toegang hebben tot de relevante documentatie en kunnen samenwerken met toezichthouders; alleen een betaald EU-adres op de verpakking is onvoldoende.

    Welke gegevens moeten op product of verpakking staan?

    De naam, geregistreerde handelsnaam of het merk en de contactgegevens van de verantwoordelijke EU-partij moeten op het product, de verpakking, het pakket of een begeleidend document worden vermeld. Kies de plaats die de wet voor het betreffende product toestaat en zorg dat de informatie goed leesbaar en actueel is.

    De gegevens van de verantwoordelijke persoon vervangen niet automatisch die van fabrikant en importeur. Een product kan daarom meerdere namen en adressen dragen, elk met een andere wettelijke rol. Gebruik duidelijke rolaanduidingen en voorkom dat labels verplichte informatie bedekken.

    Wat moet op de online productpagina staan?

    Wanneer de fabrikant buiten de EU is gevestigd, moet een online aanbod onder artikel 19 GPSR ook de naam en het post- en elektronische adres van de verantwoordelijke EU-persoon tonen. Deze informatie moet vóór aankoop gemakkelijk toegankelijk zijn; alleen een foto van kleine tekst op de verpakking is geen betrouwbare oplossing.

    Daarnaast zijn onder meer fabrikantgegevens, productidentificatie en toepasselijke waarschuwingen vereist. Bekijk de volledige checklist voor GPSR-informatie op een online productpagina.

    Gemachtigde en verantwoordelijke persoon: wat is het verschil?

    Een gemachtigde is een specifieke soort EU-marktdeelnemer die van de fabrikant een schriftelijk mandaat krijgt. De gemachtigde kan de verantwoordelijke persoon zijn wanneer het mandaat expliciet de taken uit artikel 4 lid 3 omvat. Een algemeen verkoop-, administratie- of postadrescontract is daarvoor niet genoeg.

    De gemachtigde voert alleen de taken uit die rechtsgeldig zijn gemandateerd. Kernverantwoordelijkheden van de fabrikant, zoals veilig productontwerp en het opstellen van technische documentatie, kunnen niet simpelweg verdwijnen door een vertegenwoordiger te benoemen.

    Is een importeur automatisch de verantwoordelijke persoon?

    Wanneer een fabrikant buiten de EU zit en een EU-importeur het product uit het derde land op de markt brengt, vervult de importeur doorgaans de rol van verantwoordelijke economische operator. De importeur moet bovendien aan zijn eigen controle-, label-, opslag-, documentatie- en meldplichten voldoen. Zie daarvoor de uitleg over verplichtingen bij import van buiten de EU.

    Een schriftelijk aangewezen gemachtigde kan bij bepaalde handelsmodellen de artikel 4-taken uitvoeren, maar dat neemt niet automatisch alle verplichtingen van een bestaande importeur weg. Breng de volledige keten en toepasselijke productwet in kaart.

    Wanneer wordt een fulfilmentdienstverlener verantwoordelijk?

    Een fulfilmentdienstverlener kan het vangnet zijn wanneer geen EU-fabrikant, importeur of gemachtigde aanwezig is. Daarvoor moet de onderneming in de EU zijn gevestigd en voor het product minimaal twee relevante fulfilmentdiensten verrichten, zoals opslag, verpakking, adressering en verzending, zonder eigenaar van het product te zijn.

    Omdat zo’n dienstverlener vaak geen directe relatie met de fabrikant heeft, moet hij vóór acceptatie toegang tot verklaringen, technische documentatie en medewerking aan corrigerende maatregelen regelen. Een gewone pakketvervoerder of postdienst wordt niet alleen door bezorging de verantwoordelijke persoon.

    Veelgemaakte fouten

    • een willekeurig EU-adres gebruiken zonder dat die partij de wettelijke taken uitvoert;
    • denken dat “EU representative” op een label voldoende bewijs van een geldig mandaat is;
    • alleen een naam vermelden en geen bruikbaar post- en elektronisch contactadres;
    • de verantwoordelijke persoon verwarren met fabrikant, importeur of verkoper;
    • de EU-contactgegevens niet op de online productpagina tonen;
    • een gemachtigde aanwijzen die geen toegang heeft tot het technische dossier;
    • aannemen dat een marketplace automatisch verantwoordelijke persoon is;
    • een fulfilmentpartij benoemen zonder afspraken over documenten en corrigerende maatregelen;
    • sectorspecifieke regels voor bijvoorbeeld cosmetica verwarren met de GPSR.

