Auteur: Roger

  • EPR-registratie in Duitsland: LUCID voor Nederlandse webshops

    EPR-registratie in Duitsland: LUCID voor Nederlandse webshops

    Verkoop je vanuit Nederland rechtstreeks verpakte producten aan eindgebruikers in Duitsland? Dan moet je vaak vóór de eerste verkoop zelf in het Duitse LUCID Packaging Register staan. Voor verpakkingen die aan systeemdeelname zijn onderworpen, sluit je daarnaast een contract met een Duits systeem en rapporteer je verpakkingsvolumes. Sinds 12 augustus 2026 moeten buitenlandse bedrijven zonder Duitse vestiging die rechtstreeks aan Duitse eindgebruikers verkopen bovendien een in Duitsland gevestigde gemachtigde aanwijzen.

    Een LUCID-nummer alleen is dus niet genoeg. De praktische route bestaat uit het bepalen van je rol, registratie, eventuele aanwijzing van een gemachtigde, systeemdeelname en correcte gegevensmeldingen.

    Verzenddoos, Duitse markt, LUCID-checklist en recycling voor EPR-registratie van verpakkingen

    Wat is EPR-registratie in Duitsland?

    EPR staat voor Extended Producer Responsibility. In het Nederlands heet dit uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV). EPR en UPV zijn dus geen twee aparte regelingen: het zijn de Engelse en Nederlandse benaming voor hetzelfde principe. De partij die verpakkingen of verpakte producten als eerste op een nationale markt brengt, draagt financieel en organisatorisch bij aan de inzameling en recycling nadat die verpakkingen afval zijn geworden.

    In Duitsland loopt de registratie via LUCID, het openbare verpakkingsregister van de Zentrale Stelle Verpackungsregister (ZSVR). Een concreet voorbeeld: een Nederlandse webshop stopt een product in een verzenddoos, voegt tape en opvulpapier toe en verstuurt het pakket rechtstreeks naar een Duitse consument. Die webshop kan voor deze e-commerceverpakking de producent zijn. Zij moet dan vóór de eerste Duitse levering haar rol beoordelen, in LUCID registreren, de recycling financieren via een systeem en de verpakkingsvolumes melden.

    Met deze verplichtingen kunnen webshops, producenten, private-labelverkopers, importeurs en andere partijen in de Duitse toeleveringsketen te maken krijgen. Wie producent is, hangt af van de handelsroute, de vestigingsplaats, de verpakking en de vraag wie de Duitse marktketen start. Verkoop je via een Duitse tussenhandelaar in plaats van rechtstreeks aan een eindgebruiker, dan kan de rolverdeling anders uitpakken. Beoordeel daarom de concrete verkoopstroom en niet alleen wie het fysieke product heeft gemaakt.

    Welke regels gelden sinds 12 augustus 2026?

    Sinds 12 augustus 2026 geldt de Europese Packaging and Packaging Waste Regulation, de PPWR (Verordening (EU) 2025/40). Op dezelfde datum verving het Duitse Verpackungsrecht-Durchführungsgesetz (VerpackDG) het oude Verpackungsgesetz (VerpackG). LUCID en de ZSVR zijn gebleven, maar de definities van fabrikant en producent en enkele procedures zijn veranderd.

    Dit onderscheid is belangrijk. De fabrikant onder de PPWR is verantwoordelijk voor producteisen aan de verpakking, zoals technische documentatie en de EU-conformiteitsverklaring. De producent draagt de EPR-verplichtingen, waaronder registratie en financiering van recycling. Eén onderneming kan beide rollen hebben, maar dat hoeft niet. Lees voor de documentatiekant apart welke PPWR-verpakkingsdocumenten nodig zijn.

    Wanneer moet een Nederlandse webshop zich in LUCID registreren?

    Registratie is nodig als je volgens de PPWR producent bent voor verpakkingen of verpakte producten die voor het eerst in Duitsland beschikbaar worden gesteld. Voor Nederlandse webshops is rechtstreekse verkoop aan Duitse eindgebruikers de belangrijkste situatie. Denk aan:

    • je verzendt producten vanuit Nederland rechtstreeks naar Duitse consumenten;
    • je verkoopt rechtstreeks aan Duitse zakelijke eindgebruikers die het product niet in dezelfde vorm doorverkopen;
    • je gebruikt voor de zending zelf een doos, envelop, tape, label of opvulmateriaal;
    • je brengt eigen merken of geïmporteerde merken zonder Duitse tussenhandelaar op de Duitse markt.

    Er geldt geen praktische vrijstelling alleen omdat je weinig pakketten verstuurt. Een volume van minder dan 10 ton kan sinds 2026 wel leiden tot een vereenvoudigde jaarlijkse rapportage, maar neemt de registratie- en systeemverplichtingen niet weg. Start dus niet met omzetdrempels; bepaal eerst of je producent bent en welk verpakkingstype je gebruikt.

    Buitenlandse webshop: Duitse gemachtigde verplicht

    Een bedrijf zonder vestiging in Duitsland dat rechtstreeks lege verpakkingen of verpakte producten aan Duitse eindgebruikers verkoopt, moet sinds 12 augustus 2026 een in Duitsland gevestigde gemachtigde voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid aanwijzen. Deze gemachtigde neemt de EPR-verplichtingen namens het buitenlandse bedrijf over.

    Er is één belangrijke uitzondering: de eerste LUCID-registratie blijft een persoonlijke plicht van de producent. Je kunt een adviseur of gemachtigde dus niet simpelweg de registratie onder diens eigen identiteit laten uitvoeren. Je registreert je eigen onderneming en vermeldt daarbij de gemachtigde. Zonder die informatie kun je de registratie als buitenlandse directe verkoper niet voltooien.

    Leg in de overeenkomst vast wie systeemcontracten beheert, gegevensmeldingen doet, correcties verwerkt en bewijs aan marktplaatsen of fulfilmentpartners levert. De gemachtigde verandert niet automatisch je verantwoordelijkheid als fabrikant voor de technische PPWR-documentatie.

    Welke verpakkingen moet je meenemen?

    Voor online verkoop gaat het niet alleen om de verpakking rond het product. De ZSVR behandelt verpakkingen voor e-commerce als transportverpakkingen en geeft aan dat zij aan systeemdeelname zijn onderworpen. Neem daarom de volledige verzendcombinatie in je inventaris op, bijvoorbeeld:

    • verzenddozen en verzendenveloppen;
    • tape, verzendlabels en sluitmateriaal;
    • papieren of kunststof opvulmateriaal;
    • product- en omverpakkingen die bij Duitse eindgebruikers afval worden.

    Weeg of bereken de materialen afzonderlijk, bijvoorbeeld papier/karton, kunststof, glas, aluminium en overige metalen. Gebruik waar mogelijk productspecificaties van leveranciers en controleer steekproefsgewijs het werkelijke gewicht. Een grove schatting op basis van alleen het aantal orders leidt snel tot afwijkingen tussen je systeemcontract en LUCID.

    LUCID, systeemdeelname en rapportage: drie verschillende stappen

    1. Registratie in LUCID

    De registratie bij de ZSVR is gratis. Je voert onder meer bedrijfs- en contactgegevens, nationale identificatie- en belastinggegevens, merknamen, verpakkingstypen en de gegevens van een eventuele gemachtigde in. Na bevestiging ontvang je de Duitse EPR-registratiecode voor verpakkingen: het LUCID-registratienummer.

    2. Systeemdeelname

    Voor verpakkingen die aan systeemdeelname zijn onderworpen, sluit je een overeenkomst met één of meer erkende Duitse systeembeheerders. Deze systemen organiseren en financieren inzameling, sortering en recycling. De vergoeding hangt onder meer af van materiaalsoort en gewicht. De ZSVR registreert je wel, maar verkoopt zelf geen systeemcontract.

    3. Gegevensmelding

    Je rapporteert de verpakkingsvolumes aan de systeembeheerder én in LUCID. Materiaalsoort, massa en rapportageperiode moeten op elkaar aansluiten. Ook correcties en aanvullende meldingen moeten consistent worden verwerkt. Producenten die in het voorafgaande kalenderjaar minder dan 10 ton betrokken verpakking in Duitsland beschikbaar stelden, kunnen onder de actuele regels gebruikmaken van een vereenvoudigde jaarmelding uiterlijk 1 juni; controleer bij de ZSVR of die route op jouw situatie van toepassing is.

    Praktisch stappenplan voor Nederlandse webshops

    1. Breng Duitse verkooproutes in kaart. Noteer per kanaal of je rechtstreeks aan een eindgebruiker verkoopt, via een Duitse handelaar werkt of fulfilment gebruikt.
    2. Bepaal je producentenrol. Beoordeel wie de Duitse marktketen start voor het product en voor de afzonderlijke verpakkingen.
    3. Maak een verpakkings-BOM. Leg per ordertype de onderdelen, materiaalsoorten en gewichten vast.
    4. Wijs zo nodig een Duitse gemachtigde aan. Regel dit vóór registratie en leg verantwoordelijkheden schriftelijk vast.
    5. Registreer zelf in LUCID. Gebruik exact dezelfde ondernemingsgegevens als in je systeemcontract en bij verkoopplatforms.
    6. Sluit een systeemcontract. Meld de verwachte materiaalvolumes bij een erkende systeembeheerder voordat je in Duitsland verkoopt.
    7. Rapporteer consistent. Houd aantallen, gewichten, retouren en correcties bij en stem meldingen in beide systemen af.
    8. Bewaar bewijs. Archiveer registratie, machtiging, systeemovereenkomst, volumeberekeningen en meldbevestigingen per kalenderjaar.

    Marktplaatsen en fulfilment nemen je plicht niet over

    Elektronische marktplaatsen en fulfilmentdienstverleners moeten de naleving van hun zakelijke partners controleren. Zij kunnen je LUCID-registratiestatus in het openbare register controleren en aanvullend bewijs van systeemdeelname vragen. Bij ontbrekende of onjuiste gegevens kan een platform aanbiedingen blokkeren of een fulfilmentdienstverlener zijn diensten stoppen.

    Dat een marktplaats je LUCID-nummer accepteert, bewijst niet dat alle verpakkingen correct in een systeem zijn opgenomen of dat je volumemeldingen kloppen. Ook verandert fulfilment niet vanzelf wie producent is. Leg per partij vast wie de verzendverpakking vult, wie deze voor het eerst op de Duitse markt brengt en welk bewijs wordt uitgewisseld.

    Veelgemaakte fouten

    • Alleen een LUCID-nummer aanvragen. Voor betrokken verpakkingen blijven systeemdeelname en rapportage nodig.
    • Het oude VerpackG als actuele rechtsbasis gebruiken. Sinds 12 augustus 2026 gelden de PPWR en het VerpackDG.
    • Verzendmateriaal vergeten. Doos, tape, label en opvulling tellen mee.
    • Geen Duitse gemachtigde aanwijzen. Dit is sinds augustus 2026 verplicht voor bepaalde buitenlandse directe verkopers zonder Duitse vestiging.
    • Verschillende bedrijfsnamen of nummers gebruiken. Afwijkingen tussen LUCID, systeemcontract en platformgegevens kunnen controles laten mislukken.
    • WEEE en verpakkingen samenvoegen. Elektrische apparatuur kent een aparte Duitse route via stiftung ear. Lees daarvoor het artikel over WEEE-registratie in Duitsland.

    Verschil met verpakkings-EPR in Nederland

    De PPWR geldt in de hele EU, maar EPR-registratie en financiering worden per lidstaat uitgevoerd. Voor de Nederlandse markt loopt de UPV voor verpakkingen via Verpact; voor de Duitse markt loopt registratie via LUCID en systeemdeelname via een Duitse systeembeheerder. Een Nederlandse registratie dekt Duitsland dus niet. Zie de aparte uitleg over EPR voor verpakkingen in Nederland.

    Veelgestelde vragen

    Is LUCID-registratie gratis?

    Ja, registratie en gegevensmeldingen bij de ZSVR zijn gratis. De systeemdeelname is niet gratis: daarvoor betaal je een vergoeding aan een gekozen systeembeheerder op basis van onder meer materiaal en volume. Ook een Duitse gemachtigde kan kosten rekenen.

    Is er een minimale omzet of hoeveelheid?

    Een kleine omzet of een beperkt aantal zendingen is op zichzelf geen algemene vrijstelling van registratie of systeemdeelname. Minder dan 10 ton per jaar kan wel een vereenvoudigde rapportage mogelijk maken. Dat is een administratieve vereenvoudiging, geen uitzondering op de producentenverantwoordelijkheid.

    Mag een adviseur mijn LUCID-registratie doen?

    De initiële registratie is een persoonlijke plicht van de producent. Een gemachtigde kan andere EPR-taken overnemen, maar niet onder zijn eigen identiteit jouw eerste registratie vervangen. Gebruik de officiële ZSVR-instructies en leg de machtiging afzonderlijk vast.

    Heb ik LUCID nodig als een marketplace fulfilment regelt?

    Dat kan nog steeds. Fulfilment bepaalt niet automatisch wie producent is. Beoordeel de contracten en feitelijke stroom: wie brengt de verpakking of het verpakte product voor het eerst in Duitsland beschikbaar, en wie vult de verzendverpakking? De dienstverlener zal bovendien bewijs van naleving kunnen verlangen.

    Dekt LUCID ook elektrische apparaten?

    LUCID dekt de Duitse verpakkingsregistratie. Voor elektrische en elektronische apparaten gelden daarnaast WEEE-verplichtingen en registratie via stiftung ear. Voor batterijen kan nog een aparte producentenverantwoordelijkheid gelden. Eén product kan dus meerdere registratieroutes tegelijk hebben.

    Controleer je Duitse verkooproute vóór de eerste zending

    De juiste registratie volgt uit je rol, verkooproute en de concrete verpakking. Met de KeurMatch ProductCheck krijg je snel zicht op relevante product- en verpakkingsregels, benodigde registraties en documenten voor jouw verkoopmodel.

    Officiële bronnen

    Bronnen gecontroleerd op 14 oktober 2026. Dit artikel geeft algemene productcompliance-informatie en vervangt geen beoordeling van je specifieke contracten, verkooproute of verpakking.

  • CE-markering voor medische hulpmiddelen: welke route geldt voor jouw product?

    CE-markering voor medische hulpmiddelen: welke route geldt voor jouw product?

    Voor een fysiek medisch hulpmiddel bepaalt eerst het beoogde medische doel of de MDR geldt. Daarna bepaalt de risicoklasse welke CE-route nodig is. Een gewoon klasse I-hulpmiddel kan de fabrikant meestal zelf beoordelen; voor klasse Is, Im en Ir en voor klasse IIa, IIb en III is een aangemelde instantie geheel of gedeeltelijk betrokken.

    CE-markering is dus niet simpelweg een logo of een los certificaat. De markering is het zichtbare resultaat van kwalificatie, classificatie, risicobeheersing, klinische onderbouwing, technische documentatie en controle van het productieproces.

    Thermometer, steriel wondverband, risicoklassen en technisch dossier voor CE-markering onder de MDR

    Wat is een medisch hulpmiddel onder de MDR?

    MDR staat voor Medical Device Regulation: Verordening (EU) 2017/745 betreffende medische hulpmiddelen. Een medisch hulpmiddel is kort gezegd een product dat de fabrikant voor een medisch doel bij mensen bestemt, bijvoorbeeld voor diagnose, preventie, bewaking, behandeling of verlichting van ziekte of letsel. Het product bereikt zijn belangrijkste beoogde werking niet zoals een geneesmiddel dat doet, maar bijvoorbeeld fysiek, mechanisch of ondersteunend.

    Een concreet voorbeeld is een steriel wondverband dat bedoeld is om een wond af te dekken en het genezingsproces te ondersteunen. Een webshop die dit verband onder eigen merk laat maken, kan juridisch fabrikant zijn. Zij moet dan niet alleen controleren of het materiaal geschikt is, maar ook het beoogde doel vastleggen, de klasse onderbouwen en de volledige MDR-route doorlopen.

    Met de MDR kunnen fabrikanten, private-labelverkopers, importeurs en distributeurs te maken krijgen. Niet ieder zorg- of wellnessproduct is automatisch een medisch hulpmiddel: de bedoelde werking, claims, presentatie en gebruiksaanwijzing tellen mee. Ook zijn er bijzondere productgroepen zonder medisch doel in Bijlage XVI die toch onder delen van de MDR vallen. IVD’s, zoals laboratoriumtests op lichaamsmateriaal, vallen in beginsel onder de aparte IVDR. Medische software vraagt bovendien een eigen kwalificatie- en classificatieanalyse en valt buiten de afbakening van dit artikel.

    Stap 1: leg het beoogde doel nauwkeurig vast

    De MDR noemt dit de intended purpose, oftewel het beoogde doel. Dat is meer dan een marketingzin. Het doel moet consequent terugkomen in het etiket, de gebruiksaanwijzing, verkoopclaims, technische documentatie en klinische evaluatie. Beschrijf ten minste:

    • welke medische functie het product vervult;
    • voor welke patiënten of gebruikers het is bedoeld;
    • op welk lichaamsdeel en in welke omgeving het wordt gebruikt;
    • hoe lang en hoe vaak het wordt gebruikt;
    • welke beperkingen, contra-indicaties en waarschuwingen gelden.