    Stappenplan voor webshops en fabrikanten buiten de EU

    1. Bepaal alle toepasselijke algemene en sectorspecifieke productwetgeving.
    2. Breng fabrikant, importeur, gemachtigde en fulfilmentpartijen in kaart.
    3. Bepaal welke EU-partij de artikel 4-taken uitvoert.
    4. Leg taken en toegang tot documenten schriftelijk vast.
    5. Controleer verklaring, technisch dossier en productspecifieke bewijsstukken.
    6. Breng naam, rol en contactgegevens op de toegestane fysieke drager aan.
    7. Neem de EU-verantwoordelijke persoon op iedere relevante online productpagina op.
    8. Leg periodieke controles en wijzigingsmeldingen vast.
    9. Richt communicatie met toezichthouders en corrigerende maatregelen in.

    FAQ

    Moet ieder consumentenproduct een verantwoordelijke persoon in de EU hebben?

    Een product onder de GPSR mag alleen op de markt komen als een verantwoordelijke economische operator in de EU aanwezig is. Sectorspecifieke regels kunnen aanvullende eisen stellen.

    Kan een bedrijf buiten de EU zelf verantwoordelijke persoon zijn?

    Nee, de verantwoordelijke economische operator moet in de EU zijn gevestigd. De fabrikant buiten de EU kan wel een geschikte gemachtigde in de EU aanwijzen.

    Is een postbusadres of labelservice voldoende?

    Nee. De partij moet de wettelijke controletaken kunnen uitvoeren, documenten beschikbaar hebben en met toezichthouders samenwerken.

    Kan een distributeur verantwoordelijke persoon zijn?

    Een distributeur staat niet als zelfstandige optie in artikel 4 lid 2. Mogelijk vervult hetzelfde bedrijf daarnaast een andere rol, bijvoorbeeld importeur of geldig gemachtigde.

    Moet de verantwoordelijke persoon op bol.com of Amazon staan?

    Bij online verkoop moet de vereiste EU-contactinformatie in het aanbod gemakkelijk toegankelijk zijn wanneer de fabrikant buiten de EU is gevestigd.

    Neemt de verantwoordelijke persoon alle aansprakelijkheid van de fabrikant over?

    Nee. De rol voegt een EU-aanspreekpunt met specifieke taken toe; fabrikant, importeur en andere partijen behouden hun eigen verplichtingen en mogelijke aansprakelijkheid.

    Officiële bronnen

    Dit artikel is gecontroleerd op 26 augustus 2026 aan de hand van de geconsolideerde Algemene Productveiligheidsverordening (EU) 2023/988, met name artikelen 16 en 19, Verordening (EU) 2019/1020 over markttoezicht, met name artikelen 4 en 5, de officiële richtsnoeren van de Europese Commissie voor artikel 4 en de Blue Guide 2022. De precieze rol en aanvullende taken hangen af van product, handelsketen en sectorspecifieke wetgeving.

  • GPSR-risicoanalyse: wat moet erin staan?

    GPSR-risicoanalyse: wat moet erin staan?

    Laatst inhoudelijk bijgewerkt op 7 oktober 2026

    Wat is een GPSR-risicoanalyse?

    Een risicoanalyse is een gestructureerde beoordeling van mogelijke gevaren van een product, de kans dat ze optreden en de ernst van eventuele schade. De Europese GPSR verlangt dat fabrikanten de veiligheid van hun consumentenproducten beoordelen en de resultaten documenteren.

    Voorbeeld: Bij een kleine leeslamp kijk je bijvoorbeeld naar brandwonden, scherpe onderdelen en elektrische gevaren. Vervolgens leg je vast welke maatregelen risico’s beperken.

    Kort antwoord: leg minimaal het exacte product en de varianten vast, het bedoelde en redelijkerwijs te verwachten gebruik, de gebruikersgroepen, alle relevante gevaren, mogelijke letselscenario’s, ernst en waarschijnlijkheid, genomen ontwerp- en beschermingsmaatregelen, onderliggende normen en tests, het restrisico en de conclusie. Vermeld ook auteur, datum, versie en momenten waarop de analyse opnieuw moet worden beoordeeld.

    Wat verlangt de GPSR precies?

    Artikel 9 van Verordening (EU) 2023/988 verplicht fabrikanten vóór het op de markt brengen een interne risicoanalyse uit te voeren en technische documentatie op te stellen. Die documentatie bevat minimaal een algemene productbeschrijving en de essentiële kenmerken die nodig zijn om de veiligheid te beoordelen.

    Waar de mogelijke risico’s dat rechtvaardigen, moet het dossier ook een analyse bevatten van de productrisico’s en de gekozen oplossingen om die te elimineren of te beperken. Resultaten van tests door de fabrikant of namens hem horen daarbij, evenals de gebruikte Europese normen of andere veiligheidsreferenties. Er bestaat binnen de GPSR geen verplicht universeel formulier; de omvang moet passen bij de complexiteit en risico’s van het product.