    Een vaag doel geeft geen ruimte om later de gunstigste klasse te kiezen. De classificatie volgt uit de werkelijk bedoelde toepassing. Als meerdere regels passen, geldt in beginsel de strengste regel die tot de hoogste klasse leidt.

    Stap 2: bepaal de MDR-risicoklasse

    De MDR kent vier hoofdklassen: I, IIa, IIb en III. Klasse I is doorgaans het laagste risico en klasse III het hoogste. De indeling volgt uit de regels van Bijlage VIII. Factoren zijn onder meer contactduur, invasiviteit, toepassing op kritieke organen, implantatie, actieve werking, meetfunctie, steriliteit en de mogelijke gevolgen wanneer het hulpmiddel faalt.

    • Klasse I: vaak niet-invasieve producten met relatief beperkt risico. Denk als illustratie aan sommige niet-steriele verbandmiddelen. Binnen klasse I bestaan de bijzondere subgroepen Is (steriel), Im (meetfunctie) en Ir (herbruikbaar chirurgisch instrument).
    • Klasse IIa: middelmatig risico, bijvoorbeeld bepaalde kortdurend invasieve of actieve hulpmiddelen.
    • Klasse IIb: hoger middelmatig risico, bijvoorbeeld bepaalde langdurig invasieve hulpmiddelen of apparatuur waarbij een fout ernstige gevolgen kan hebben.
    • Klasse III: het hoogste risico, waaronder veel implantaten en hulpmiddelen die vitale functies direct beïnvloeden.

    Deze voorbeelden zijn geen vaste productenlijst. Twee uiterlijk vergelijkbare producten kunnen door een ander beoogd doel, een andere gebruiksduur of andere technische eigenschappen in een andere klasse vallen. Leg daarom in het technisch dossier vast welke regels zijn beoordeeld, welke regel doorslaggevend is en waarom.

    Welke CE-route geldt per risicoklasse?

    Gewone klasse I: meestal zelfverklaring

    Voor een klasse I-hulpmiddel dat niet steriel is, geen meetfunctie heeft en geen herbruikbaar chirurgisch instrument is, kan de fabrikant de conformiteitsbeoordeling doorgaans zelf uitvoeren. Dat wordt vaak zelfcertificering genoemd, maar de fabrikant geeft geen certificaat aan zichzelf. Hij stelt de vereiste documentatie op, toont naleving van de MDR aan, ondertekent de EU-conformiteitsverklaring en brengt daarna de CE-markering aan.

    Klasse Is, Im en Ir: beperkte betrokkenheid van een aangemelde instantie

    Bij klasse Is, Im en Ir beoordeelt een aangemelde instantie alleen de relevante bijzondere aspecten: respectievelijk steriliteit, metrologische eisen of het hergebruikproces van het chirurgische instrument. De fabrikant blijft verantwoordelijk voor het hulpmiddel als geheel.

    Klasse IIa, IIb en III: aangemelde instantie nodig

    Voor klasse IIa, IIb en III is een door de EU aangewezen aangemelde instantie nodig. Deze instantie beoordeelt, afhankelijk van de gekozen procedure en klasse, het kwaliteitsmanagementsysteem, een steekproef of het volledige technische dossier en bij de hoogste risico’s intensiever de klinische onderbouwing. Hoe hoger de klasse, hoe zwaarder de beoordeling doorgaans is.

    Kies niet alleen op beschikbaarheid. Controleer in de officiële Europese lijst of de instantie onder de MDR is aangewezen voor de juiste productcodes. De fabrikant sluit zelf een overeenkomst met de instantie en draagt de kosten. Als de instantie bij de CE-route betrokken is, komt haar viercijferige identificatienummer naast de CE-markering.

    De praktische MDR-route in 10 stappen

    1. Bepaal scope en rol. Is het product een hulpmiddel, accessoire, combinatieproduct, Bijlage XVI-product of iets anders? Ben je fabrikant, importeur of distributeur?
    2. Formuleer het beoogde doel. Leg gebruikers, patiënten, medische functie, gebruiksduur, omgeving en claims vast.
    3. Classificeer het hulpmiddel. Pas alle relevante regels van Bijlage VIII toe en motiveer de hoogste toepasselijke klasse.
    4. Plan kwaliteits- en risicobeheersing. Richt het kwaliteitsmanagementsysteem, leverancierscontrole, ontwerpbeheersing en wijzigingsbeheer in.
    5. Toon veiligheid en prestaties aan. Werk de algemene veiligheids- en prestatie-eisen van Bijlage I systematisch af en onderbouw ze met normen, tests en analyses.
    6. Maak de klinische evaluatie. Onderbouw met relevante klinische gegevens dat het hulpmiddel bij het beoogde gebruik veilig is en presteert. Bepaal of eigen klinisch onderzoek nodig is.
    7. Bouw het technisch dossier. Neem de onderdelen van Bijlagen II en III op, waaronder ontwerp, productie, verificatie, validatie, risicobeheer en post-market surveillance. Gebruik daarbij de checklist voor een technisch dossier.
    8. Laat beoordelen waar nodig. Selecteer een aangemelde instantie met de juiste scope en rond de toepasselijke conformiteitsprocedure af.
    9. Verklaar en markeer. Stel de EU-conformiteitsverklaring op, breng CE correct aan en zorg dat etiket en gebruiksaanwijzing kloppen.
    10. Registreer en bewaak. Regel UDI, EUDAMED-registratie en toezicht na marktintroductie, inclusief klachten, incidenten, trendrapportage en corrigerende maatregelen.

    De algemene vraag of CE voor jouw product verplicht is, staat apart uitgelegd in wanneer CE-markering verplicht is. Bij medische hulpmiddelen is de MDR-route vervolgens bepalend.

    Wat moeten importeurs en webshops controleren?

    Een importeur uit een land buiten de EU mag niet alleen vertrouwen op een CE-logo of pdf-certificaat van de leverancier. Controleer vóór marktintroductie onder meer of:

    • de fabrikant en, bij een fabrikant buiten de EU, de gemachtigde correct zijn vermeld;
    • het concrete model door een geldige EU-conformiteitsverklaring wordt gedekt;
    • een aangemelde instantie betrokken is wanneer de klasse dat vereist en het certificaat binnen de juiste scope valt;
    • CE-markering, UDI, etikettering en Nederlandse gebruikersinformatie aanwezig en consistent zijn;
    • de fabrikant en het hulpmiddel correct in EUDAMED zijn geregistreerd;
    • opslag en transport de conformiteit niet aantasten en klachten kunnen worden doorgestuurd en opgevolgd.

    Verkoop je een hulpmiddel onder je eigen naam of merk, verander je het beoogde doel of wijzig je het product zodanig dat de conformiteit kan worden beïnvloed? Dan kun je zelf fabrikantverplichtingen krijgen. Laat de rolverdeling dus vastleggen voordat je bestelt, claimteksten schrijft of verpakkingen laat drukken.

    EUDAMED-registratie sinds 28 mei 2026

    Sinds 28 mei 2026 zijn vier EUDAMED-modules verplicht in gebruik, waaronder Actor registration en UDI/Device registration. Voor een hulpmiddel dat op of na die datum in de handel wordt gebracht, moet de registratie in de UDI/Device-module zijn voltooid voordat het eerste exemplaar in de EU op de markt komt. Voor producten die al vóór die datum op de markt waren, gelden overgangstermijnen. Hulpmiddelen naar maat volgen deels een aparte route.

    Registreer pas nadat modelidentificatie, Basic UDI-DI, juridische fabrikant en certificaatgegevens op elkaar aansluiten. Een registratie herstelt geen fout in kwalificatie, classificatie of technische documentatie.

    Veelgemaakte fouten bij medische hulpmiddelen

    • Een leverancierscertificaat als eindbewijs gebruiken. Controleer de EU-conformiteitsverklaring, het technische dossier en de toepasselijke certificaten.
    • De risicoklasse van een concurrent kopiëren. Classificeer op basis van je eigen beoogde doel en productkenmerken.
    • Medische claims toevoegen na certificering. Nieuwe claims kunnen het beoogde doel, de klasse en de klinische onderbouwing veranderen.
    • Denken dat gewone klasse I geen dossier nodig heeft. Ook zonder aangemelde instantie gelden onder meer Bijlagen I, II en III.
    • CE als eenmalig project behandelen. Post-market surveillance, incidentmelding en wijzigingsbeheer lopen door zolang het product op de markt is.

    Veelgestelde vragen

    Heb je voor ieder medisch hulpmiddel een CE-certificaat nodig?

    Nee. Voor een gewoon klasse I-hulpmiddel is meestal geen certificaat van een aangemelde instantie nodig. De fabrikant stelt wel een volledig dossier en een EU-conformiteitsverklaring op. Voor klasse Is, Im, Ir, IIa, IIb en III is een aangemelde instantie geheel of gedeeltelijk betrokken en ontstaan wel certificaten binnen die beoordeling.

    Is een thermometer altijd klasse IIa?

    Nee. Het woord thermometer is onvoldoende voor classificatie. De meetfunctie, het beoogde gebruik, het type meting, de gebruiker en de gevolgen van een fout zijn relevant. Beoordeel het concrete product aan de hand van alle MDR-regels.

    Valt een wellnessproduct zonder medische claim buiten de MDR?

    Niet automatisch. Het beoogde doel en de presentatie zijn belangrijk, maar sommige producten zonder medisch doel staan in Bijlage XVI en vallen toch onder de MDR. Ook kunnen feitelijke claims het product alsnog een medisch doel geven.

    Geldt deze route ook voor zelftests en laboratoriumtests?

    Meestal niet. Tests die lichaamsmateriaal buiten het lichaam onderzoeken vallen doorgaans onder Verordening (EU) 2017/746, de IVDR. Die kent eigen klassen en beoordelingsroutes.

    Mag een webshop CE-markering zelf controleren?

    Een webshop kan en moet relevante documenten en markeringen controleren, maar daarmee voert zij niet de volledige conformiteitsbeoordeling van de fabrikant of aangemelde instantie opnieuw uit. Bij twijfel over modelmatch, certificaatscope of risicoklasse is aanvullende verificatie nodig voordat het product wordt aangeboden.

    Laat je MDR-route vooraf controleren

    Een verkeerde kwalificatie of klasse werkt door in vrijwel ieder volgend document. Met de KeurMatch ProductCheck krijg je vroeg zicht op toepasselijke productregels, je juridische rol en de documenten die je vóór verkoop nodig hebt.

    Officiële bronnen

    Bronnen gecontroleerd op 13 oktober 2026. Dit artikel geeft algemene productcompliance-informatie en vervangt geen productspecifieke juridische of klinische beoordeling.

  • PPWR-conformiteitsverklaring: welke verpakkingsdocumenten heb je nodig?

    PPWR-conformiteitsverklaring: welke verpakkingsdocumenten heb je nodig?

    Breng je verpakking of een verpakt product op de EU-markt, dan heb je onder de PPWR niet alleen een materiaal- of leveranciersspecificatie nodig. De fabrikant moet per verpakkingstype kunnen aantonen welke eisen gelden, een technisch verpakkingsdossier opbouwen en een EU-conformiteitsverklaring afgeven. Een importeur controleert dit vóór marktintroductie en bewaart de verklaring.

    De verklaring is het ondertekende einddocument; het technische dossier bevat het bewijs erachter. Dit artikel gaat over die PPWR-documenten. Registratie en aangifte voor verpakkingsafval zijn een andere verplichting en staan uitgelegd in EPR voor verpakkingen in Nederland.

    Technisch verpakkingsdossier met PPWR-conformiteitsverklaring en traceerbare documentatie

    Wat is een PPWR-conformiteitsverklaring?

    PPWR staat voor Packaging and Packaging Waste Regulation: Verordening (EU) 2025/40 betreffende verpakkingen en verpakkingsafval. Een PPWR-conformiteitsverklaring is de schriftelijke verklaring waarmee de fabrikant onder eigen verantwoordelijkheid bevestigt dat een duidelijk geïdentificeerd verpakkingstype voldoet aan de PPWR-eisen die erop van toepassing zijn. Het technische dossier onderbouwt die conclusie met ontwerpgegevens, materiaalinformatie, berekeningen en testresultaten.

    Een concreet voorbeeld: een webshop laat onder eigen merk een glazen cosmeticapot met kunststof deksel en kartonnen omdoos produceren. Per verpakkingstype moet worden bepaald welke eisen gelden. De beschrijving, materiaalopbouw, tekeningen, relevante beoordelingen en testrapporten komen in het dossier. Pas wanneer de toepasselijke eisen zijn beoordeeld, tekent de fabrikant de verklaring.

    Dit kan fabrikanten van lege verpakkingen, producenten van verpakte artikelen, private-labelbedrijven en bepaalde importeurs of distributeurs raken. De juridische rol moet per handelsroute worden vastgesteld. De fabrikant in het conformiteitshoofdstuk is bovendien niet automatisch dezelfde partij als de producent die voor EPR en verpakkingsafval moet registreren en rapporteren.

    Sinds wanneer gelden deze documenten?

    De PPWR is in het algemeen van toepassing sinds 12 augustus 2026. Artikel 15 verplicht fabrikanten vóór het op de markt brengen de conformiteitsbeoordeling van artikel 38 uit te voeren, de technische documentatie van Bijlage VII op te stellen en vervolgens de EU-conformiteitsverklaring van artikel 39 te maken.

    Dat betekent niet dat iedere materiële PPWR-eis op dezelfde dag volledig inging. Eisen aan onder meer recyclebaarheid, gerecycled kunststof, etikettering, hergebruik en verpakkingsminimalisatie kennen eigen toepassingsdata, overgangsbepalingen en soms nog vast te stellen uitvoeringsregels. Neem daarom in het dossier een eisenmatrix per marktintroductiedatum op. Verklaar alleen conformiteit met de eisen die voor het betreffende verpakkingstype op dat moment daadwerkelijk gelden.

    Wie stelt de verklaring op?

    De fabrikant van de verpakking voert de conformiteitsbeoordeling uit of laat die namens hem uitvoeren. De verantwoordelijkheid blijft bij de fabrikant. Een leverancier van materialen of verpakkingsonderdelen moet de informatie verstrekken die de fabrikant nodig heeft, maar een leveranciersverklaring of laboratoriumrapport vervangt de EU-conformiteitsverklaring niet.

    Private label en wijzigingen

    Een importeur of distributeur die een verpakking onder de eigen naam of het eigen merk op de markt brengt, of een verpakking zo wijzigt dat de conformiteit kan worden beïnvloed, wordt volgens artikel 21 in beginsel als fabrikant behandeld. Er is een specifieke uitzondering voor bepaalde micro-ondernemingen wanneer hun leverancier in de EU is gevestigd. Leg daarom niet alleen vast wie heeft geproduceerd, maar ook onder wiens naam de verpakking wordt verkocht en wie ontwerp, materiaal of functie wijzigt.

    Wat controleert een importeur?

    Een importeur mag alleen conforme verpakkingen op de markt brengen. Vóór de marktintroductie controleert hij onder meer of de fabrikant de conformiteitsbeoordeling heeft uitgevoerd, de vereiste technische documentatie heeft opgesteld, de juiste informatie en labels zijn aangebracht en de benodigde documenten aanwezig zijn. De importeur bewaart een kopie van de verklaring en zorgt dat het technische dossier op verzoek beschikbaar kan worden gemaakt.

    Welke documenten horen in het PPWR-dossier?

    Bijlage VII gebruikt Module A: interne productiecontrole. De fabrikant beoordeelt dus zelf of het verpakkingstype aan de toepasselijke eisen voldoet en beheerst de productie zodat volgende exemplaren met het beoordeelde ontwerp overeenkomen. Een compleet dossier bevat waar van toepassing ten minste:

    • Scope en identificatie: verpakkingstype, artikel- of modelcode, beoogd gebruik, verpakt product en relevante varianten;
    • Rol- en eisenmatrix: juridische fabrikant, importeur, leveranciers en de toepasselijke onderdelen van artikelen 5 tot en met 12, inclusief ingangsdata en uitzonderingen;
    • Ontwerpgegevens: conceptontwerp, maatvoering, productietekeningen en beschrijving van onderdelen en materialen;
    • Materiaal- en gewichtsgegevens: stuklijst, materiaalsoorten, coatings, inkten, lijmen, sluitingen, gerecycled aandeel en gewichten per component;
    • Technische onderbouwing: toegepaste geharmoniseerde normen, gemeenschappelijke specificaties of andere meet- en rekenmethoden;
    • Beoordelingen: kwalitatieve beschrijving van de relevante beoordelingen voor recyclebaarheid, verpakkingsminimalisatie en herbruikbaarheid;
    • Testrapporten en verklaringen van leveranciers: gekoppeld aan het exacte materiaal, de juiste uitvoering en de beoordeelde batch of productspecificatie;
    • Productiebeheersing: inkomende controle, wijzigingsbeheer, toleranties, steekproeven en vrijgavecriteria;
    • De ondertekende EU-conformiteitsverklaring: met documentnummer, versie en koppeling naar het juiste dossier.

    Gebruik dezelfde identificatie in de stuklijst, tekeningen, rapporten en verklaring. Het algemene artikel over wat er in een technisch dossier hoort helpt bij documentbeheer; de PPWR vereist daarnaast de verpakkingsspecifieke onderdelen uit Bijlage VII.

    Wat moet in de PPWR-conformiteitsverklaring staan?

    Bijlage VIII geeft het model. Neem minimaal de volgende onderdelen op:

    1. een identificatienummer van de verklaring;
    2. naam en adres van de fabrikant en, indien van toepassing, de gemachtigde;
    3. de verklaring dat het document onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de fabrikant wordt afgegeven;
    4. een herleidbare identificatie en beschrijving van het verpakkingstype;
    5. de toepasselijke EU-wetgeving en eventuele andere EU-handelingen waarvoor dezelfde verklaring wordt gebruikt;
    6. referenties naar toegepaste geharmoniseerde normen, gemeenschappelijke specificaties of andere technische specificaties;
    7. alleen indien van toepassing: gegevens en werkzaamheden van een aangemelde instantie en het afgegeven certificaat;
    8. aanvullende informatie, plaats en datum, naam en functie van de bevoegde ondertekenaar en handtekening.

    Maak de verklaring per verpakkingstype en houd haar actueel. Een familie van varianten kan alleen gezamenlijk worden gedekt wanneer de identificatie duidelijk is en dezelfde technische onderbouwing alle varianten omvat. Het algemene invulmodel voor een EU-conformiteitsverklaring helpt bij de structuur, maar voor PPWR moet je het model uit Bijlage VIII en de verpakkingsspecifieke eisen gebruiken.

    Is de PPWR-verklaring een CE-certificaat?

    Nee. De PPWR-conformiteitsverklaring is geen certificaat dat de Europese Commissie of een keuringsinstantie standaard afgeeft. Het is een verklaring van de fabrikant, ondersteund door het technische dossier. De PPWR verlangt bovendien geen CE-markering op de verpakking als bewijs van PPWR-conformiteit. Een CE-teken op een verpakking kan wel betrekking hebben op het verpakte product wanneer andere productwetgeving dat voorschrijft.

    Als zowel de verpakking als het verpakte product onder EU-regels vallen die een verklaring vereisen, kan één samengesteld dossier of één verklaring voor meerdere toepasselijke EU-handelingen mogelijk zijn. Houd de scope dan glashelder: welke onderdelen gaan over de verpakking en welke over het product?

    Praktijkvoorbeeld voor een importerende webshop

    Een Nederlandse webshop importeert verzorgingsproducten uit China. De verpakking bestaat uit een glazen pot, kunststof sluiting, etiket, kartonnen verkoopdoos en een verzenddoos die de webshop zelf toevoegt.

    1. De webshop identificeert elk verpakkingstype en legt vast wie juridisch fabrikant is.
    2. De buitenlandse fabrikant levert tekeningen, materiaalspecificaties, gewichten en relevante testrapporten.
    3. De toepasselijke PPWR-eisen en data worden per onderdeel in een matrix gezet; contactgevoelige verpakking wordt ook tegen de toepasselijke productwetgeving beoordeeld.
    4. De fabrikant stelt het technische dossier en de PPWR-conformiteitsverklaring op. Verkoopt de webshop de verpakking onder eigen merk of wijzigt zij die relevant, dan moet zij beoordelen of zij zelf fabrikant wordt.
    5. De webshop controleert modelmatch, verklaring, identificatie en fabrikantgegevens vóór de eerste verkoop en archiveert de juiste versie.
    6. De extra verzenddoos wordt als afzonderlijk verpakkingstype beoordeeld en aan het dossier- en EPR-proces gekoppeld.

    Hoe lang bewaar je verklaring en dossier?

    Voor eenmalige verpakking geldt vijf jaar vanaf het op de markt brengen. Voor herbruikbare verpakking geldt tien jaar. De fabrikant bewaart de technische documentatie en verklaring; de importeur bewaart een kopie van de verklaring en zorgt dat het technische dossier op verzoek beschikbaar is. Koppel iedere versie aan de periode waarin zij gold. Meer algemene aandachtspunten staan in hoe lang je technische documentatie bewaart.

    Wanneer moet je het dossier bijwerken?

    Herbeoordeel het dossier bij wijzigingen in materiaal, gewicht, coating, inkt, lijm, sluiting, afmetingen, leverancier, beoogd gebruik, productieproces, normen of wettelijke eisen. De PPWR verlangt dat serieproductie conform blijft. Als een wijziging de uitkomst kan beïnvloeden, voer je de conformiteitsbeoordeling opnieuw uit en werk je de verklaring bij vóór de gewijzigde verpakking op de markt komt.

    Praktisch stappenplan

    1. Maak een verpakkingenregister. Geef ieder verpakkingstype en iedere relevante variant een vaste code.
    2. Bepaal de marktdeelnemersrol. Leg fabrikant, importeur, distributeur, EPR-producent en eventuele gemachtigde afzonderlijk vast.
    3. Bouw een eisenmatrix. Noteer per eis de juridische bron, toepassingsdatum, uitzonderingen, bewijsstuk en verantwoordelijke.
    4. Vraag ontbrekend bewijs op. Accepteer geen generieke verklaring als materiaalcode, verpakkingstype of rapportreferentie niet overeenkomt.
    5. Beoordeel en documenteer. Leg berekeningen, testmethoden, resultaten en conclusies vast in het technische dossier.
    6. Stel de verklaring op. Gebruik Bijlage VIII, laat bevoegd ondertekenen en beheer documentnummer en revisie.
    7. Controleer vóór vrijgave. Vergelijk verpakking, dossier, labels, fabrikant- en importeursgegevens en verklaring.
    8. Bewaar en monitor wijzigingen. Richt een trigger in voor leveranciers-, ontwerp- en wetswijzigingen.

    Veelgestelde vragen

    Moet de PPWR-conformiteitsverklaring met iedere verpakking meegaan?

    De verordening verlangt dat de verklaring wordt opgesteld, bewaard en op verzoek aan autoriteiten beschikbaar wordt gemaakt. Of een specifiek document fysiek of digitaal moet meegaan, hangt ook af van andere toepasselijke regels en van de vereiste begeleidende documenten. Verwar beschikbaarheid voor toezicht niet met een standaardplicht om een papieren kopie in ieder pakket te stoppen.

    Kan een leveranciersverklaring het technische dossier vervangen?

    Nee. Een leveranciersverklaring kan bewijs leveren over een materiaal of onderdeel, maar de fabrikant moet zelf een compleet dossier voor het verpakkingstype opstellen en de samenhang beoordelen.

    Heb je voor PPWR altijd een aangemelde instantie nodig?

    Nee. Bijlage VII gebruikt interne productiecontrole. De fabrikant draagt de verantwoordelijkheid. Het model noemt een aangemelde instantie alleen waar die van toepassing is, bijvoorbeeld door een andere relevante EU-regel.

    Mag één verklaring meerdere verpakkingsvarianten dekken?

    Dat kan als alle varianten ondubbelzinnig zijn geïdentificeerd en dezelfde conformiteitsonderbouwing ze daadwerkelijk dekt. Leg verschillen vast in een variantenmatrix. Een andere materiaalopbouw of functie kan een aparte beoordeling en verklaring vereisen.

    Is de PPWR-verklaring hetzelfde als Verpact-registratie?

    Nee. De PPWR-verklaring gaat over de conformiteit van de verpakking. Verpact-registratie en aangifte horen bij de Nederlandse uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor verpakkingsafval. Eén onderneming kan beide processen moeten uitvoeren, maar de documenten zijn niet uitwisselbaar.

    Breng je verpakkingsdocumenten systematisch in kaart

    Met de KeurMatch ProductCheck krijg je een eerste overzicht van de product- en verpakkingsregels die bij je assortiment kunnen horen. Gebruik daarna per verpakkingstype een eisenmatrix om verklaring, dossier, labels en EPR-verplichtingen uit elkaar te houden én aan elkaar te koppelen.

    Officiële bronnen

    Bronnen gecontroleerd op 12 oktober 2026. De PPWR wordt gefaseerd toegepast; controleer per verpakkingstype en marktintroductiedatum welke eisen, overgangsbepalingen en uitvoeringshandelingen gelden.

  • Productaansprakelijkheid verzekeren: wat dekt een polis en wat niet?

    Productaansprakelijkheid verzekeren: wat dekt een polis en wat niet?

    Kort antwoord: productaansprakelijkheid is bij veel bedrijfsaansprakelijkheidsverzekeringen (AVB’s) meeverzekerd. Zo’n polis kan schadeclaims wegens letsel of beschadigde spullen van anderen opvangen wanneer een gebrekkig product de oorzaak is. De kosten van het defecte product zelf, opnieuw leveren en een terugroepactie vallen vaak niet of slechts beperkt onder de standaarddekking. Controleer daarom niet alleen óf productaansprakelijkheid op het polisblad staat, maar ook voor welke producten, landen, schadeoorzaken, bedragen en recallkosten.

    Wat is een productaansprakelijkheidsverzekering?

    Een productaansprakelijkheidsverzekering beschermt een bedrijf tegen de financiële gevolgen van bepaalde schadeclaims die door een gebrekkig product ontstaan. In Nederland zit deze dekking vaak in een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering, afgekort AVB. Het uitgangspunt is eenvoudig: veroorzaakt jouw product letsel of schade aan spullen van iemand anders en ben jij daarvoor aansprakelijk, dan kan de verzekeraar de claim beoordelen, het verweer voeren en een gedekte schade vergoeden.

    Een concreet voorbeeld: een door een webshop geïmporteerde USB-lader raakt oververhit en veroorzaakt brand in de keuken van een klant. De AVB kan, afhankelijk van de voorwaarden, de schade aan de keuken en het letsel van de klant behandelen. De inkoopwaarde van de defecte laders, het vervangen van de hele voorraad en de kosten van een terugroepactie zijn daarmee niet automatisch meeverzekerd.

    Deze dekking is vooral relevant voor fabrikanten, importeurs van buiten de EU, private-labelverkopers en webshops die producten onder eigen naam aanbieden. Ook een gewone wederverkoper kan met een claim te maken krijgen. Wie juridisch als producent of importeur geldt, hangt af van de ketenrol en de omstandigheden. Lees daarom naast dit verzekeringsartikel ook wie aansprakelijk kan zijn bij schade door een gebrekkig product.

    Fabrikant, importeur en webshop controleren de verzekering voor schade door een gebrekkig product

    Wat dekt een AVB bij productaansprakelijkheid meestal?

    Er bestaat geen universele dekking. De polisvoorwaarden, clausules en het polisblad bepalen wat jouw verzekering werkelijk doet. Een Nederlandse AVB kan in de kern dekking bieden voor:

    • Letselschade bij derden, zoals medische kosten, verlies van inkomen en andere schade na een ongeval met een gebrekkig product;
    • zaakschade bij derden, bijvoorbeeld brandschade aan een woning door een defect apparaat;
    • juridisch verweer en onderzoek wanneer iemand jouw bedrijf aansprakelijk stelt, voor zover deze kosten onder de polis vallen;
    • schade door producten van medewerkers of ingeschakelde partijen, als de verzekerde hoedanigheid en werkzaamheden correct zijn omschreven;
    • schade in verzekerde landen en gedurende de verzekerde periode, binnen het bedrag per aanspraak en het jaarmaximum.

    Een verzekeraar vergoedt niet alleen omdat een klant een claim indient. Eerst wordt beoordeeld of jouw bedrijf aansprakelijk is, of de gebeurtenis onder de dekking valt en of geen uitsluiting van toepassing is. Meld een mogelijke claim daarom tijdig en erken niet zelfstandig aansprakelijkheid zonder de meldingsregels van de polis te volgen.

    Wat valt vaak niet onder de standaarddekking?

    Ondernemersplein waarschuwt dat de precieze dekking per verzekering verschilt. De volgende posten zijn bij een gewone AVB vaak niet verzekerd of alleen via een aanvullende clausule:

    • het gebrekkige product zelf en de kosten om het te repareren, vervangen of opnieuw te leveren;
    • recallkosten, zoals klanten opsporen, retourlogistiek, vernietiging, extra personeel en omzetverlies;
    • zuivere financiële schade zonder letsel of zaakschade, tenzij de polis die schade uitdrukkelijk meeverzekert;
    • contractuele garanties die verder gaan dan de wettelijke aansprakelijkheid;
    • boetes en dwangsommen, voor zover deze niet verzekerbaar zijn of zijn uitgesloten;
    • opzet, bewuste roekeloosheid of een bekend gebrek dat niet correct aan de verzekeraar is gemeld;
    • niet-aangemelde productgroepen, omzet, exportlanden of activiteiten;
    • bepaalde risicolanden of sectoren, bijvoorbeeld verkoop in de Verenigde Staten of Canada, medische producten, voeding, cosmetica of software, als daarvoor een uitsluiting of bijzondere clausule geldt.

    Dit zijn geen automatische uitsluitingen voor iedere polis. Gebruik de lijst als controlevragen. De tekst op het polisblad, de algemene voorwaarden en de bijzondere clausules zijn beslissend.

    AVB, productdekking en recallverzekering: wat is het verschil?

    Vier begrippen naast elkaar

    • Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (AVB): de brede zakelijke aansprakelijkheidsverzekering voor schade aan personen of spullen van anderen; productaansprakelijkheid kan hiervan een onderdeel zijn.
    • Productaansprakelijkheidsdekking: het onderdeel dat ziet op claims door schade die jouw product veroorzaakt. Dit is meestal geen los wettelijk certificaat.
    • Recall- of terugroepdekking: een uitbreiding of aparte verzekering voor bepaalde kosten van een terugroepactie. Controleer of vrijwillige recalls zijn gedekt of alleen een terugroepactie op bevel van een toezichthouder.
    • Beroepsaansprakelijkheidsverzekering: dekking voor vermogensschade door beroepsfouten, zoals een verkeerd professioneel advies. Dat is iets anders dan schade door een fysiek product.

    Een verzekering verandert niets aan je plicht om onveilige producten te stoppen, te melden en zo nodig terug te roepen. Volg bij een incident het stappenplan voor een onveilig product en terugroepactie. De verzekeraar kan daarnaast eisen stellen aan schadebeperking en voorafgaande toestemming voor kosten.

    Is productaansprakelijkheid verzekeren verplicht?

    Een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering is in Nederland niet algemeen wettelijk verplicht. Een opdrachtgever, leverancier, verkoopplatform, verhuurder of brancheorganisatie kan een bepaalde dekking of een minimaal verzekerd bedrag wel contractueel eisen. Voor sommige gereguleerde activiteiten kunnen daarnaast sectorspecifieke eisen gelden.

    Niet verplicht betekent niet dat het risico klein is. Een importeur van buiten de EU of een private-labelverkoper kan onder het huidige recht als producent worden behandeld. De schade kan veel hoger zijn dan de marge op het product. Controleer daarom welke verplichtingen je als importeur hebt en wanneer je bij private label als fabrikant geldt.

    Poliscontrole in 12 vragen

    Stuur je verzekeraar of adviseur een volledige beschrijving van wat je werkelijk doet. Laat de antwoorden bij voorkeur schriftelijk bevestigen en leg vast op welke product- en omzetgegevens de acceptatie is gebaseerd.

    1. Staan fabricage, import, private label, assemblage, installatie en online verkoop correct als activiteiten vermeld?
    2. Zijn alle productgroepen genoemd, inclusief accessoires, batterijen, software en connected functies?
    3. Geldt de dekking voor alle landen waar je levert, verkoopt of laat bezorgen?
    4. Zijn de Verenigde Staten en Canada uitgesloten of alleen onder voorwaarden verzekerd?
    5. Welk bedrag geldt per claim, per gebeurtenis en per verzekeringsjaar?
    6. Geldt een eigen risico per claim, per benadeelde of per serie gebrekkige producten?
    7. Hoe behandelt de polis meerdere claims uit dezelfde batch, ontwerpfout of productserie?
    8. Zijn juridische kosten en expertisekosten binnen of boven het verzekerde maximum gedekt?
    9. Welke datum of gebeurtenis bepaalt of een claim onder de polis valt, en is eerdere productie of verkoop meeverzekerd?
    10. Zijn recallkosten, omzetverlies, vervangingskosten en reputatieherstel uitgesloten of aanvullend verzekerd?
    11. Welke meldtermijn geldt bij klachten, incidenten, toezichthoudercontact of een mogelijke claim?
    12. Welke preventiemaatregelen, kwaliteitscontroles, certificaten en leveranciersafspraken verwacht de verzekeraar?
    Praktische tip: stuur bij de jaarlijkse verlenging niet alleen de omzet door. Meld nieuwe producten, leverancierslanden, exportmarkten, eigen merken, softwarefuncties en wijzigingen in het productieproces. Een polis die op verouderde bedrijfsinformatie is gebaseerd kan bij een claim discussie opleveren.