    Welke onderdelen horen in een bruikbare risicoanalyse?

    OnderdeelWat leg je vast?Praktisch voorbeeld
    ProductscopeMerk, model, versie, materialen, accessoires, verpakking en relevante varianten.Tafelventilator model F20, inclusief USB-kabel en drie kleurvarianten.
    GebruikBedoeld gebruik, gebruiksduur, omgeving, installatie, onderhoud en redelijkerwijs voorzienbaar verkeerd gebruik.Gebruiker blokkeert de rotor, gebruikt een verkeerde adapter of plaatst het product bij water.
    GebruikersVolwassenen en kwetsbare groepen zoals kinderen, ouderen en personen met een beperking.Een kind kan vingers door een opening steken of een klein onderdeel inslikken.
    GevarenMechanische, elektrische, thermische, chemische, brand-, verstikkings-, cyber- en andere relevante gevaren.Scherpe rand, oververhitting, losrakend klein onderdeel of instabiele voet.
    RisicoscenarioDe keten van gevaarlijke situatie naar gebeurtenis en mogelijke schade.Kabel breekt → geleider komt vrij → gebruiker raakt deze aan → elektrische schok.
    Risico-inschattingErnst van schade, waarschijnlijkheid en gebruikte aannames of gegevens.Licht letsel is waarschijnlijker; brand is minder waarschijnlijk maar potentieel ernstig.
    MaatregelenOntwerpaanpassingen, beveiligingen, productiecontroles, waarschuwingen en instructies.Kleinere openingen, temperatuurbeveiliging en een waarschuwing tegen gebruik bij water.
    BewijsNormen, testrapporten, berekeningen, leveranciersgegevens, klachten en vergelijkbare incidenten.Vingertoegangstest, temperatuurmeting en controle van Safety Gate-meldingen.
    Restrisico en besluitWat blijft over, waarom is dat aanvaardbaar en welke vervolgactie is nodig?Laag restrisico bij normaal gebruik; periodieke klachtencontrole blijft nodig.

    Begin bij het exacte product

    Een analyse voor “woonaccessoires” of “elektronica” is te algemeen. Koppel de risicoanalyse aan het exacte model, de gebruikte materialen, onderdelen, software, accessoires en verpakking. Leg vast welke varianten dezelfde beoordeling delen en waarom verschillen de uitkomst niet beïnvloeden.

    Bij private label is dit extra belangrijk. Staat jouw naam of merk op het product, dan word je onder de GPSR als fabrikant beschouwd. Een generieke leveranciersanalyse is dan alleen bruikbaar wanneer zij aantoonbaar jouw uitvoering en productie dekt.

    Neem normaal én voorzienbaar gebruik mee

    De GPSR kijkt niet uitsluitend naar gebruik volgens de handleiding. Ook redelijkerwijs voorzienbaar gebruik telt mee. Denk aan een product dat wordt gecombineerd met andere producten, verkeerd wordt gemonteerd, langduriger wordt gebruikt dan bedoeld of terechtkomt bij kinderen terwijl het niet als kinderproduct wordt verkocht.

    Artikel 6 noemt onder meer ontwerp, technische kenmerken, samenstelling, verpakking, montage, installatie, gebruik, onderhoud, interactie met andere producten, presentatie, labels, waarschuwingen en afvalfase. Bij verbonden producten kunnen ook cybersecurity en veranderende of lerende functies relevant zijn wanneer die de fysieke productveiligheid beïnvloeden.

    Kwetsbare gebruikers apart beoordelen

    Beoordeel expliciet of kinderen, ouderen of personen met een beperking een ander of groter risico lopen. Denk ook aan de aantrekkelijkheid van vorm, kleur en verpakking. Een product dat op snoep of speelgoed lijkt, kan in de mond worden gestopt ook al is dat nooit de bedoeling geweest.

    Van gevaar naar concreet risicoscenario

    Alleen “verstikkingsgevaar” of “brandgevaar” noteren is onvoldoende. Beschrijf hoe het gevaar tot schade kan leiden. Een scenario bevat meestal het gevaar, de blootstelling of gevaarlijke situatie, de gebeurtenis, de getroffen gebruiker en de mogelijke schade.

    Voorbeeld: inklapbaar opstapje

    Gevaar: vingers kunnen in het scharnier komen. Scenario: een gebruiker klapt het opstapje in terwijl een kind het scharnier vasthoudt; het mechanisme sluit en veroorzaakt kneuzing of snijletsel. Maatregelen: afgeschermd scharnier, veilige afstand, borging tegen onverwacht inklappen en duidelijke instructie. Restrisico: beoordeel na ontwerpwijziging opnieuw met metingen en gebruikstests.