    Extra aandacht voor importeurs en private label

    Importeurs en merkeigenaren kunnen niet volstaan met de verzekering van de buitenlandse fabriek. Controleer of die polis jouw Nederlandse onderneming daadwerkelijk als verzekerde noemt, in de EU afdwingbaar is en voldoende dekking biedt. Leg daarnaast contractueel vast wie incidenten onderzoekt, dossiers levert, recalls ondersteunt en een eigen risico of onverzekerde schade draagt.

    Vraag de leverancier om actuele productdocumentatie, maar behandel een certificaat niet als verzekeringsbewijs. Een testrapport kan helpen aantonen welke controles zijn uitgevoerd; het vervangt geen aansprakelijkheidsdekking. Controleer ook of wijzigingen in materiaal, fabriek, firmware of verpakking opnieuw moeten worden gemeld.

    Wat verandert er eind 2026?

    Richtlijn (EU) 2024/2853 vernieuwt de Europese productaansprakelijkheidsregels. De lidstaten moeten de regels uiterlijk 9 december 2026 omzetten. De oude richtlijn blijft gelden voor producten die vóór die datum op de markt zijn gebracht; de nieuwe regeling is bedoeld voor producten die vanaf 9 december 2026 op de markt komen of in gebruik worden genomen.

    Op 11 oktober 2026 was het Nederlandse wetsvoorstel 36 906 nog in behandeling bij de Tweede Kamer; het plenaire debat stond gepland voor 15 oktober 2026. De richtlijn brengt onder meer software, digitale elementen en complexere internationale ketens nadrukkelijker in beeld. Laat daarom vóór de verlenging van je polis controleren of definities van ‘product’, ‘schade’, ‘producent’, software, updates en exportketen aansluiten op je actuele risico.

    Wat doe je bij een incident of claim?

    1. Beperk direct het gevaar en stop zo nodig verkoop of levering.
    2. Bewaar het product, foto’s, batchgegevens, orderinformatie, klachten en communicatie als bewijs.
    3. Meld het incident volgens de polisvoorwaarden bij verzekeraar of adviseur.
    4. Erken geen aansprakelijkheid en doe geen toezegging over vergoeding voordat de claim is beoordeeld.
    5. Beoordeel afzonderlijk of een melding aan toezichthouders en een terugroepactie nodig zijn.
    6. Leg alle kosten apart vast: schade aan derden, vervanging, transport, communicatie, onderzoek en omzetverlies.
    7. Controleer regresmogelijkheden op fabrikant, leverancier, vervoerder of andere ketenpartner.

    Een goede product- en leveranciersadministratie versnelt zowel de veiligheidsaanpak als de verzekeringsbeoordeling. Met de gratis KeurMatch-productcheck krijg je een eerste indicatie van je productrol, relevante regels en benodigde documentatie.

    Veelgestelde vragen

    Is productaansprakelijkheid altijd onderdeel van een AVB?

    Nee. Het is vaak onderdeel van een AVB, maar niet iedere polis dekt iedere productgroep, activiteit of afzetmarkt. Controleer het polisblad, de voorwaarden en bijzondere clausules.

    Dekt een AVB de kosten van een recall?

    Meestal niet onder de standaarddekking. Een recallclausule of aparte terugroepverzekering kan bepaalde kosten dekken. Let op of ook een vrijwillige veiligheidsrecall is verzekerd of alleen een bevel van een toezichthouder.

    Is schade aan het defecte product zelf verzekerd?

    Vaak niet. De kosten om het eigen product te herstellen, vervangen of opnieuw te leveren zijn doorgaans een ondernemers- of garantierisico. De precieze polis is beslissend.

    Ben ik verzekerd als ik onder private label verkoop?

    Alleen als die activiteit en productgroep binnen de geaccepteerde bedrijfsomschrijving en voorwaarden vallen. Meld private label expliciet en laat schriftelijk bevestigen hoe de verzekeraar jouw rol beoordeelt.

    Geldt de verzekering ook bij verkoop buiten Nederland?

    Dat hangt af van het dekkingsgebied. Controleer alle landen waar klanten wonen, waar producten worden geleverd en waar een claim kan worden ingesteld. Voor de VS en Canada gelden vaak aparte voorwaarden of uitsluitingen.

    Kan ik na een incident nog een verzekering afsluiten?

    Een nieuwe polis dekt een al bekende gebeurtenis meestal niet. Meld bekende omstandigheden eerlijk en vraag welke ingangsdatum, eerdere dekking en uitloopregeling gelden.

    Officiële bronnen

    Dit artikel is inhoudelijk gecontroleerd op 11 oktober 2026 aan de hand van Ondernemersplein over de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering, uitsluitingen en recall, Ondernemersplein over productaansprakelijkheid, de officiële EU-uitleg over productaansprakelijkheid, Richtlijn (EU) 2024/2853 en de actuele behandeling van wetsvoorstel 36 906. Dit artikel geeft algemene informatie en geen individueel verzekerings- of juridisch advies. De polisvoorwaarden en de concrete feiten zijn altijd beslissend.

  • WEEE in Duitsland: registratie bij stiftung ear voor Nederlandse webshops

    WEEE in Duitsland: registratie bij stiftung ear voor Nederlandse webshops

    Auteur: Roger · Gepubliceerd op 10 oktober 2026 · Laatst inhoudelijk bijgewerkt op 10 oktober 2026

    Verkoop je vanuit Nederland elektrische apparaten rechtstreeks aan klanten in Duitsland? Dan moet je vóór de verkoop de Duitse WEEE-registratie beoordelen. Een Nederlandse registratie volstaat niet. Zonder Duitse vestiging verloopt de registratie doorgaans via een Duitse gemachtigde.

    Wat is WEEE-registratie in Duitsland?

    WEEE staat voor Waste Electrical and Electronic Equipment: afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. De regels zorgen dat bedrijven bijdragen aan de inzameling en verwerking van apparaten die later afval worden. In Duitsland zijn deze Europese uitgangspunten uitgewerkt in het Elektro- und Elektronikgerätegesetz, afgekort ElektroG. De stiftung elektro-altgeräte register, meestal stiftung ear genoemd, verzorgt de registratie.

    Een voorbeeld: je Nederlandse webshop verkoopt elektrische bureaulampen rechtstreeks aan Duitse consumenten. Je maakt de lampen misschien niet zelf, maar kunt voor de Duitse afvalregels toch als producent gelden. Je moet dan laten regelen wie voor die apparaten verantwoordelijk is en welke merken en apparaattypen geregistreerd zijn. Dit kan ook gelden voor importeurs, eigen merken en leveranciers aan zakelijke eindgebruikers. De productsoort, verkooproute en wettelijke uitzonderingen bepalen de precieze uitkomst.

    WEEE is een vorm van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid: verantwoordelijkheid voor de afvalfase van je product. Het is geen kwaliteitskeurmerk en vervangt geen productveiligheidscontrole. Voor de Nederlandse procedure lees je ons stappenplan voor WEEE-registratie in Nederland. Dit artikel gaat specifiek over de Duitse markt.

    Elektrische apparaten met het WEEE-symbool van de doorgestreepte afvalbak
    Bij verkoop van elektrische apparaten hoort ook verantwoordelijkheid voor de afvalfase.

    Wanneer krijgt een Nederlandse webshop met het ElektroG te maken?

    De producentendefinitie staat in § 3 ElektroG. Beoordeel niet alleen wie de fabriek bezit, maar vooral wie aanbiedt, onder welk merk en aan welke afnemer. Denk aan deze situaties:

    • Rechtstreekse online verkoop aan Duitse eindgebruikers: een buiten Duitsland gevestigde verkoper kan zelf producent zijn, ook bij verkoop van een bestaand merk.
    • Eigen merk of private label: laten maken en onder eigen naam aanbieden kan producentenverantwoordelijkheid opleveren.
    • Levering aan een Duitse wederverkoper: bepaal wie de apparaten als eerste op de Duitse markt aanbiedt en welke rol een eventueel aangewezen gemachtigde heeft. Deze route verschilt van rechtstreekse verkoop aan eindgebruikers.
    • Doorverkoop binnen Duitsland: controleer of de verantwoordelijke producent correct geregistreerd is. Ook een distributeur mag onjuist geregistreerde apparatuur niet zomaar aanbieden.

    Leg dit per handelsstroom vast. Dezelfde onderneming kan voor het ene artikel rechtstreeks verkopen en voor het andere via een Duitse importeur werken. Een WEEE-nummer op een leveranciersfactuur bewijst op zichzelf niet dat jouw eigen verkooproute is afgedekt.

    Welke apparaten vallen eronder?

    Het ElektroG heeft een brede reikwijdte voor elektrische en elektronische apparatuur. Er zijn zes hoofdcategorieën, waaronder warmtewisselende apparatuur, schermen, lampen, grote apparaten, kleine apparaten en kleine IT- en telecomapparatuur. Voor registratie gebruikt ear daarbinnen specifieke Gerätearten: groepen apparaten met vergelijkbaar gebruik of vergelijkbare functies.

    Niet alles valt er automatisch onder. § 2 ElektroG kent bijvoorbeeld afgebakende uitzonderingen voor bepaalde grote vaste industriële installaties en specifieke medische apparatuur. Een algemene aanduiding als ‘industrieel’ of ‘professioneel’ is onvoldoende om een uitzondering te claimen. Controleer productfunctie, afmetingen, gebruik en de exacte uitzonderingsvoorwaarden.

    WEEE-registratie in Duitsland regelen in zes stappen

    1. Maak een product- en verkoopoverzicht

    Noteer per artikel het merk op het apparaat, model, functie, afmetingen, gewicht, verwachte Duitse verkoop en type afnemer. Voeg productfoto’s en een korte gebruiksbeschrijving toe. Zo kan je gemachtigde de indeling beoordelen en kun je nieuwe artikelen later tegen de bestaande registratie controleren.

    2. Benoem een Duitse gemachtigde als die nodig is

    Een producent zonder Duitse vestiging kan de registratie niet zelfstandig als binnenlandse producent afhandelen. Je benoemt een in Duitsland gevestigde Bevollmächtigter. Deze neemt de wettelijke producententaken onder het ElektroG op zich. Dat is een specifieke juridische rol; alleen een adviseur laten helpen met formulieren is niet hetzelfde.

    Volgens § 8 ElektroG mag je één gemachtigde hebben. De opdracht moet schriftelijk, in het Duits en voor minstens drie maanden zijn vastgelegd. Ear moet de benoeming bevestigen. Spreek daarnaast praktisch af wie productgegevens aanlevert, meldingen verzorgt, deadlines bewaakt en veranderingen in je assortiment doorgeeft.

    Een Duits magazijn of fulfillmentcontract maakt je onderneming niet vanzelf tot een Duitse vestiging. Ear licht de vestigingscriteria en de procedure toe in de instructie voor buitenlandse ondernemingen.

    3. Controleer iedere combinatie van merk en apparaattype

    Registratie gebeurt per merk én Geräteart, niet simpelweg voor ‘alle elektronica’ en ook niet standaard per afzonderlijk model. Een nieuw merk of een andere apparaatgroep kan een extra registratie vereisen. De officiële indeling van ear helpt bij die beoordeling.

    Maak hierbij onderscheid tussen apparaten die ook thuis bruikbaar zijn en apparaten uitsluitend voor niet-huishoudelijk gebruik. Alleen leveren aan bedrijven maakt een gewone bureaulamp nog geen uitsluitend zakelijk apparaat. Leg de onderbouwing van je keuze vast.

    4. Regel de financiële garantie of het terugnameconcept

    Voor apparaten die in particuliere huishoudens gebruikt kunnen worden, is een insolventiebestendige financiële garantie nodig voor de afvalfase. Deze moet ook beschikbaar blijven als het bedrijf zijn verplichtingen niet meer kan betalen. Dit is iets anders dan de garantie die je klant krijgt bij een defect product.

    Bij apparaten die uitsluitend buiten particuliere huishoudens worden gebruikt, of daar gewoonlijk niet worden gebruikt, moet je dat aannemelijk maken. Daar hoort een terugnameconcept bij. § 7a ElektroG vraagt onder meer hoe teruggeven mogelijk is en wie een ingeschakelde dienstverlener is. ‘De klant regelt het zelf’ is geen uitgewerkt terugnameproces.

    5. Wacht op de beschikking en controleer het register

    Een account aanmaken of aanvraag indienen is nog geen registratie. Wacht op het Registrierungsbescheid, de beschikking waarmee ear de registratie bevestigt. Controleer vervolgens in het openbare register van producenten en gemachtigden de onderneming, vertegenwoordiging, merken en apparaattypen. Bewaar de beschikking bij je productadministratie.

    Laat een collega vóór livegang één concreet artikel nalopen: klopt het merk op de foto met de registratie, past het apparaat bij de geregistreerde groep en hoort de registratie bij de juiste onderneming? Een correct nummer met de verkeerde merkcombinatie is geen afgeronde controle.

    6. Verwerk het WEEE-nummer en richt de uitvoering in

    De Duitse registratie levert een WEEE-Reg.-Nr. DE met acht cijfers op. De producent moet zijn registratienummer bij het aanbieden en op facturen vermelden. Leg het daarom vast in je webshop-, facturatie- en eventuele marketplacegegevens. Stem met je gemachtigde af welk nummer bij jouw registratie hoort; neem niet blind dat van een leverancier over.

    De registratie is vervolgens het begin van een doorlopend proces. Regel hoeveelheidsmeldingen, terugname, verwerking en de benodigde financiële dekking. Maak één medewerker verantwoordelijk voor de aanlevering en controleer ook bij assortimentsuitbreiding opnieuw de dekking.

    Wat moet je na registratie blijven bijhouden?

    De meldingsinstructies van ear maken onderscheid tussen verschillende hoeveelheidsmeldingen en de jaarlijkse statistiek. Leg met je gemachtigde vast welke opgaven voor jouw situatie gelden. Gebruik een administratie waarin Duitsland apart staat van Nederland en andere afzetlanden.

    • Bewaar verkochte aantallen en gewichten per rapportageperiode en apparaattype.
    • Houd wijzigingen van bedrijfsgegevens, merken en assortiment bij.
    • Leg vast welke meldingen zijn ingediend en wie de uitkomst heeft gecontroleerd.
    • Controleer de voortzetting van garanties, terugnameafspraken en de opdracht aan je gemachtigde.

    Controleer ook de productmarkering en informatie voor de eindgebruiker. De doorgestreepte afvalbak op elektrische producten en het registratienummer hebben verschillende functies. Daarnaast blijven bijvoorbeeld de toepasselijke elektrische productveiligheidsregels relevant. Bij een ingebouwde batterij en een verpakking kunnen afzonderlijke producentenverplichtingen spelen.

    Wat kost registratie en hoeveel tijd kost het?

    Er is geen universele totaalprijs. Houd rekening met officiële registratie- en terugkerende uitvoeringskosten, de dienstverlening van de gemachtigde, eventuele garanties en inzameling/verwerking. Ear publiceert actuele kosten en rekenvoorbeelden. Vraag bij een dienstverlener apart wat is inbegrepen en wat per merk, apparaatgroep of melding wordt berekend.

    Ear noemt voor een volledige en juiste aanvraag doorgaans twee tot vier weken; complexe aanvragen of drukte kunnen langer duren. Plan bij een buitenlandse onderneming ook tijd in voor de gemachtigde en de bevestiging van diens benoeming. Beloof daarom geen vaste Duitse lanceringsdatum voordat de procedure rond is.

    Veelgestelde vragen

    Is mijn Nederlandse WEEE-registratie ook geldig in Duitsland?

    Nee, deze vervangt de Duitse registratie niet. De uitvoering verloopt via nationale registers. Houd de landenadministraties gescheiden en beoordeel je rol in elke markt. De Europese uitleg over WEEE-verantwoordelijkheden beschrijft dit uitgangspunt.

    Moet ik registreren als ik maar weinig apparaten verkoop?

    Ga niet uit van een algemene vrijstelling voor kleine webshops of lage aantallen. Eerst moet duidelijk zijn of het product onder het ElektroG valt en of jij producent bent. Een kleine verkoopomvang verandert die beoordeling niet automatisch.

    Is verkoop via een marketplace voldoende geregeld?

    Nee. Een marketplace neemt jouw producentenrol niet automatisch over. § 6 ElektroG verbiedt platforms het aanbieden of beschikbaar stellen van apparaten van niet correct geregistreerde producenten mogelijk te maken. Een registratieprobleem kan dus ook je platformverkoop raken.

    Is een WEEE-nummer hetzelfde als een CE-certificaat?

    Nee. Het nummer hoort bij de registratie voor producentenverantwoordelijkheid. Het is geen bewijs dat een apparaat technisch veilig is of aan alle CE-eisen voldoet. Houd de afvalregistratie en de technische productdocumentatie beide op orde.