    Hoe beoordeel je ernst en waarschijnlijkheid?

    De GPSR schrijft geen verplichte vaste 3×3- of 5×5-matrix voor. Gebruik een consistente methode die past bij het product en leg definities en aannames vast. Beoordeel de mogelijke ernst van de schade en de waarschijnlijkheid dat het volledige scenario optreedt. Gebruik waar mogelijk testgegevens, klachten, incidenten, retourredenen, wetenschappelijke informatie en Safety Gate-meldingen.

    De Europese Commissie biedt SAGA voor Safety Gate-risicobeoordelingen. Dat kan helpen om scenario’s en ernst systematisch te doordenken, maar ontslaat de fabrikant niet van een productspecifieke interne analyse. Een mooi gekleurde matrix zonder feitelijke onderbouwing is geen bewijs van veiligheid.

    Kies maatregelen in de juiste volgorde

    1. Elimineer het gevaar via ontwerp. Verander constructie, materiaal, afmetingen of energiebron.
    2. Beperk het risico technisch. Voeg afscherming, begrenzing, vergrendeling of beveiliging toe.
    3. Onderbouw met productiecontrole en tests. Zorg dat serieproducten gelijk blijven aan het beoordeelde model.
    4. Informeer over overblijvende risico’s. Gebruik begrijpelijke waarschuwingen en instructies.

    Waarschuwingen zijn niet de eerste oplossing voor een risico dat redelijkerwijs door veiliger ontwerp kan worden voorkomen. Leg per maatregel vast welk scenario wordt aangepakt, hoe de werking is gevalideerd en welk restrisico daarna resteert.

    Welke bewijsstukken voeg je toe?

    • producttekeningen, foto’s, specificaties en onderdelenlijsten;
    • toegepaste normen en de concreet toegepaste delen daarvan;
    • volledige testresultaten, meetgegevens en berekeningen;
    • materiaal- en leveranciersverklaringen die bij het exacte product horen;
    • controle van vergelijkbare waarschuwingen en recalls in Safety Gate;
    • gegevens uit klachten, incidenten, retouren en kwaliteitscontroles;
    • onderbouwing van maatregelen en validatie van het restrisico.

    Lees ook wat er in een technisch dossier hoort en hoe je controleert of testrapporten van een buitenlandse leverancier bruikbaar zijn.

    Wanneer moet je de risicoanalyse bijwerken?

    De technische documentatie moet actueel blijven en gedurende tien jaar na het op de markt brengen beschikbaar zijn. Herbeoordeel de analyse bij wijzigingen in ontwerp, materiaal, leverancier, productieproces, verpakking, software, accessoires, normen of bedoeld gebruik. Doe dat ook wanneer klachten, ongevallen, testafwijkingen of Safety Gate-meldingen nieuwe informatie opleveren.

    Voor serieproductie hoort een procedure aanwezig te zijn waarmee je controleert dat het geproduceerde artikel gelijk blijft aan het beoordeelde product. Versiebeheer is daarom geen administratief detail: vermeld datum, auteur, productversie, goedkeuring en wijzigingshistorie.

    Veelgemaakte fouten

    • een generieke risicoanalyse gebruiken voor een hele productgroep;
    • alleen het bedoelde gebruik bekijken en voorzienbaar verkeerd gebruik negeren;
    • kwetsbare gebruikers niet afzonderlijk beoordelen;
    • een gevaar noemen zonder risicoscenario, ernst of waarschijnlijkheid;
    • waarschuwingen gebruiken terwijl het ontwerp veiliger kan;
    • normen vermelden zonder aan te geven welke risico’s en onderdelen ze afdekken;
    • alleen positieve testrapporten toevoegen en afwijkingen of klachten weglaten;
    • geen restrisico en eindconclusie vastleggen;
    • de analyse niet herzien na product- of leverancierswijzigingen.

    Stappenplan voor webshops en importeurs

    1. Bepaal of je fabrikant bent, bijvoorbeeld door verkoop onder eigen merk.
    2. Definieer exact product, varianten, accessoires en gebruikers.
    3. Breng bedoeld en redelijkerwijs voorzienbaar gebruik in kaart.
    4. Identificeer gevaren en schrijf per gevaar concrete schadeketen-scenario’s.
    5. Beoordeel ernst en waarschijnlijkheid met aantoonbare gegevens.
    6. Kies ontwerp- en beschermingsmaatregelen en valideer ze.
    7. Leg normen, tests, aannames en restrisico vast.
    8. Controleer labels, waarschuwingen en online GPSR-informatie.
    9. Stel versiebeheer en wijzigingsmomenten vast.