    Controleer je Duitse verkooproute vóór livegang

    Begin met één product en werk de volledige route uit: leverancier, merk, afnemer, Duitse verantwoordelijke, registratie en administratie. Herhaal de controle voor afwijkende productgroepen. Met de KeurMatch ProductCheck kun je verkennen welke productregels en vervolgstappen bij jouw assortiment passen.

    Officiële bronnen

    Inhoud en officiële bronnen gecontroleerd op 10 oktober 2026.

  • EUDR FAQ 2026: 12 praktische vragen voor importeurs en webshops

    EUDR FAQ 2026: 12 praktische vragen voor importeurs en webshops

    Auteur: Roger · Gepubliceerd op 8 oktober 2026 · Laatst inhoudelijk bijgewerkt op 8 oktober 2026

    De EUDR brengt een nieuwe controleketen mee voor bepaalde producten met hout, cacao, koffie, rubber, soja, palmolie of rundvee. Voor webshops en importeurs draait de voorbereiding vooral om één vraag: kun je vóór het verhandelen aantonen waar het product en de relevante grondstof vandaan komen? Deze FAQ geeft praktische antwoorden en helpt je bepalen welke actie bij jouw rol past.

    Wereldkaart met bos, handelsroute, houtproducten en controlelijst voor EUDR-traceerbaarheid
    EUDR-traceerbaarheid verbindt product, handelsroute en herkomstgegevens.

    Wat is de EUDR?

    EUDR staat voor EU Deforestation Regulation. In het Nederlands heet dit de EU-ontbossingsverordening. Dat zijn geen twee verschillende regels, maar twee namen voor dezelfde Europese verordening. Het uitgangspunt is dat bepaalde grondstoffen en afgeleide producten alleen in de EU mogen worden aangeboden of vanuit de EU mogen worden uitgevoerd als zij ontbossingsvrij zijn, volgens de wetten van het productieland zijn geproduceerd en met de vereiste informatie traceerbaar zijn.

    De regeling bestaat om te voorkomen dat consumptie en handel in de EU bijdragen aan ontbossing en bosdegradatie. Een concreet voorbeeld: importeert een Nederlandse webshop houten serveerplanken rechtstreeks uit een land buiten de EU, dan moet zij eerst controleren of de productcode in bijlage I van de EUDR staat. Valt de plank eronder en is de webshop de eerste die haar in de EU op de markt brengt, dan moet zij informatie over onder meer de houtsoort, het productieland en de percelen verzamelen, het risico beoordelen en vóór het verhandelen een zorgvuldigheidsverklaring indienen.

    Niet ieder product waarin een van de zeven grondstoffen voorkomt valt automatisch onder de EUDR. De productcode in bijlage I, de plaats in de handelsketen, de bedrijfsgrootte en overgangsregels bepalen wat je precies moet doen en wanneer. Daardoor kunnen producenten, importeurs, exporteurs, groothandels en webshops allemaal met de EUDR te maken krijgen, maar niet altijd met dezelfde verplichtingen. Begin daarom met de basisuitleg over de reikwijdte van de EUDR en gebruik de vragen hieronder voor de uitvoering.

    Wanneer gelden de EUDR-deadlines?

    Volgens de actuele Europese planning gelden de hoofdverplichtingen vanaf 30 december 2026 voor grote en middelgrote ondernemingen. Voor micro- en kleine ondernemingen die uiterlijk 31 december 2024 als zodanig waren opgericht, geldt in beginsel 30 juni 2027. Voor sommige houtproducten die al onder de oude EU-houtverordening vielen, gelden afwijkende overgangsregels. Ook producten die pas door een latere wijziging aan de productlijst zijn toegevoegd, kunnen een andere ingangsdatum hebben. Controleer daarom altijd je productcode én de toepasselijke overgangsbepaling; baseer je voorbereiding niet alleen op de omvang van je bedrijf.

    EUDR FAQ: 12 praktische vragen

    1. Valt ieder product met hout, rubber, leer of koffie onder de EUDR?

    Nee. De EUDR werkt met een afgebakende lijst van goederencodes in bijlage I. De aanwezigheid van een grondstof is een eerste signaal, maar niet de juridische eindtoets. Een houten meubel kan bijvoorbeeld wel onder een genoemde GN- of HS-code vallen, terwijl een ander samengesteld product met een klein houten onderdeel buiten de lijst valt. Bepaal daarom eerst de juiste douanecode en vergelijk die met de actuele bijlage I. Let ook op latere wijzigingen van die bijlage.

    2. Ben ik marktdeelnemer, handelaar of downstream-bedrijf?

    Een marktdeelnemer brengt een relevant product voor het eerst in de EU in de handel of voert het uit. Een handelaar biedt een relevant product verderop in de keten aan zonder de eerste marktdeelnemer te zijn. Een onderneming kan ook relevante producten verwerken tot een ander relevant product en daardoor een downstream-marktdeelnemer zijn. Dezelfde webshop kan per productstroom een andere rol hebben: rechtstreeks importeren uit China is iets anders dan inkopen bij een Nederlandse groothandel. Leg je rol dus per leverancier, productcode en handelsstroom vast.

    3. Wat moet een webshop bewaren als zij bij een EU-leverancier inkoopt?

    Vraag minstens vastleggingen waarmee je leverancier, afnemer en productstroom zijn te herleiden. Afhankelijk van je rol en omvang moet je ook het referentienummer van de eerder ingediende zorgvuldigheidsverklaring kunnen bewaren en doorgeven. Kleine downstream-bedrijven en kleine handelaren hebben doorgaans lichtere verplichtingen dan de eerste marktdeelnemer, maar zijn niet vrijgesteld van traceerbaarheid. Bewaar de gegevens gestructureerd en koppel ze aan artikelnummer, batch, levering en leverancier.

    4. Wat verandert er als ik rechtstreeks van buiten de EU importeer?

    Wie een relevant product rechtstreeks invoert en als eerste in de EU in de handel brengt, is meestal marktdeelnemer. Dan volstaat een leveranciersverklaring niet. Je moet een zorgvuldigheidsstelsel toepassen: informatie verzamelen, risico’s beoordelen, zo nodig beperken en vóór het op de markt brengen een zorgvuldigheidsverklaring indienen. Neem EUDR-informatie daarom op in je inkoopproces en vraag documenten vóór verzending op. Bekijk ook welke documenten je bij import uit China moet opvragen.

    5. Wat is een zorgvuldigheidsstelsel?

    Het zorgvuldigheidsstelsel is je interne werkwijze om EUDR-risico’s te beheersen. Het bestaat uit drie onderdelen: voldoende product- en herkomstinformatie verzamelen, het risico op ontbossing of illegaliteit beoordelen en een niet-verwaarloosbaar risico terugbrengen tot een verwaarloosbaar niveau. Denk aan vaste leveranciersvragen, controle van bewijsstukken, een beslisregel voor ontbrekende geodata en periodieke evaluatie. Het is dus meer dan een map met certificaten.

    6. Wat is een zorgvuldigheidsverklaring?

    Een zorgvuldigheidsverklaring is de formele verklaring die een marktdeelnemer via het Europese EUDR-informatiesysteem indient voordat een relevant product wordt verhandeld of uitgevoerd. Daarmee verklaart de onderneming dat zij zorgvuldigheid heeft betracht en geen of slechts een verwaarloosbaar risico heeft vastgesteld. Het systeem kent een referentienummer dat verderop in de keten kan worden gebruikt. Verwar de verklaring niet met het zorgvuldigheidsstelsel: de verklaring is de uitkomst per productstroom of zending; het stelsel is de blijvende interne werkwijze erachter.

    7. Welke geolocatiegegevens heb ik nodig?

    Je hebt de geografische locatie nodig van alle percelen waar de relevante grondstof is geproduceerd. Voor percelen tot en met vier hectare kan dat doorgaans met één coördinaat; voor grotere percelen is een polygoon nodig die de grenzen beschrijft. Bij rundvee gaat het om de locaties van de inrichtingen waar de dieren zijn gehouden. Vraag gegevens in een bruikbaar digitaal formaat op, controleer of de locatie bij de opgegeven producent en grondstof past en voorkom dat partijen met onbekende herkomst worden vermengd.

    8. Is een FSC-, PEFC- of ander certificaat genoeg?

    Nee. Certificering kan ondersteunend bewijs leveren en helpen bij de risicobeoordeling, maar vervangt de wettelijke zorgvuldigheid niet. Je blijft zelf verantwoordelijk voor de vereiste productgegevens, geolocatie, beoordeling van legaliteit en ontbossingsrisico en – wanneer van toepassing – de verklaring in het informatiesysteem. Controleer bovendien welke claims het certificaat werkelijk dekt; een duurzaamheidskeurmerk zegt niet automatisch iets over alle EUDR-voorwaarden.

    9. Wat betekent ‘laag risico’ bij een productieland?

    De Europese Commissie classificeert landen als laag, standaard of hoog risico. Bij productie in een laagrisicoland kan een vereenvoudigde zorgvuldigheidsprocedure mogelijk zijn. Dat is geen vrijstelling: de vereiste informatie en traceerbaarheid blijven nodig, en je moet beoordelen of er aanwijzingen zijn voor omzeiling, vermenging of een ander concreet risico. Voor standaard- en hoogrisicolanden gelden de volledige risicobeoordeling en eventuele risicobeperkende maatregelen.

    10. Hoe lang moet ik EUDR-documenten bewaren?

    Bewaar de relevante informatie, bewijsstukken, risicobeoordelingen en maatregelen minimaal vijf jaar. Zorg dat je dossiers niet alleen vindbaar zijn voor een controle, maar ook laten zien welke beslissing op welk moment is genomen. Een werkbaar dossier bevat bijvoorbeeld de productcode, leverancier, batch of zending, land en perceel van productie, bewijs van legaliteit, uitgevoerde controles, conclusie en het nummer van de zorgvuldigheidsverklaring.

    11. Hoe ga ik om met bestaande voorraad en overgangssituaties?

    De relevante productiedatum en het moment waarop een product in de EU in de handel is gebracht kunnen bepalend zijn. Voor producten die vóór de toepasselijke datum zijn geproduceerd of al eerder in de handel zijn gebracht, bestaan overgangsregels; voor bepaalde houtproducten gelden aparte bepalingen. Alleen een factuurdatum is niet altijd voldoende bewijs. Verzamel daarom tijdig documenten over productie, invoer en eerste verhandeling en leg vast op welke overgangsregel je je baseert. Bij twijfel over een concrete partij is juridisch of douanetechnisch advies verstandig.

    12. Wat moet ik vóór 30 december 2026 regelen?

    Maak eerst een productlijst met GN- of HS-codes en markeer de producten die in bijlage I staan. Leg daarna per stroom je rol vast, breng leveranciers en landen van productie in kaart en test of je de vereiste geolocatie en legaliteitsinformatie daadwerkelijk kunt krijgen. Richt vervolgens je zorgvuldigheidsstelsel, dossiers en verantwoordelijkheden in, maak afspraken over referentienummers met leveranciers en afnemers en oefen met het Europese informatiesysteem. Wacht niet tot de laatste zending: ontbrekende perceelgegevens zijn vaak niet achteraf te reconstrueren.

    Praktische voorbereiding in zes stappen

    1. Classificeer producten: bepaal de douanecode en vergelijk die met de actuele EUDR-productlijst.
    2. Bepaal je rol: leg per handelsstroom vast of je eerste marktdeelnemer, exporteur, downstream-bedrijf of handelaar bent.
    3. Maak leveranciersafspraken: specificeer welke herkomst-, perceel-, legaliteits- en referentiegegevens je vóór levering nodig hebt.
    4. Bouw het dossier: koppel bewijsstukken aan product, batch, zending en beslissing en stel een bewaartermijn van minimaal vijf jaar in.
    5. Beoordeel risico’s: documenteer je criteria, uitzonderingen, escalatie en eventuele risicobeperkende maatregelen.
    6. Test de uitvoering: doorloop één echte productstroom van inkoop tot verklaring en controleer waar informatie ontbreekt.

    De EUDR staat niet op zichzelf. Productveiligheid, CE-regels, etikettering, chemische stoffen of producentenverantwoordelijkheid kunnen tegelijk gelden. Gebruik daarom een breder product-compliance-overzicht om alle verplichtingen per product te ordenen.

    Laat je product gericht controleren

    Twijfel je of een productcode, handelsrol of documentatiepakket klopt? Met de KeurMatch ProductCheck krijg je een praktisch overzicht van toepasselijke productregels en ontbrekende vervolgstappen. Dat voorkomt dat je de EUDR los beoordeelt terwijl andere eisen voor hetzelfde product worden gemist.

    Officiële bronnen

    Bronnen en ingangsdata gecontroleerd op 8 oktober 2026. Europese uitvoeringsinformatie en productlijsten kunnen wijzigen; controleer bij concrete beslissingen steeds de actuele officiële publicaties.

  • EPR voor verpakkingen in Nederland: wat moeten importeurs en webshops regelen?

    EPR voor verpakkingen in Nederland: wat moeten importeurs en webshops regelen?

    Laatst inhoudelijk bijgewerkt op 7 oktober 2026

    Verkoop of importeer je verpakte producten in Nederland, dan kun je voor de verpakking juridisch producent zijn. Je moet per verpakkingsstroom vastleggen wat je op de Nederlandse markt brengt, beoordelen of registratie en aangifte bij Verpact nodig zijn en rekening houden met uitzonderingen voor statiegeld en bepaalde wegwerpplastic verpakkingen. Sinds 12 augustus 2026 geldt daarnaast de Europese Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR).

    Dit artikel gaat specifiek over EPR voor verpakkingen in Nederland. Voor de samenhang met elektronica, batterijen en textiel lees je het bredere overzicht over UPV voor producenten en importeurs.

    Wat betekent EPR voor verpakkingen?

    In gewone taal: EPR betekent Extended Producer Responsibility; in Nederland heet dat UPV (Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid). Het betekent dat de verantwoordelijkheid van een producent niet ophoudt bij de verkoop, maar ook betrekking kan hebben op de inzameling en verwerking van verpakkingsafval. Voorbeeld: importeer je als webshop producten in kartonnen dozen, dan moet je bepalen of jouw onderneming verantwoordelijk is voor die verpakkingen. Dat staat los van de veiligheidseisen voor de producten zelf.

    Het gaat onder meer om verkoopverpakkingen, verzamelverpakkingen en verzend- of transportverpakkingen. Welke verplichtingen gelden, hangt af van jouw rol en van de soort verpakking.

    De Nederlandse overheidsinformatie van Afval Circulair noemt als kernvraag wie een verpakking of verpakt product als eerste beroepsmatig op de Nederlandse markt aanbiedt. De verkooptechniek maakt daarbij niet uit: ook online verkoop en verkoop via een platform kunnen binnen de regeling vallen.

    Wanneer ben je producent voor verpakkingen?

    Kijk niet alleen naar wie de verpakking fysiek heeft gemaakt. Voor EPR gaat het om de partij die volgens de wettelijke definitie verantwoordelijk is voor het voor het eerst aanbieden in Nederland. In de praktijk moet je ten minste de volgende situaties beoordelen:

    • Import uit een land buiten Nederland: je voert verpakte producten in en brengt ze vervolgens in Nederland op de markt.
    • Eigen merk of private label: je laat producten of verpakkingen onder jouw naam, logo of merk aanbieden.
    • Verzendverpakking van je webshop: je voegt dozen, enveloppen, vulmateriaal, tape of andere verpakking aan de zending toe.
    • Verkooppuntverpakking: een verpakking wordt pas bij verkoop aan het product toegevoegd.
    • Grensoverschrijdende afstandsverkoop: een buitenlandse onderneming verkoopt verpakte producten rechtstreeks aan Nederlandse eindgebruikers.

    Sinds de PPWR van toepassing is, moet de rolverdeling bovendien worden getoetst aan de Europese definities. Verpact beschrijft dat de producent afhankelijk van verpakkingstype en handelsroute een fabrikant, importeur of distributeur kan zijn. Leg daarom per stroom vast wie de productverpakking, importverpakking en eigen verzendverpakking aangeeft.

    Webshop via Amazon, bol of een ander platform

    Een verkoopplatform neemt je verpakkingsverantwoordelijkheid niet automatisch over. Controleer contractueel wie het verpakte product voor het eerst in Nederland aanbiedt en wie de verzendverpakking toevoegt. Bewaar vervolgens de onderbouwing en eventuele registratienummers. De PPWR verplicht bepaalde onlineplatforms om informatie over EPR-registratie van verkopers op te vragen voordat zij verkoop aan consumenten faciliteren.

    Eén product kan meerdere verpakkingsverantwoordelijken hebben

    Een fabrikant kan verantwoordelijk zijn voor de verkoopverpakking, terwijl een fulfilmentpartij of webshop een aanvullende verzenddoos gebruikt. Beoordeel iedere verpakking afzonderlijk. Spreek af wie gewichten en materiaalsoorten registreert, zodat dezelfde kilogrammen niet dubbel of juist helemaal niet worden aangegeven.

    Moet je je altijd bij Verpact aanmelden?

    Voor de Nederlandse collectieve uitvoering is Verpact de producentenorganisatie. Volgens de actuele overheidsuitleg zijn producenten die jaarlijks 50.000 kilogram of minder aan reguliere verpakkingen in de handel brengen vrijgesteld van de meldings- en verslagleggingsplicht. Verpact vermeldt voor deze verpakkingen een vrijstelling tot en met ten minste 31 december 2027. De drempel is echter geen algemene vrijstelling van alle verpakkingsregels.

    • Meer dan 50.000 kilogram reguliere verpakkingen per kalenderjaar: meld je aan, houd een verpakkingenadministratie bij, doe aangifte en betaal de toepasselijke afvalbeheerbijdrage.
    • 50.000 kilogram of minder: controleer of de tijdelijke vrijstelling voor jouw verpakkingsstroom geldt en bewaar de berekening waarmee je onder de drempel blijft.
    • Statiegeldverpakkingen: voor onder meer bepaalde metalen drankverpakkingen en kunststof flessen gelden aparte verplichtingen.
    • Bepaalde single-use plastics: de 50.000-kilogramdrempel geldt niet zonder meer; ook kleine hoeveelheden kunnen registratie, aangifte en een bijdrage vereisen.

    Gebruik dus niet alleen je totale inkoopgewicht. De administratie moet gaan over het gewicht van verpakkingsmateriaal dat je als verantwoordelijke partij in Nederland op de markt brengt. Maak onderscheid naar materiaalsoort en relevante verpakkingscategorie.

    Welke verpakkingen neem je mee in de administratie?

    Begin met een verpakkingen-BOM: een stuklijst per artikel en verzendwijze. Noteer voor ieder onderdeel het materiaal en het gewicht. Denk niet alleen aan de consumentenverpakking, maar ook aan onderdelen die vaak worden vergeten.

    • doos, fles, pot, tube, zak of blister waarin het product wordt verkocht;
    • etiket, dop, deksel, wikkel en andere verpakkingsonderdelen;
    • omdoos, tray, folie of band waarmee meerdere producten worden gebundeld;
    • verzenddoos, envelop, tape, opvulling en beschermend materiaal;
    • pallet, krimpfolie en omsnoeringsband voor transport, voor zover deze binnen jouw verantwoordelijkheid vallen;
    • verpakking die een fulfilmentdienstverlener namens jou toevoegt.

    Koppel de stuklijst aan verkoopaantallen, retouren, export en voorraadvraagstukken. Documenteer aannames en weeg representatieve exemplaren. Laat leveranciersgewichten controleren als materiaal of ontwerp verandert. Een verkeerd gewicht per stuk wordt bij grote volumes snel een materiële aangiftefout.

    Wat verandert de PPWR sinds 12 augustus 2026?

    Verordening (EU) 2025/40 betreffende verpakkingen en verpakkingsafval is rechtstreeks toepasselijk in de EU. De verordening geldt gefaseerd: sommige eisen gelden sinds 12 augustus 2026, terwijl andere bepalingen pas later praktisch uitvoerbaar of verplicht worden. De Europese Commissie benadrukt dat eisen aan recyclebaarheid en minimumaandelen gerecycled kunststof in belangrijke mate vanaf 2030 gaan gelden.

    Europese producentenregisters komen stapsgewijs

    Artikel 44 van de PPWR verplicht iedere lidstaat een nationaal producentenregister in te richten binnen achttien maanden na de eerste relevante uitvoeringshandeling. Zodra het register operationeel is, moet een producent zich registreren in iedere lidstaat waar hij verpakkingen of verpakte producten voor het eerst aanbiedt. Totdat de Nederlandse uitvoering is aangepast, volg je de actuele instructies van de Nederlandse overheid en Verpact.

    De PPWR bevat voor de toekomstige jaarlijkse rapportage een vereenvoudigde gegevensset voor producenten die minder dan tien ton per jaar aanbieden. Dat is geen algemene EPR-vrijstelling en vervangt de Nederlandse 50.000-kilogramroute niet automatisch. Behandel 10 ton en 50.000 kilogram daarom niet als uitwisselbare drempels.

    Verkoop in andere EU-landen

    EPR wordt per verkoopland beoordeeld. Verkoop je rechtstreeks aan eindgebruikers in België, Duitsland of Frankrijk, dan is een Nederlandse registratie niet voldoende. De PPWR voorziet bovendien in een gemachtigd vertegenwoordiger voor bepaalde grensoverschrijdende situaties. Over dit onderdeel loopt in 2026 een Europees wijzigingsvoorstel. Baseer je proces daarom op de definitieve, geldende tekst en de actuele uitleg in het betrokken land.

    Ontwerp- en informatie-eisen staan naast EPR

    Registratie en aangifte maken een verpakking niet automatisch productconform. De PPWR stelt daarnaast eisen aan onder meer minimale verpakking, stoffen, recyclebaarheid, etikettering en hergebruik, met verschillende ingangsdata. Neem die producteisen op in je verpakkingsspecificatie en leveranciersafspraken.

    Praktisch stappenplan voor importeurs en webshops

    1. Breng alle verpakkingsstromen in kaart. Splits verkoop-, verzamel-, transport- en verzendverpakkingen en neem ook fulfilment mee.
    2. Bepaal de producent per stroom en per land. Leg handelsroute, merk, vestigingsland en eerste marktintroductie vast.
    3. Maak een verpakkingen-BOM. Registreer materiaal, gewicht, artikelnummer, leverancier en meetdatum.
    4. Bereken je jaarvolume. Vermenigvuldig gecontroleerde gewichten met aantallen en verwerk retouren en export volgens de toepasselijke aangifteregels.
    5. Toets de drempels en uitzonderingen. Beoordeel reguliere verpakkingen, SUP en statiegeld afzonderlijk.
    6. Regel Verpact en eventuele buitenlandse registraties. Bewaar bevestigingen, mandaten en nummers centraal.
    7. Controleer de PPWR-specificatie. Leg toepasselijke ontwerp-, materiaal- en informatie-eisen vast, inclusief toekomstige deadlines.
    8. Herhaal de controle bij wijzigingen. Nieuwe leveranciers, verpakkingsformaten, verkooplanden of fulfilmentroutes kunnen de uitkomst veranderen.

    Voorbeeld: een Nederlandse webshop importeert verzorgingsproducten uit China. De pot en verkoopdoos komen verpakt Nederland binnen; de webshop voegt een verzenddoos en papieropvulling toe. Zij bepaalt per onderdeel wie producent is, weegt de verpakkingen en beoordeelt afzonderlijk of kunststofonderdelen onder aanvullende SUP-regels vallen. Voor verkoop aan Duitse consumenten voert zij daarnaast een Duitse EPR-check uit.

    Welke bewijsstukken moet je bewaren?

    • de rolbeoordeling per verpakking en verkoopland;
    • stuklijsten, weegverslagen en leveranciersspecificaties;
    • de volume- en drempelberekening per kalenderjaar;
    • aangiften, facturen en correspondentie met Verpact of buitenlandse organisaties;
    • mandaten van een gemachtigd vertegenwoordiger of producentenorganisatie;
    • onderbouwing van uitzonderingen, vrijstellingen en correcties;
    • actuele verpakkingsspecificaties en ontwerpwijzigingen.

    Koppel deze stukken aan de algemene productcompliance van je assortiment. Het artikel over productregels, documenten en registraties helpt om EPR naast CE-, GPSR- en chemische verplichtingen te plaatsen.

    Veelgestelde vragen

    Is EPR packaging hetzelfde als PPWR?

    Nee. EPR is de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor de afvalfase. De PPWR is de bredere EU-verordening voor verpakkingen en verpakkingsafval en bevat naast EPR ook ontwerp-, materiaal-, etiketterings-, reductie- en hergebruikeisen.

    Ben ik producent als ik alleen producten doorverkoop?

    Niet altijd. Dat hangt af van de handelsroute, het vestigingsland, het merk en wie de verpakking of het verpakte product voor het eerst in Nederland aanbiedt. Voeg je zelf verzendverpakking toe, dan kan voor die verpakking bovendien een afzonderlijke beoordeling nodig zijn.

    Geldt de grens van 50.000 kilogram ook voor SUP en statiegeld?

    Niet zonder meer. Afval Circulair en Verpact vermelden uitzonderingen voor bepaalde eenmalige kunststofverpakkingen en statiegeldverpakkingen. Classificeer deze stromen apart en controleer de actuele registratie- en aangifteroute.

    Moet ik voor elk EU-land apart registreren?

    EPR-verplichtingen worden per land uitgevoerd. De PPWR harmoniseert regels, maar een registratie in Nederland dekt andere lidstaten niet automatisch. Controleer ieder land waar je verpakte producten voor het eerst aanbiedt.

    Is een leveranciersverklaring voldoende voor de aangifte?

    Een leveranciersverklaring kan invoer geven, maar jij moet kunnen uitleggen welke verpakking, gewichten en aantallen in jouw aangifte zijn opgenomen. Controleer steekproefsgewijs, documenteer wijzigingen en leg vast wie de gegevens heeft goedgekeurd.

    Maak van verpakkings-EPR een vaste assortimentcontrole

    Met de KeurMatch ProductCheck breng je in kaart welke productregels en registraties bij je assortiment kunnen horen. Houd je verkooplanden, leveranciers, verpakkingsgewichten en fulfilmentroutes bij de hand.

    Officiële bronnen

    Bronnen gecontroleerd op 7 oktober 2026. De PPWR wordt gefaseerd uitgevoerd en nationale procedures kunnen wijzigen; controleer per verpakkingsstroom, verkoopland en datum welke regels gelden.

  • EU-batterijverordening: verplichtingen in 2026 en voorbereiding op 2027

    EU-batterijverordening: verplichtingen in 2026 en voorbereiding op 2027

    Laatst inhoudelijk bijgewerkt op 7 oktober 2026

    De EU-batterijverordening geldt voor losse batterijen én batterijen in producten. Als webshop, importeur of producent moet je bepalen welke batterijcategorie en ketenrol van toepassing zijn. Daaruit volgen eisen aan productconformiteit, informatie, registratie en inzameling. Nieuwe verplichtingen, zoals vervangbaarheid en het batterijpaspoort, hebben eigen ingangsdata.

    Dit overzicht helpt je bepalen wat je nu moet regelen en wat je voor 2027 moet voorbereiden. Zoek je vooral een lijst met bewijsstukken? Gebruik dan de afzonderlijke uitleg over documenten voor producten met batterijen.

    Wat is de EU-batterijverordening?

    De EU-batterijverordening is een Europese wet met regels voor batterijen gedurende hun levensduur: van ontwerp en verkoop tot inzameling en recycling. Het gaat niet alleen om losse batterijen, maar ook om batterijen die in apparaten zijn ingebouwd.

    Voorbeeld: Een webshop die elektrische tandenborstels importeert, kan naast regels voor de tandenborstel zelf ook met batterijverplichtingen te maken krijgen. Welke eisen al gelden, hangt onder meer af van het soort batterij en de ingangsdatum.

    Voor welke batterijen geldt de verordening?

    Verordening (EU) 2023/1542 bestrijkt de levenscyclus van batterijen: van ontwerp en marktintroductie tot inzameling en verwerking. De Europese Commissie vermeldt 18 februari 2024 als algemene toepassingsdatum, met gefaseerde eisen daarna. De regels beperken zich niet tot lithiumaccu’s of elektrische auto’s.

    • Draagbare batterijen: bijvoorbeeld batterijen in afstandsbedieningen en veel kleine consumentenproducten.
    • LMT-batterijen: batterijen voor lichte vervoermiddelen, zoals e-bikes.
    • EV-batterijen: tractiebatterijen voor elektrische motorvoertuigen binnen de wettelijke definitie.
    • SLI-batterijen: onder meer startaccu’s en batterijen voor verlichting en ontsteking.
    • Industriële batterijen: onder meer batterijen voor industriële toepassingen en stationaire energieopslag.

    De categorie volgt uit de wettelijke definitie, niet uit het schap waarin je het product verkoopt. Leg daarom toepassing, gewicht, chemie, capaciteit en model vast. Een thuisbatterij wordt bijvoorbeeld niet automatisch een draagbare batterij omdat een consument haar koopt.

    Bepaal je rol: fabrikant, importeur, distributeur of UPV-producent

    Maak twee beoordelingen: jouw verantwoordelijkheid voor het product zelf en jouw verantwoordelijkheid voor de afvalfase. Een importeur kan voor de afvalregels tegelijk producent zijn. Een Nederlandse wederverkoper kan distributeur zijn, maar krijgt bij rechtstreekse import of verkoop onder eigen merk mogelijk aanvullende verplichtingen.

    • Fabrikant: verantwoordelijk voor ontwerp, beoordeling en onderbouwing van de conformiteit van de batterij.
    • Importeur: controleert bij invoer van buiten de EU onder meer de beoordeling, markeringen en benodigde informatie.
    • Distributeur: controleert vóór verkoop onder meer CE-markering, informatie en producentenregistratie.
    • UPV-producent: regelt de verplichtingen voor batterijen die hij volgens de wettelijke definitie in een lidstaat voor het eerst aanbiedt.

    Vraag je leverancier dus niet alleen wie de fabriek is. Vraag ook wie voor het verkochte model als fabrikant optreedt en wie de registratie in jouw verkoopland verzorgt. Bij een eigen merk is de uitleg over fabrikantverplichtingen bij private label relevant.

    Welke verplichtingen moet je nu controleren?

    Productconformiteit en CE-markering

    Controleer of de batterij aantoonbaar aan de toepasselijke eisen voldoet. Daar horen de juiste conformiteitsbeoordeling, technische documentatie, EU-conformiteitsverklaring en CE-markering bij. De batterijbeoordeling vervangt niet de beoordeling van het complete apparaat. Voor bijvoorbeeld een draadloze speaker kunnen daarnaast regels voor elektrische en draadloze producten gelden.

    Koppel je controle aan het exacte model. Een dossier voor een losse cel is onvoldoende als onduidelijk blijft welke cel, beveiliging en laadregeling in het verkochte apparaat zitten. Maak in je inkoopproces één verantwoordelijke voor de controle van modelnummers en versies.

    Registratie, inzameling en rapportage

    De ILT beschrijft de Nederlandse UPV-verplichtingen per batterijcategorie. Voor draagbare batterijen en fietsbatterijen is aansluiting bij Stichting OPEN verplicht. Voor andere LMT-batterijen en andere categorieën kan de route verschillen. Controleer daarom de regeling die daadwerkelijk op jouw assortiment van toepassing is.

    Een aansluiting voor elektrische apparaten dekt niet vanzelf de batterijen in die apparaten. Leg vast welke aantallen en gewichten je voor elke productstroom moet rapporteren en wie de registratie uitvoert. Bij verkoop in meerdere EU-landen beoordeel je de verplichtingen per land. Lees ook het overzicht van UPV voor producenten en importeurs.

    Markeringen en veilige omgang

    Controleer het symbool voor gescheiden inzameling, toepasselijke chemische symbolen, identificatie en veiligheidsinformatie. Leg ook vast hoe magazijn en klantenservice omgaan met beschadigde of teruggestuurde accu’s. Een gewone retourprocedure is niet automatisch geschikt voor een batterij die lekt, vervormd is of heet wordt.

    De belangrijkste ingangsdata voor 2026 en 2027

    • 18 augustus 2024: de conformiteitsbeoordeling en verplichtingen voor marktdeelnemers zijn van toepassing, met de specifieke uitzondering die artikel 96 noemt.
    • 18 augustus 2025: hoofdstuk VIII over afgedankte batterijen geldt; ook het inzamelsymbool uit artikel 13, lid 4 is van toepassing.
    • Nieuwe informatie- en capaciteitslabels: artikel 13, leden 1–3 noemt 18 augustus 2026 óf achttien maanden na inwerkingtreding van de betreffende uitvoeringshandeling. De laatste datum telt.
    • 18 februari 2027: artikel 11 over verwijderbaarheid en vervangbaarheid gaat gelden; ook de QR-code en het batterijpaspoort hebben deze datum, ieder met een eigen reikwijdte.
    • 18 augustus 2027: de specifieke ketenzorgvuldigheidsplichten voor batterijen gaan gelden voor ondernemingen binnen de toepasselijke scope.

    Gebruik dit als routekaart, niet als één gezamenlijke deadline. Vooral bij etikettering is ‘vanaf augustus 2026 verplicht’ te kort door de bocht. Laat vóór het drukken van nieuwe verpakkingen de geldende uitvoeringshandeling, toepassingsdatum en overgangsregels voor jouw type batterij vastleggen.

    Moet iedere batterij in 2027 een batterijpaspoort krijgen?

    Nee. De Commissie bevestigt dat het batterijpaspoort vanaf 18 februari 2027 geldt voor EV-batterijen, LMT-batterijen en industriële batterijen met een capaciteit boven 2 kWh die op de markt worden gebracht of in gebruik worden genomen. De op 21 augustus 2026 aangekondigde toelichting helpt bedrijven de gegevens per categorie te organiseren.