    FAQ

    Is een GPSR-risicoanalyse voor ieder consumentenproduct verplicht?

    Fabrikanten moeten vóór het op de markt brengen een interne risicoanalyse uitvoeren. De omvang van de documentatie mag evenredig zijn aan de complexiteit en mogelijke risico’s van het product.

    Bestaat er een verplicht GPSR-sjabloon?

    Nee, de verordening schrijft geen universeel formulier of vaste matrix voor. De analyse moet wel aantoonbaar de relevante productkenmerken, risico’s, maatregelen en bewijsstukken behandelen.

    Mag de leverancier de risicoanalyse maken?

    De leverancier kan informatie aanleveren, maar de fabrikant blijft verantwoordelijk. Bij private label moet je controleren dat de analyse jouw exacte product en merkuitvoering dekt.

    Moet een importeur de analyse zelf bewaren?

    Importeurs moeten ervoor zorgen dat de fabrikant aan artikel 9 voldoet, een kopie van de technische documentatie tien jaar beschikbaar houden en de relevante documenten op verzoek kunnen verstrekken.

    Is voldoen aan een norm genoeg?

    Een relevante Europese norm kan een vermoeden van veiligheid geven voor de risico’s die de norm afdekt. Niet-afgedekte risico’s, gebruikersgroepen, interacties en actuele praktijkgegevens moeten nog steeds worden beoordeeld.

    Officiële bronnen

    Dit artikel is gecontroleerd op 22 augustus 2026 aan de hand van de actuele geconsolideerde Algemene Productveiligheidsverordening (EU) 2023/988, de informatie van de Europese Commissie over productveiligheid en Safety Gate en de officiële SAGA-tool voor productrisicobeoordelingen. De precieze aanpak hangt af van product, gebruikers, risico’s en eventuele sectorspecifieke EU-wetgeving.

  • Welke GPSR-informatie moet op een online productpagina staan?

    Welke GPSR-informatie moet op een online productpagina staan?

    Laatst inhoudelijk bijgewerkt op 7 oktober 2026

    Wat is de GPSR en waarom geldt die online?

    De GPSR (General Product Safety Regulation) is de Europese verordening voor algemene productveiligheid. Zij stelt onder meer eisen aan veiligheid, traceerbaarheid en informatie voor consumenten. Ook een webshop moet bij productaanbiedingen bepaalde informatie duidelijk tonen als de regels daarop van toepassing zijn.

    Voorbeeld: Bij een online aangeboden speelgoedartikel moeten bijvoorbeeld de relevante gegevens van de fabrikant en waarschuwingen zichtbaar zijn. Welke informatie precies verplicht is, hangt af van het product en de marktrol.

    Kort antwoord: een online productaanbod moet duidelijk en zichtbaar ten minste bevatten: (1) naam, postadres en elektronisch adres van de fabrikant, (2) bij een fabrikant buiten de EU dezelfde gegevens van de verantwoordelijke persoon in de EU, (3) een afbeelding, type en andere gegevens waarmee het product herkenbaar is en (4) waarschuwingen en veiligheidsinformatie in een taal die consumenten in het verkoopland gemakkelijk begrijpen.

    Wanneer geldt deze informatieplicht?

    De General Product Safety Regulation, Verordening (EU) 2023/988, geldt sinds 13 december 2024. Artikel 19 richt zich op verkoop op afstand: webshops, aanbiedingen op online marktplaatsen, telefonische verkoop en verkoop via sociale media waarbij de consument op afstand kan bestellen. Een aanbod wordt voor de EU relevant zodra het op consumenten in één of meer EU-landen is gericht.

    De informatie hoort bij het concrete productaanbod te staan. Alleen een algemene pagina met bedrijfsgegevens, een link naar voorwaarden of een document dat pas na aankoop wordt verstrekt, maakt de verplichte productinformatie niet vanzelf duidelijk en zichtbaar vóór de aankoop.

    De GPSR is een algemeen veiligheidskader voor consumentenproducten. Voor speelgoed, elektrische apparatuur, cosmetica en andere gereguleerde productgroepen kunnen daarnaast specifiekere regels gelden. Als sectorspecifieke EU-wetgeving aanvullende of strengere eisen bevat, moet je die eveneens volgen.

    De vier verplichte informatiegroepen

    OnderdeelWat moet zichtbaar zijn?Praktisch voorbeeld
    FabrikantNaam, geregistreerde handelsnaam of merk, plus postadres en elektronisch adres waarop de fabrikant bereikbaar isMerkfabrikant B.V., Straat 1, 1234 AB Plaats, support@merkfabrikant.nl
    EU-verantwoordelijkeAls de fabrikant buiten de EU zit: naam, postadres en elektronisch adres van de verantwoordelijke persoon in de EUEU Responsible Person B.V., Adres, land, compliance@bedrijf.eu
    ProductidentificatieAfbeelding, type en andere productidentificatieModel KM-240, artikelnummer 12345, duidelijke productfoto
    VeiligheidsinformatieWaarschuwingen en veiligheidsinformatie die volgens GPSR of toepasselijke EU-harmonisatiewetgeving op product, verpakking of begeleidend document horen“Niet geschikt voor kinderen jonger dan 3 jaar” of productspecifieke gebruiksbeperking

    1. Gegevens van de fabrikant

    Vermeld de juridische fabrikant, niet automatisch de webshop, leverancier of merknaam waaronder jij het product hebt ingekocht. De GPSR verlangt de naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerde handelsmerknaam van de fabrikant en zowel een postadres als een elektronisch adres.

    Een URL naar een contactformulier kan in sommige situaties een aanvullende elektronische contactmogelijkheid zijn, maar baseer je inrichting niet op een onduidelijke of indirecte route. De NVWA noemt expliciet het e-mailadres en eventueel een andere directe contactoplossing. Een helder, werkend e-mailadres voorkomt discussie en is voor consumenten praktisch.

    Verkoop je het product onder je eigen naam of merk, of wijzig je het product wezenlijk, dan kun je zelf als fabrikant worden aangemerkt. Controleer dus eerst jouw juridische rol; kopieer niet blind de gegevens uit een leverancierslijst.

    2. Verantwoordelijke persoon bij een fabrikant buiten de EU

    Is de fabrikant niet in de EU gevestigd, dan moet een verantwoordelijke marktdeelnemer in de EU aanwezig zijn. Artikel 19 vereist dat de online aanbieding de naam, het postadres en het elektronische adres van deze verantwoordelijke persoon toont. Afhankelijk van de keten kan dit bijvoorbeeld een EU-importeur, gemachtigde, fulfilmentdienstverlener of andere marktdeelnemer zijn die aan artikel 16 voldoet.

    De term “EU representative” op een fabrieksdocument is niet genoeg. Controleer wie de rol daadwerkelijk vervult, of er een geldige schriftelijke basis is en of de genoemde partij het exacte product en de toepasselijke regelgeving dekt.

    Voorbeeld: product rechtstreeks uit China

    Je verkoopt een merkloze keukenhulp via je eigen webshop. De Chinese fabriek is fabrikant. Op de productpagina vermeld je de fabrieksnaam met post- en e-mailadres, én de gegevens van de verantwoordelijke persoon in de EU. Als jouw onderneming het product importeert en de relevante wettelijke rol vervult, kunnen jouw eigen gegevens als EU-marktdeelnemer nodig zijn. Zet niet alleen “Made in China” of je handelsnaam op de pagina.

    3. Productidentificatie die echt onderscheid maakt

    De consument en toezichthouder moeten kunnen vaststellen welk product wordt aangeboden. Artikel 19 noemt uitdrukkelijk een afbeelding, het type en andere productidentificatoren. Denk aan modelnummer, artikelnummer, batchaanduiding of een andere unieke referentie die overeenkomt met het product, de verpakking en de documentatie.

    Een generieke sfeerfoto zonder herkenbaar model is onvoldoende als meerdere varianten technisch verschillen. Zorg dat kleur-, maat-, vermogen-, adapter- of batterijvarianten correct aan de bijbehorende gegevens en waarschuwingen zijn gekoppeld. Dit is ook belangrijk bij varianten binnen één productpagina.

    4. Waarschuwingen en veiligheidsinformatie

    Toon de waarschuwingen en veiligheidsinformatie die volgens de GPSR of toepasselijke harmonisatiewetgeving op het product, de verpakking of in een begeleidend document moeten staan. Dat betekent niet dat je de volledige handleiding woordelijk op de productpagina moet plaatsen. De noodzakelijke waarschuwingen moeten wel vóór aankoop duidelijk zichtbaar zijn.

    Selecteer deze informatie op basis van de productspecifieke risicoanalyse en toepasselijke regelgeving. Algemene teksten zoals “gebruik voorzichtig” vervangen geen concrete waarschuwing. Omgekeerd is het ook onwenselijk om willekeurig een lange lijst standaardwaarschuwingen toe te voegen: irrelevante waarschuwingen kunnen belangrijke informatie juist verhullen.

    Welke taal gebruik je?