    De QR-code heeft een bredere reikwijdte dan het paspoort. Verwar daarom ‘geen paspoort nodig’ niet met ‘geen digitale informatie nodig’. Vraag leveranciers welke informatie zij beschikbaar stellen, wie de gegevens onderhoudt en hoe de koppeling blijft werken wanneer een model uit het assortiment gaat.

    Moeten ingebouwde batterijen vervangbaar worden?

    Artikel 11 maakt onderscheid tussen draagbare batterijen die in beginsel door de eindgebruiker moeten kunnen worden verwijderd en vervangen, en LMT-batterijen waarvoor een onafhankelijke professional de aangewezen partij is. Er zijn uitzonderingen. Het ontwerp, de toepassing en de toepasselijke uitzondering moeten inhoudelijk worden beoordeeld.

    De Commissie heeft op 14 juli 2026 aanvullende uitzonderingen aangekondigd. Dat bericht beschrijft ook de controle door Parlement en Raad en de vervolgstap van publicatie. Baseer een uitzondering daarom op de toepasselijke definitieve rechtsregel; alleen een nieuwsbericht of de claim ‘waterdicht’ is geen voldoende onderbouwing.

    Vraag bij nieuwe inkoop alvast om een demonstratie van de vervanging, de benodigde gereedschappen, instructies en de beschikbaarheid van reservebatterijen. Een leverancier die alleen zegt dat een accu ‘serviceable’ is, heeft nog niet uitgelegd wie dat veilig kan doen.

    Gelden de grondstoffenregels ook voor een kleine webshop?

    De batterijverordening kent specifieke ketenzorgvuldigheidsplichten voor grondstoffen. Deze zijn door Verordening (EU) 2025/1561 verschoven naar 18 augustus 2027. Hoofdstuk VII kent bovendien een omzetuitzondering: minder dan €40 miljoen netto-omzet in het boekjaar vóór het laatste boekjaar, mits ook aan de voorwaarde over de geconsolideerde groepsomzet is voldaan.

    Die uitzondering betreft dit hoofdstuk. Zij is geen algemene vrijstelling van productconformiteit, registratie of inzameling. Laat bij twijfel de groepsstructuur en de berekening van de omzet toetsen voordat je een vrijstelling vastlegt.

    Praktisch: maak per model één overzicht van acties

    • Classificeer: noteer batterijcategorie, model, toepassing en verkooplanden.
    • Verdeel verantwoordelijkheid: benoem fabrikant, importeur, distributeur en UPV-producent.
    • Controleer de huidige verkoop: beoordeel conformiteit, informatie, markeringen en registratie.
    • Plan de komende wijzigingen: zet labeldatum, QR-code, eventuele paspoortplicht en vervangbaarheid apart in je planning.
    • Maak leveranciersafspraken: vraag om tijdige melding van een andere cel, pack, beveiliging of productrevisie.
    • Leg de vrijgave vast: bewaar de onderbouwing en de verantwoordelijke medewerker bij het artikelnummer.

    Voorbeeld: een webshop importeert een oplaadbare bureaulamp. Begin bij de classificatie van de ingebouwde batterij en de rollen in de keten. Controleer vervolgens het lampdossier én de batterijinformatie. Bespreek voor toekomstige leveringen het ontwerp voor batterijvervanging. Bestel niet automatisch een batterijpaspoortdienst voordat is vastgesteld dat de batterij onder die verplichting valt.

    Veelgestelde vragen

    Geldt de batterijverordening ook als ik geen losse batterijen verkoop?

    Ja, ingebouwde en meegeleverde batterijen vallen ook binnen de reikwijdte. Neem daarom ook apparaten met een accu of meegeleverde knoopcel op in je assortimentcontrole.

    Is een UN 38.3-test voldoende om te mogen verkopen?

    Nee. Dat bewijs heeft betrekking op vervoer van lithiumcellen en -batterijen. Het vervangt niet de productbeoordeling, registratie of andere eisen. Bekijk welke batterijdocumenten je daarnaast controleert.

    Is een batterijpaspoort hetzelfde als een QR-code?

    Nee. Een QR-code geeft toegang tot informatie. Het batterijpaspoort is het voorgeschreven digitale dossier voor bepaalde categorieën. De aanwezigheid van een willekeurige QR-code bewijst dus niet dat aan de paspoorteisen is voldaan.

    Kan ik de verantwoordelijkheid volledig bij mijn leverancier leggen?

    Je kunt afspraken maken over het aanleveren en actualiseren van informatie. Je eigen wettelijke verplichtingen verdwijnen daarmee niet. Controleer of de stukken passen bij jouw rol, het model en de landen waar je verkoopt.

    Welke eisen gelden voor jouw assortiment?

    Met de KeurMatch ProductCheck breng je de relevante productregels en benodigde deskundigheid in kaart. Houd daarvoor je batterijmodellen, productspecificaties en verkooplanden bij de hand.

    Officiële bronnen

    Bronnen gecontroleerd op 6 oktober 2026. Toepasselijkheid en overgangsregels moeten per batterijcategorie, product en ketenrol worden beoordeeld.

  • REACH-verklaring voorbeeld: wat zet je erin en hoe controleer je het bewijs?

    REACH-verklaring voorbeeld: wat zet je erin en hoe controleer je het bewijs?

    Laatst inhoudelijk bijgewerkt op 7 oktober 2026

    Een REACH-verklaring is een leveranciersdocument waarin je vastlegt welke REACH-eisen voor een product zijn beoordeeld en waarop de conclusie berust. Er bestaat geen algemeen verplicht Europees formulier met die naam. Een bruikbare verklaring vermeldt het exacte product, de beoordeelde stoffenlijsten en beperkingen, de onderliggende informatie en de datum. Zij vervangt geen verplichte stofinformatie, veiligheidsinformatieblad of eventuele registratie of melding.

    Dit artikel bevat een praktisch REACH-verklaring voorbeeld voor voorwerpen, zoals kleding, accessoires, kabels en huishoudelijke artikelen. Voor stoffen en mengsels, zoals lijm of schoonmaakmiddelen, is een andere beoordeling nodig. Lees voor dat bredere kader REACH voor webshops en importeurs.

    Wat zijn REACH en een REACH-verklaring?

    REACH is de Europese stoffenverordening. De naam staat voor Registratie, Evaluatie, Autorisatie en beperking van chemische stoffen. De regels kunnen ook belangrijk zijn voor gewone consumentenproducten, bijvoorbeeld door verboden of beperkte stoffen in materialen. Een REACH-verklaring is een document van een leverancier over de beoordeelde REACH-eisen; het is geen universeel officieel EU-certificaat.

    Voorbeeld: Importeer je sieraden, dan kan het nodig zijn te controleren of het metaal voldoet aan de toepasselijke beperkingen voor bepaalde stoffen. Een losse verklaring zonder onderbouwing geeft nog geen zekerheid.

    Is een REACH-verklaring verplicht?

    De Nederlandse REACH en CLP Helpdesk legt uit dat de REACH-verklaring geen formeel concept onder de verordening is. Bedrijven gebruiken de term voor informatie over onder meer registratie, veilig gebruik en de aanwezigheid van zeer zorgwekkende stoffen.

    Een zakelijke klant, inkoper of platform kan zo’n verklaring als inkoopvoorwaarde vragen. Dat is iets anders dan een wettelijke plicht om precies dat document te gebruiken. De verplichtingen die achter de verklaring liggen, kunnen wél gelden. Vraag daarom eerst wat de afnemer wil weten: kandidaatlijststoffen, specifieke beperkingen, registratie van stoffen of een combinatie daarvan.

    Maak onderscheid tussen de kandidaatlijst en beperkingen

    Kandidaatlijst: informatie over SVHC-stoffen

    Bevat een voorwerp een stof op de ECHA-kandidaatlijst boven 0,1 gewichtsprocent, dan geldt onder REACH artikel 33 een informatieplicht. Zakelijke afnemers moeten voldoende informatie voor veilig gebruik krijgen, met minimaal de stofnaam. Consumenten krijgen die informatie op verzoek kosteloos binnen 45 dagen.

    Bij samengestelde producten geldt de beoordeling ook voor onderdelen die zelf een voorwerp blijven. Middel de concentratie dus niet zonder meer over het gewicht van het complete product. De officiële ECHA-richtsnoeren voor stoffen in voorwerpen beschrijven deze aanpak. Meer over vervolgverplichtingen lees je in SVHC-stoffen controleren en melden.

    Bijlage XVII: voorwaarden en verboden per toepassing

    De beperkingen uit bijlage XVII hebben een andere functie. Zij stellen voorwaarden aan bepaalde stoffen, mengsels en voorwerpen. De toepassing, grenswaarde, ingangsdatum en uitzonderingen verschillen per vermelding. Een verklaring over alleen de kandidaatlijst zegt daarom niet dat alle toepasselijke beperkingen zijn gecontroleerd.

    Omgekeerd betekent aanwezigheid van een kandidaatlijststof boven 0,1% niet automatisch dat het voorwerp verboden is. Je moet de informatieplicht en eventuele meldplichten beoordelen én apart nagaan of een beperking geldt. Vermijd één ongespecificeerd vinkje ‘REACH akkoord’ voor deze verschillende controles.

    Wat zet je in een bruikbare verklaring?

    Onderstaande onderdelen zijn een praktische aanbeveling voor een controleerbaar leveranciersdocument. Het is geen wettelijk vastgesteld sjabloon.

    • Afzender en rol: bedrijfsnaam, adres, contactpersoon en positie in de keten, bijvoorbeeld fabrikant, importeur of distributeur.
    • Productidentificatie: handelsnaam, model, artikelnummer, relevante kleuren, materiaalvarianten en revisie. Voeg bij meerdere producten een afgebakende bijlage toe.
    • Reikwijdte: welke onderdelen en materialen zijn meegenomen? Geef aan of verpakking apart is beoordeeld.
    • Kandidaatlijst: de exact gebruikte publicatie- of updatedatum van de lijst en de conclusie per relevant voorwerp.
    • Beperkingen: de toepasselijke vermeldingen uit bijlage XVII, de getoetste voorwaarden en de gebruikte wetsversie.
    • Bewijsstukken: verwijzingen naar materiaalgegevens, leveranciersverklaringen, beoordelingsnotities en eventuele testrapporten.
    • Uitkomst en beperkingen: welke claims zijn onderbouwd, welke stoffen zijn aanwezig en welke informatie ontbreekt nog?
    • Beheer: datum, documentversie, verantwoordelijke persoon en afspraken over wijzigingen.

    REACH-verklaring voorbeeld voor voorwerpen

    Gebruik dit invulmodel pas nadat de productgegevens en bewijsstukken zijn beoordeeld. Het model is geen certificaat van KeurMatch en geen verklaring dat een onbekend product voldoet. Verwijder ongebruikte opties en vul elke conclusie met verifieerbare gegevens in.

    1. Identificatie en scope

    Document: leveranciersverklaring REACH – voorwerpen
    Documentnummer en versie: [nummer / versie]
    Datum: [datum]
    Verklarende onderneming: [naam, adres en rol]
    Contactpersoon: [naam en contactgegevens]
    Product(en): [naam, model, artikelnummer en revisie]
    Beoordeelde varianten: [kleuren, materialen en uitvoeringen]
    Onderdelen en verpakking: [exacte reikwijdte; verwijzing naar bijlage]

    2. Beoordeling van kandidaatlijststoffen

    Wij hebben de in dit document genoemde voorwerpen beoordeeld aan de hand van de ECHA-kandidaatlijst met publicatie-/updatedatum [datum]. De beoordeling is gebaseerd op [materiaalgegevens, verklaringen en/of rapportnummers met datum].

    Kies uitsluitend de onderbouwde uitkomst:
    A. Op basis van de genoemde bewijsstukken bevat geen van de beoordeelde voorwerpen een kandidaatlijststof in een concentratie boven 0,1 gewichtsprocent.
    B. De volgende voorwerpen bevatten een kandidaatlijststof boven 0,1 gewichtsprocent: [onderdeel, stofnaam, CAS-/EG-nummer indien beschikbaar en concentratie of bereik]. De informatie voor veilig gebruik is: [concrete informatie of verwijzing naar bijlage].
    C. De beoordeling is nog onvolledig voor: [onderdelen/stoffen]. Voor deze onderdelen wordt geen conclusie over de kandidaatlijst afgegeven.

    3. Toepasselijke beperkingen

    Voor de vermelde producten en hun beoogde toepassingen zijn de volgende vermeldingen uit bijlage XVII van Verordening (EG) 1907/2006 beoordeeld: [vermeldingsnummers en voorwaarden]. Gebruikte versie en beoordelingsdatum: [gegevens]. De uitkomst per vermelding en de onderbouwing staan in [bijlage of dossierverwijzing]. Niet beoordeelde toepassingen of varianten: [omschrijving].

    4. Onderbouwing en wijzigingsbeheer

    Onderliggende documenten: [documentnummer, leverancier/laboratorium, monster of model, datum en reikwijdte].
    Wijzigingsafspraak: relevante veranderingen in materialen, receptuur, onderdelen, leverancier of beoordeelde regelgeving worden opnieuw beoordeeld. De afnemer wordt geïnformeerd wanneer de verstrekte conclusie of veiligheidsinformatie verandert.
    Verantwoordelijke: [naam en functie].
    Plaats, datum en ondertekening: [gegevens].

    De verklaring betreft uitsluitend de hierboven afgebakende beoordeling. Verplichtingen rond registratie, kennisgeving, SCIP, veiligheidsinformatiebladen en andere productwetgeving worden waar van toepassing afzonderlijk beoordeeld.

    Zo controleer je een ontvangen REACH-verklaring

    Leg het document naast de bestelde uitvoering. Een verklaring voor een zwarte kunststof uitvoering hoeft niet ook een rode versie met andere pigmenten af te dekken. Hetzelfde geldt voor een andere coating, kabel, sluiting of productielocatie.

    • Match het product: vergelijk model, revisie, materiaal en bijlagen met je inkooporder en productspecificatie.
    • Controleer de datum van de lijst: een nieuwe handtekening maakt een beoordeling tegen een oude kandidaatlijst niet actueel.
    • Splits de claims: staat er alleen iets over SVHC, of zijn de relevante beperkingen ook beoordeeld?
    • Vraag de onderbouwing: welk bewijs ondersteunt de conclusie voor juist deze materialen en onderdelen?
    • Laat hiaten uitleggen: vraag aanvullingen bij ontbrekende varianten, onbekende stoffen of onduidelijke monsters.
    • Leg je beoordeling vast: bewaar de ontvangen versie, je controlevragen, antwoorden en de uiteindelijke beslissing bij het product.

    Bij import buiten de EU is een leveranciersdocument onderdeel van je eigen controle. De ILT benadrukt dat verplichtingen afhangen van de stof en je rol in de keten. Lees ook welke documenten je bij import uit China opvraagt.

    Wanneer heb je aanvullend onderzoek nodig?

    Een verklaring is moeilijk te beoordelen wanneer de leverancier niet kan aangeven welke materialen zijn gebruikt of op welke informatie de conclusie berust. Overweeg dan gericht materiaalonderzoek. Ook een wisseling van coating, kunststof of subleverancier kan een aanleiding zijn om opnieuw te beoordelen.

    Laat een laboratorium het onderzoeksplan afstemmen op product, materiaal en relevante beperking. Een generieke ‘REACH-test’ zonder omschreven stoffenpakket beantwoordt geen duidelijke vraag. Controleer in elk rapport welke monsters en stoffen daadwerkelijk zijn onderzocht. Een niet-aangetroffen stof in één monster bewijst niet dat alle stoffen in alle batches afwezig zijn. Bekijk de uitleg over producttesten en laboratoriumkeuze.

    Veelgemaakte fouten

    • ‘REACH-gecertificeerd’ gebruiken zonder uitleg. Vermeld liever wie welke producteigenschappen heeft beoordeeld en welk bewijs beschikbaar is.
    • ‘SVHC-vrij’ schrijven terwijl alleen de 0,1%-drempel is getoetst. Onder de drempel is niet hetzelfde als volledig afwezig.
    • Een RoHS-document meesturen als volledig REACH-bewijs. De stoffen, reikwijdte en verplichtingen verschillen.
    • Een verklaring voor een hele catalogus gebruiken zonder productlijst. Dan is onduidelijk welke modellen zijn afgedekt.
    • Verplichtingen wegschrijven met een disclaimer. Een voorbehoud in een leveranciersdocument heft wettelijke informatie- of beperkingsplichten niet op.

    Veelgestelde vragen

    Is er een officieel REACH-verklaring voorbeeld van de EU?

    Er is geen algemeen verplicht formulier voor een document met de naam REACH-verklaring. Gebruik een productgerichte opzet en toets welke wettelijke informatie daadwerkelijk moet worden verstrekt. Een afnemer kan daarnaast een eigen format vragen.

    Is een REACH-verklaring hetzelfde als een EU-conformiteitsverklaring?

    Nee. Een leveranciersverklaring over REACH heeft een andere functie dan de EU-conformiteitsverklaring bij toepasselijke CE-wetgeving. REACH alleen geeft geen grond voor CE-markering. Zie het invulmodel voor een EU-conformiteitsverklaring voor het verschil.