    De waarschuwingen en veiligheidsinformatie moeten in een taal staan die consumenten gemakkelijk begrijpen, zoals vastgesteld door het land waar je het product aanbiedt. Voor de Nederlandse markt ligt Nederlandstalige informatie daarom voor de hand. Verkoop je ook in België, Frankrijk of Duitsland, beoordeel dan per doelmarkt welke taal of talen nodig zijn. Een Engelstalige afbeelding van de verpakking is niet automatisch voldoende.

    Waar zet je de informatie op de productpagina?

    Artikel 19 gebruikt de norm “duidelijk en zichtbaar”. De veiligste praktische inrichting is een herkenbaar blok op iedere productdetailpagina, dicht bij de productomschrijving of aankoopinformatie. Gebruik tekst die ook op mobiel leesbaar is en niet uitsluitend achter een moeilijk vindbare tab, afbeelding of download zit.

    • toon fabrikant en EU-verantwoordelijke onder duidelijke tussenkoppen;
    • vermeld model- of artikelnummer als gewone tekst, niet alleen in een foto;
    • plaats veiligheidswaarschuwingen vóór de bestelknop of in een duidelijk zichtbaar veiligheidsblok in dezelfde productweergave;
    • laat informatie per variant automatisch meewisselen;
    • controleer of velden ook in de mobiele app of marktplaatsweergave zichtbaar blijven;
    • gebruik geen piepkleine letters, afgekorte adressen of verborgen uitklappers zonder duidelijke titel.

    Verkoop via bol.com, Amazon of een andere marktplaats

    Ook wanneer een platform de technische productpagina levert, blijf je verantwoordelijk voor de verplichtingen die bij jouw rol horen. Vul de daarvoor beschikbare compliance- en veiligheidsvelden volledig in en controleer de openbare weergave. Een ingevuld veld in het verkopersdashboard dat voor de consument niet zichtbaar wordt, verdient nader onderzoek bij het platform.

    Bewaar daarnaast bewijs van wat je hebt aangeleverd en wanneer. Maak bijvoorbeeld periodiek een export of schermafbeelding van de live productpagina. Dat helpt bij controles en bij wijzigingen door platforms of leveranciers.

    Stappenplan voor bestaande productpagina’s

    1. Maak een productlijst. Neem alle actieve aanbiedingen en varianten op.
    2. Bepaal per product de regels en jouw rol. GPSR kan naast CE- of sectorspecifieke wetgeving gelden.
    3. Verifieer ketengegevens. Controleer fabrikant en eventuele EU-verantwoordelijke met bronstukken.
    4. Koppel productidentificatie. Laat foto, model en interne SKU aansluiten op verpakking en dossier.
    5. Selecteer waarschuwingen. Gebruik risicoanalyse, handleiding en toepasselijke wetgeving als basis.
    6. Vertaal per verkoopland. Controleer ook tekst in afbeeldingen en varianten.
    7. Test desktop en mobiel. Bekijk de productpagina zoals de consument die ziet.
    8. Leg wijzigingen vast. Houd bij wie gegevens controleert en wanneer herbeoordeling nodig is.

    Veelgemaakte fouten

    • alleen de gegevens van de webshop tonen en de fabrikant weglaten;
    • bij een niet-EU-fabrikant geen verantwoordelijke persoon in de EU noemen;
    • alleen een merknaam zonder post- en elektronisch adres plaatsen;
    • een generieke foto gebruiken terwijl meerdere modellen op dezelfde pagina staan;
    • waarschuwingen uitsluitend in de meegeleverde handleiding tonen;
    • Engelstalige veiligheidsinformatie gebruiken voor alle EU-landen;
    • denken dat een CE-markering de GPSR-informatie op de productpagina vervangt;
    • informatie alleen in het backoffice van een marktplaats invullen zonder de live pagina te controleren.

    FAQ

    Moet het volledige postadres van de fabrikant online staan?

    Artikel 19 vraagt om het postadres en het elektronische adres waarop de fabrikant bereikbaar is. Alleen een landnaam, handelsnaam of website is daarom niet voldoende.

    Moet ik de volledige handleiding op de productpagina zetten?

    Niet op grond van artikel 19 alleen. Wel moeten de relevante waarschuwingen en veiligheidsinformatie die op product, verpakking of begeleidend document horen duidelijk zichtbaar zijn in het online aanbod. Andere wetgeving kan aanvullende informatie eisen.

    Geldt dit ook voor tweedehands producten?

    De GPSR kent uitzonderingen en bijzondere situaties, waaronder producten die vóór toepassing van de verordening al op de EU-markt zijn gebracht. Beoordeel herkomst, datum en productstatus zorgvuldig; “tweedehands” is geen algemene vrijstelling voor iedere verplichting.

    Is een e-mailadres van de fabrikant verplicht?

    De verordening spreekt over een elektronisch adres. De NVWA noemt het e-mailadres en eventueel een andere directe contactoplossing. Een werkend e-mailadres is de meest duidelijke en controleerbare invulling.

    Mag ik veiligheidsinformatie in een productafbeelding zetten?

    Een afbeelding kan ondersteunen, maar de informatie moet duidelijk, zichtbaar en leesbaar blijven op verschillende apparaten. Gewone tekstvelden zijn beter doorzoekbaar, toegankelijker en eenvoudiger per taal en variant te beheren.

    Officiële bronnen

    Dit artikel is gecontroleerd op 13 augustus 2026 aan de hand van de geconsolideerde tekst van Verordening (EU) 2023/988, in het bijzonder artikelen 4, 16 en 19, de richtsnoeren van de Europese Commissie voor bedrijven en de NVWA-uitleg over de GPSR en verkoop op afstand. Bij afwijkingen of productspecifieke vragen is de toepasselijke wetgeving leidend.

  • GPSR voor webshops en importeurs: wat moet je regelen?

    GPSR voor webshops en importeurs: wat moet je regelen?

    Laatst inhoudelijk bijgewerkt op 27 september 2026

    Belangrijk: de GPSR is een algemeen vangnet voor consumentenproducten. Voor producten met specifieke EU-regels kunnen daarnaast aanvullende of strengere verplichtingen gelden.

    Wat is de GPSR?

    De GPSR is Verordening (EU) 2023/988 over algemene productveiligheid. De hoofdregel is eenvoudig: marktdeelnemers mogen alleen veilige consumentenproducten op de EU-markt aanbieden. De beoordeling daarachter is productspecifiek en omvat onder meer ontwerp, samenstelling, verpakking, instructies, waarschuwingen en redelijkerwijs te verwachten gebruik.

    Voor wie is de GPSR relevant?

    De regels verdelen verantwoordelijkheden over fabrikanten, importeurs, distributeurs en aanbieders van online marktplaatsen. Wie een product onder de eigen naam of het eigen merk verkoopt, kan als fabrikant worden aangemerkt. Bij import van buiten de EU moet bovendien een verantwoordelijke marktdeelnemer in de EU aanwezig zijn.

    Welke informatie moet bij online verkoop zichtbaar zijn?

    Bij verkoop op afstand moeten consumenten vóór aankoop relevante identificatie- en veiligheidsinformatie kunnen zien. Denk aan productidentificatie, gegevens van fabrikant en waar van toepassing de verantwoordelijke marktdeelnemer in de EU, plus waarschuwingen of veiligheidsinformatie die nodig zijn voor veilig gebruik.

    Risicoanalyse en documentatie

    Fabrikanten moeten een interne risicoanalyse uitvoeren en technische documentatie opstellen die de veiligheid onderbouwt. De omvang hangt af van het product en de risico’s. Voor producten die ook onder specifieke harmonisatiewetgeving vallen, komt dit boven op de daaruit volgende documentatie.

    Traceerbaarheid en meldingen

    • Het product moet voldoende identificeerbaar zijn, bijvoorbeeld via type-, partij- of serienummer.
    • Gegevens van relevante marktdeelnemers moeten beschikbaar en waar vereist zichtbaar zijn.
    • Er moeten interne processen zijn voor klachten, incidenten, corrigerende maatregelen en terugroepacties.
    • Bij een gevaarlijk product kunnen meldingen aan autoriteiten en communicatie met consumenten nodig zijn.

    Praktische controle voor importeurs

    1. Leg jouw rol en die van de leverancier contractueel vast.
    2. Controleer fabrikant-, importeur- en productidentificatie.
    3. Vraag productspecifieke risicoanalyse en bewijsstukken op.
    4. Controleer instructies, waarschuwingen en taalvereisten.
    5. Zorg dat de online productpagina de benodigde informatie toont.
    6. Richt een procedure in voor klachten, incidenten en recalls.

    Twijfel je welke productregels naast de GPSR kunnen gelden? Lees ook hoe je voor jouw product de toepasselijke EU-productveiligheidsregels bepaalt.

    GPSR is niet hetzelfde als CE

    Een product kan onder de GPSR vallen zonder CE-plicht. Andersom vervangt een CE-markering de algemene veiligheidsverantwoordelijkheid niet. De eerste vraag is daarom steeds: welke specifieke én algemene regels gelden voor dit exacte product?

    Officiële bron: Verordening (EU) 2023/988 op EUR-Lex.