    Hoe lang blijft de verklaring geldig?

    Er is geen algemene vaste geldigheidsduur voor deze handelsverklaring. De informatie moet blijven passen bij het product en de relevante eisen. Beoordeel wijzigingen in de kandidaatlijst, toepasselijke beperkingen, materialen en leveranciers. Een contractuele jaarlijkse herbevestiging kan nuttig zijn, maar vervangt die inhoudelijke controle niet.

    Kan ik bij een onbekende samenstelling ‘geen SVHC’ invullen?

    Nee. Ontbrekende informatie is geen bewijs van afwezigheid. Benoem de ontbrekende gegevens en vraag onderbouwing. Gebruik de onvolledige verklaring niet als definitieve vrijgave van het product.

    Vervangt deze verklaring een veiligheidsinformatieblad?

    Nee. Voor stoffen en mengsels kan een veiligheidsinformatieblad verplicht zijn. Een algemene leveranciersverklaring vervangt dat document niet. Voor een gewoon voorwerp moet juist worden nagegaan welke informatie over stoffen in dat voorwerp nodig is.

    Laat je leveranciersdocumenten beoordelen

    Wil je weten welke chemische producteisen en bewijsstukken bij jouw assortiment passen? Start met de KeurMatch ProductCheck. Verzamel daarbij je modelgegevens, materiaaloverzicht en ontvangen verklaringen: daarmee kan een ontbrekende controle concreet worden aangewezen.

    Officiële bronnen

    Bronnen geraadpleegd op 5 oktober 2026. Het invulmodel is een praktische documentopzet; bepaal de toepasselijke verplichtingen en onderbouwing voor het concrete product.

  • RoHS-certificaat of RoHS-verklaring: welk bewijs heb je werkelijk nodig?

    RoHS-certificaat of RoHS-verklaring: welk bewijs heb je werkelijk nodig?

    Laatst inhoudelijk bijgewerkt op 7 oktober 2026

    Kort antwoord: een afzonderlijk, door de wet voorgeschreven ‘RoHS-certificaat’ bestaat niet. Voor een elektrisch of elektronisch product dat onder RoHS valt, moet de fabrikant de conformiteit beoordelen, de technische documentatie samenstellen, een EU-conformiteitsverklaring afgeven en de CE-markering aanbrengen. Leveranciersverklaringen, materiaaldeclaraties en laboratoriumrapporten kunnen belangrijk bewijs zijn, maar vervangen die juridische verklaring niet.

    Voor webshops en importeurs is daarom niet de vraag of een leverancier een document met het woord certificate kan sturen, maar of het complete bewijs aantoonbaar bij het juiste product, de juiste uitvoering en de actuele wettelijke eisen hoort.

    Wat is RoHS en waarom vraagt iemand om bewijs?

    RoHS is een Europese richtlijn die het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur beperkt. De afkorting staat voor Restriction of Hazardous Substances. De wet draait om de samenstelling van het product, niet om een algemeen keurmerk.

    Voorbeeld: Bij een elektrische lamp kun je bijvoorbeeld moeten aantonen dat de relevante onderdelen aan de RoHS-stofbeperkingen voldoen. Welke documenten daarvoor geschikt zijn, staat verderop in dit artikel.

    Wat bedoelt een leverancier met een RoHS-certificaat?

    De term ‘RoHS-certificaat’ wordt in de handel voor verschillende documenten gebruikt. Het kan gaan om een testverslag van een laboratorium, een samenvattend certificaat, een leveranciersverklaring of alleen een verklaring dat een product ‘RoHS compliant’ is. Die documenten hebben niet automatisch dezelfde bewijskracht.

    De geconsolideerde RoHS-richtlijn 2011/65/EU schrijft geen los officieel RoHS-certificaat voor. De wettelijke kern is dat de fabrikant aantoont dat het product voldoet, de onderbouwing bewaart en dit verklaart in de EU-conformiteitsverklaring. Lees voor toepassingsgebied en stoffen eerst de KeurMatch-uitleg RoHS: wat is het en voor welke elektrische producten geldt de richtlijn?.

    Welke documenten tellen als RoHS-bewijs?

    Goed RoHS-bewijs bestaat meestal uit meerdere lagen. Het ene document legt de juridische verantwoordelijkheid vast; andere documenten onderbouwen waarom de verklaring terecht is afgegeven.

    1. De EU-conformiteitsverklaring

    De EU-conformiteitsverklaring, vaak aangeduid als EU Declaration of Conformity of DoC, is de formele verklaring van de fabrikant. Als RoHS op het product van toepassing is, moet de verklaring naar Richtlijn 2011/65/EU verwijzen. Eén verklaring mag daarnaast ook andere toepasselijke CE-wetgeving noemen, zoals EMC, LVD of RED.

    De verklaring moet onder meer het product identificeerbaar maken, de fabrikant noemen en bevoegd zijn ondertekend. Een compleet invulmodel staat in EU-conformiteitsverklaring: voorbeeld en invulmodel. Een DoC zonder aantoonbare onderbouwing is echter alleen een bewering; de technische documentatie moet laten zien waarop die bewering rust.

    2. De technische documentatie

    De technische documentatie verbindt het eindproduct aan de gebruikte onderdelen en materialen. Zij beschrijft hoe de fabrikant heeft beoordeeld dat de concentratie van de beperkte stoffen binnen de grenswaarden blijft en of een geldige vrijstelling is toegepast. Het dossier moet voldoende specifiek zijn voor het model, de uitvoering en relevante wijzigingen.

    Een bruikbare opbouw bevat bijvoorbeeld een productbeschrijving, stuklijst, materiaal- en leveranciersinformatie, risicobeoordeling, verklaringen, testresultaten, toepasselijke vrijstellingen en wijzigingsbeheer. Zie ook wat er in een technisch dossier moet staan.

    3. Leveranciersverklaringen en materiaaldeclaraties

    Een leveranciersverklaring kan geschikt ondersteunend bewijs zijn als zij herleidbaar is tot het exacte onderdeel of materiaal. Controleer minimaal de fabrikant, onderdeelcode, versie of revisie, datum, toepasselijke RoHS-versie, eventuele vrijstelling en de bevoegde ondertekenaar.

    Een generieke verklaring voor ‘all our products’ zonder onderdeelnummers, samenstelling of geldigheidsdatum is zwak bewijs. Het risico neemt verder toe wanneer een leverancier vaak wisselt van materiaal, fabriek of subleverancier en er geen procedure voor wijzigingsmeldingen bestaat.

    4. Laboratoriumrapporten

    Een laboratoriumrapport levert analytisch bewijs voor de onderzochte monsters en meetpunten. Het is vooral nuttig bij materialen met een hoger risico, twijfel over leveranciersinformatie, afwijkende productieseries of een controle van kritieke componenten. Een rapport bewijst niet vanzelf dat iedere uitvoering van het volledige eindproduct voldoet.

    Let daarom op de monsteridentificatie, foto’s, model- en onderdeelnummers, analysemethode, geteste homogene materialen, meetresultaten, laboratoriumscope en rapportdatum. Een samenvattend certificaat zonder het onderliggende rapport maakt deze controle vaak onmogelijk. Meer aandachtspunten staan in Product laten testen: zo kies je een laboratorium.

    Wat verlangt RoHS juridisch van de fabrikant?

    Artikel 7 van de RoHS-richtlijn verplicht de fabrikant onder meer om de toepasselijke conformiteitsbeoordeling uit te voeren, technische documentatie op te stellen, de EU-conformiteitsverklaring af te geven en CE-markering aan te brengen. De verklaring en technische documentatie moeten gedurende tien jaar nadat het product in de handel is gebracht beschikbaar blijven.

    Artikel 13 bepaalt dat de EU-conformiteitsverklaring vermeldt dat aan de RoHS-eisen is voldaan, de structuur uit bijlage VI volgt en actueel wordt gehouden. Met de verklaring neemt de fabrikant verantwoordelijkheid voor de conformiteit van het product.

    De CE-markering is dus geen afzonderlijk bewijsstuk en evenmin een testresultaat. Het is het zichtbare teken dat de fabrikant verklaart dat het product aan alle toepasselijke Europese harmonisatiewetgeving voldoet. Het verschil tussen deze documenten wordt verder uitgelegd in CE-certificaat, testrapport en EU-conformiteitsverklaring.

    Welke rol speelt EN IEC 63000?

    EN IEC 63000:2018 is de geharmoniseerde norm voor technische documentatie bij de beoordeling van elektrische en elektronische producten op beperkte stoffen. De Europese Commissie heeft de referentie gepubliceerd in Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/659.

    De norm ondersteunt een risicogerichte bewijsaanpak. Afhankelijk van het risico en de betrouwbaarheid van de leverancier kan het dossier bestaan uit contractuele afspraken, leveranciersverklaringen, materiaaldeclaraties en/of analytische testresultaten. Dat betekent niet dat testen nooit nodig is, maar ook niet dat elk materiaal in elk product standaard volledig in een laboratorium moet worden onderzocht.

    De fabrikant moet kunnen motiveren waarom de gekozen informatie voldoende betrouwbaar is. Bij een onbekende leverancier, een hoog-risicomateriaal of tegenstrijdige documenten is aanvullende verificatie logischer dan bij een stabiel onderdeel met traceerbare, recente materiaalgegevens.

    Wanneer is een RoHS-test zinvol?

    Gerichte analyse is vooral zinvol wanneer documentatie ontbreekt of onzeker is. Denk aan soldeerverbindingen, metalen coatings, kabelmantels, zachte kunststoffen, pigmenten of goedkope componenten waarvan de materiaalsamenstelling kan variëren. Ook een onverwachte leverancierswijziging of een productaanpassing kan aanleiding zijn om opnieuw te beoordelen of te testen.

    RoHS-grenswaarden gelden per homogeen materiaal, niet als gemiddelde over het hele product. Een volledig product vermalen en alleen één totaaluitslag rapporteren kan daardoor onvoldoende inzicht geven. Het testplan moet aansluiten op de risicoanalyse en de afzonderlijke materialen die niet mechanisch verder kunnen worden gescheiden.

    Gebruik testresultaten bovendien alleen voor andere modellen wanneer aantoonbaar dezelfde materialen, componenten en productieprocessen worden gebruikt. Een rapport voor één connector of printplaat mag niet zonder onderbouwing als bewijs voor een complete productfamilie worden gepresenteerd.

    Wat moet een importeur of webshop controleren?

    Een importeur uit een land buiten de EU heeft een eigen controleplicht. Vóór het product op de markt komt, moet de importeur onder meer nagaan of de fabrikant de conformiteitsbeoordeling heeft uitgevoerd, de technische documentatie heeft opgesteld, de vereiste documenten beschikbaar zijn en het product de juiste CE-markering en identificatie draagt.

    1. Bepaal of RoHS geldt. Leg vast waarom het product wel of niet binnen het toepassingsgebied valt en controleer eventuele uitzonderingen.
    2. Koppel ieder document aan het exacte product. Titel, model, SKU, foto, versie en stuklijst moeten op elkaar aansluiten.
    3. Controleer de EU-conformiteitsverklaring. RoHS moet worden genoemd als de richtlijn van toepassing is; controleer fabrikant, adres, model, datum en ondertekening.
    4. Beoordeel de onderbouwing. Vraag traceerbare verklaringen, materiaaldata en gerichte testrapporten op voor de kritieke onderdelen.
    5. Controleer vrijstellingen. Noteer het vrijstellingsnummer, de toepassingsvoorwaarden en de geldigheidsduur; een verlopen of verkeerd toegepaste vrijstelling maakt het dossier onbetrouwbaar.
    6. Regel wijzigingsbeheer. Spreek af dat wijzigingen in materiaal, subleverancier, component of productie vooraf worden gemeld.
    7. Bewaar de bewijsset. Zorg dat documenten snel beschikbaar zijn voor markttoezicht en gedurende de vereiste termijn kunnen worden teruggevonden.

    Koop je buiten de EU in, combineer deze controle dan met de bredere stappen uit CE-markering bij import uit China controleren en documenten opvragen bij import uit China.

    Wanneer ben je zelf fabrikant?

    Verkoop je een product onder je eigen naam of merk, of wijzig je het product zodanig dat de conformiteit kan worden beïnvloed, dan kun je juridisch als fabrikant worden gezien. Je kunt de verantwoordelijkheid dan niet afschuiven op een buiten-Europese fabriek of een handelsplatform.

    Dat betekent dat de EU-conformiteitsverklaring, technische documentatie en productidentificatie bij jouw rol moeten passen. Lees hierover verder in Wanneer ben je fabrikant bij private label?.

    Rode vlaggen bij een RoHS-certificaat

    • het document noemt geen exact model, onderdeelnummer of revisie;
    • de naam op het document is niet de werkelijke fabrikant of is niet te herleiden;
    • een test van één component wordt als bewijs voor het hele product gebruikt;
    • het rapport noemt alleen ‘PASS’ zonder meetwaarden, monsters of methode;
    • de gebruikte RoHS-versie, stoffenlijst of vrijstelling is verouderd;
    • de EU-conformiteitsverklaring noemt RoHS niet, terwijl de richtlijn wel geldt;
    • documenten hebben tegenstrijdige data, modelnamen of fabrikanten;
    • er is geen procedure voor wijzigingen in materialen en leveranciers;
    • een logo, badge of marketingclaim wordt gepresenteerd als wettelijk bewijs.

    Eén rode vlag hoeft niet direct te betekenen dat het product niet voldoet. Zij is wel een reden om de bewijsketen te stoppen, de afwijking te laten verklaren en aanvullende informatie of onderzoek te vragen vóór verkoop.

    Praktische beslisroute

    1. Start met het product en de wettelijke scope. Bevestig dat het om elektrische of elektronische apparatuur gaat en welke uitzonderingen of vrijstellingen mogelijk relevant zijn.
    2. Maak de stuklijst risicogericht. Markeer materialen en onderdelen met een hoger risico op lood, cadmium, kwik, zeswaardig chroom, PBB, PBDE of de vier beperkte ftalaten.
    3. Verzamel bewijs per kritisch onderdeel. Gebruik recente en herleidbare leveranciersverklaringen, materiaaldeclaraties en waar nodig testdata.
    4. Beoordeel inconsistenties. Controleer namen, modellen, versies, data, vrijstellingen en de relatie tussen monsters en het eindproduct.
    5. Leg de conclusie vast. Documenteer waarom het bewijs voldoende is en welke aanvullende controles periodiek of na een wijziging nodig zijn.
    6. Werk de EU-conformiteitsverklaring bij. Vermeld RoHS en alle andere toepasselijke CE-wetgeving in één consistente verklaring.

    Veelgestelde vragen

    Is een RoHS-certificaat verplicht?

    Nee. De RoHS-richtlijn verplicht geen afzonderlijk officieel certificaat. Verplicht zijn, afhankelijk van de rol, onder meer de conformiteitsbeoordeling, technische documentatie, EU-conformiteitsverklaring en CE-markering. Een commercieel certificaat of testrapport kan wel deel uitmaken van de onderbouwing.

    Moet RoHS op de EU-conformiteitsverklaring staan?

    Ja, wanneer Richtlijn 2011/65/EU op het product van toepassing is. De verklaring moet de toepasselijke harmonisatiewetgeving noemen. Eén EU-conformiteitsverklaring kan RoHS combineren met andere toepasselijke CE-regels.

    Is een leveranciersverklaring voldoende?

    Soms als onderdeel van een risicogericht dossier, maar niet automatisch. De verklaring moet actueel, betrouwbaar en herleidbaar zijn tot het exacte materiaal of onderdeel. De fabrikant blijft verantwoordelijk voor de beoordeling en moet kunnen uitleggen waarom de verklaring voldoende zekerheid geeft.

    Is laboratoriumonderzoek altijd verplicht?

    Nee. RoHS schrijft geen universele volledige laboratoriumtest voor ieder product voor. Testen is wel verstandig of noodzakelijk wanneer de beschikbare informatie onvoldoende betrouwbaar is, materialen een hoger risico hebben of documenten elkaar tegenspreken.

    Bewijst een CE-markering dat een product RoHS-conform is?

    Nee. De CE-markering is een verklaring van de fabrikant en geen onafhankelijk keurmerk. Zij toont niet welke analyses zijn uitgevoerd. De technische documentatie en EU-conformiteitsverklaring moeten de claim ondersteunen.

    Mag een importeur vertrouwen op een PDF van de leverancier?

    Niet zonder inhoudelijke controle. De importeur moet nagaan of de documentatie bij het product past en of de fabrikant zijn verplichtingen heeft uitgevoerd. Bij twijfel mag het product niet op de markt worden gebracht totdat de conformiteit is hersteld of aangetoond.

    Laat je RoHS-bewijs controleren

    Een map met certificaten is nog geen sluitend technisch dossier. KeurMatch controleert of de bewijsstukken juridisch en technisch op elkaar aansluiten, of documenten bij het juiste product horen en waar aanvullend bewijs nodig is.

    Officiële bronnen